Rodweek #12 Niet fraai

Elk jaar zie je het weer in de stad. Ontgroeningen door studentenverenigingen. Ik heb daar nooit iets van gesnapt. Waarom zou een weldenkend mens in godsnaam allerlei vernederingen ondergaan om ergens bij te horen? En mensen die denken tegen mij te mogen schreeuwen hebben ook een hele verkeerde aan me. Ik schreeuw namelijk terug als iemands toon mij niet bevalt. Alleen daarom is het al goed dat ik niet in militaire dienst hoefde, want dat was geheid  negen maanden strafcorvee, of hoe ze dat daar ook noemen, geworden.

Feuten leren niets van hun fouten. In de aflevering van ‘Andere Tijden’ van afgelopen zaterdag ging het over de ontgroening van de feuten in 1962, in Amsterdam, bij het Amsterdamsch Studenten Corps. Een naargeestige foto van 150 kaalgeschoren jongemannen opeengepakt op een slecht geventileerd zoldertje in de Sarphatistraat en de preses die riep dat ze fijn ‘Dachautje’ gingen spelen. Een joodse jongen die er wat van zei omdat zijn vader in een kamp was omgekomen werd genegeerd. En hij bleef bij die fucking club, want hij wilde er zo graag bijhoren! Onvoorstelbaar. Dat is gewoon pissen op je vaders graf. Nog bizarder is dat er niet meer mensen opstonden om er wat van te zeggen. Een woedende ingezonden brief naar het NRC van de vader van een jongen die er, na ampel beraad met zijn geweten, niet meer bij wenste te horen zorgde er voor dat dit incident mondiale bekendheid kreeg. Lees verder

Rodweek #11 Doorweekte Onderbroek

Een majestueuze hoeveelheid bier drinken in de kleedkamer met de Queens of the Stoneage, voetballen met de boys van NOFX, op stap met de NERD-crew, HQ-feestjes, de ‘afschijtstour’ van de Osdorp Posse, het promo-optreden van de Beastie Boys, Theo Maassen die een dure camera van iemand op het podium stukgooide, de Arctic Monkeys die ik ooit in de middag per ongeluk bijna wegstuurde uit de Melkweg omdat ik dacht dat het rondhangende pubers waren, praten met mijn grote held ICE T, Prince in de Max, een biertje met Rafael van der Vaart in de Oude Zaal, de Ajax-finale in de Max, Andre Hazes op een personeelsfeestje van de typmiepenschool, naar de Korsakoff met de Dead Kennedys, de halve Ajax-selectie bij de Wutang-clan, Willie Nelson en Snoop Dogg op een podium, de met drank overgoten kerstdiners, hectoliters bier drinken in de garderobe en nog ontelbaar veel meer legendarische dingen: ik heb het allemaal mee mogen maken in de Melkweg, 19 jaar lang. Ik heb er een bloedtijd gehad, maar ik was daar wel klaar.  Zo leuk en hilarisch als het was wordt het niet meer. Althans, niet voor mij, dus dan kun je er maar beter mee stoppen. Afgelopen maandag kon ik een laatste legendarisch feestje aan mijn lijst toevoegen: mijn eigen afscheid, samen met twee andere oudgedienden. Met z’n drieën zijn we goed voor zestig jaar Melkweg-ervaring.  Ik kan het iedereen aanraden om afscheid te nemen van een toko waar je lang hebt gewerkt. Het was een unaniem belachelijk geweldig feest: mooie woorden, veel drank, een royale selectie van een kleine 20 jaar geweldige oud-collega’s en we hebben ook nog eens een flink bedrag opgehaald voor het Dierenasiel Amsterdam.

De volgende dag bleek een forse kater nadrukkelijk asiel  te hebben aangevraagd, en ook te hebben gekregen, in mijn hoofd en dan is er niets beter dan die kater even uit te laten met een verkwikkende postwandeling door de Jordaan. Na een kleine vier uur wandelen plofte ik doodmoe en zeiknat van het koude alcoholzweet thuis neer op de bank.   Lees verder

Rodweek #10 Hempie

Arjen Robben gaf afgelopen donderdag na de afslachting van Nederland tegen Frankrijk een fantastische imitatie ten beste van Mohammed Saïd al-Sahaf. U herinnert zich hem misschien nog wel: die Iraakse Minister van Informatie waar we tijdens de Tweede Golfoorlog nog zo kostelijk om hebben gelachen. Terwijl de Amerikaanse tanks in polonaise Bagdad binnenreden en de stad simpel veroverden verkondigde Al-Sahaf met droge ogen zijn eigen waarheid: er was niks aan het handje en de strijd voor het Iraakse regime verliep bijzonder voorspoedig. Zo klonk Robben ook. Nederland was zojuist geknipt, geschoren, afgedroogd en als een klein kind in de hoek gezet. Een rode reet als een baviaan van het pak op de broek. Robben zag het allemaal door een oranje bril: Nederland kon nog steeds makkelijk tweede in de poule worden en het WK in 2018 is nog steeds volop in zicht. Een optimist is een slecht geïnformeerde pessimist, zeggen we dan maar. Robben noemt een glas met een bodempje water erin ook nog halfvol. Die mentaliteit als sportman is te prijzen. Lees verder

Rodweek #9 Onvergetelijk

Het is ook niet snel goed met die Vader Abraham. Sleur ik die ouwe smurfensouteneur drie weken geleden nog uit de onder een dik bedekte laag stof anonimiteit in een van mijn columns (toch 729 lezers) en dan loopt mijnheer afgelopen week op nu.nl te jeremiëren dat er geen groot eerbetoon is geweest voor zijn 50-jarig artiestenjubileum en bij Andre van Duin wel. Dan moet ik zeggen dat ik, behalve ‘Het Kleine Café Aan De Haven’ en het ‘Smurfenlied’ toch flink moet nadenken om nog drie titels uit het oeuvre van de beste man te noemen. Van Andre van Duin som ik uit het blote hoofd moeiteloos twintig sketches op. En niet dat mijn Vader Abraham-kennis nou maatgevend is, maar ik denk dat het voor de meeste mensen geldt. ‘Bij leven vergeten’, noemde hij het, met een smurfensnik in de stem en met een tranentrekkend gevoel voor dramatiek. Lees verder

Rodzooi #8 Godney

Afgelopen week, na zoveelste barbaarse aanslag op de samenleving, met ditmaal Barcelona als decor, googlede ik de definitie van het werkwoord ‘geloven’ maar eens op het alwetende internet. Eens kijken of die overeenkomt met mijn eigen definitie van dat woord, want ik heb de laatste jaren het gevoel dat sommige mensen de betekenis van het woord niet helemaal meer begrijpen. Al zoekend kom je dus uit op termen als ‘menen dat…’ of ‘denken’. ‘Ik geloof dat hij ziek is’. Of het al iets stelligere ‘Dat geloof ik graag’, om het vertrouwen in de woorden van de ander uit te spreken. En uiteraard word ook het aanhangen van een godsdienst als een van de definities genoemd. Maar nergens wordt gesteld dat ‘geloven’ hetzelfde is als een feitelijke waarheid. Als ik geloof dat Ajax kampioen wordt (hoe gek dit momenteel ook moge klinken), dan is dat geen vaststaand feit. Allesbehalve zelfs op dit moment, kan ik wel zeggen. Lees verder

Rodweek #7 Kramperen

Nee, mijn favoriete manier van vakantie vieren is het nooit geweest. Met een rolletje pleepapier onder je arm naar het toilet gaan, met z’n allen boven een metalen trog tandpasta uitrochelen en douchen met een muntje in een hok waar al zestien anderen voor jou hebben gedoucht en je met een beetje pech nog lauw water hebt ook. Tel daarbij het pogen tot slapen in een gammel lekkend tentje op een slecht matrasje zodat je elke ochtend met een halve hernia ontwaakt. Ik heb het nooit gesnapt. Waarom zou je in hemelsnaam je comfortabele huis tegen betaling inruilen voor een primitieve tent met een slecht matras en zonder douche en toilet? Kramperen noem ik het altijd.   Lees verder

Rodweek #6 Genderneutrale gentrificatie

Een vriend van mij poneerde onlangs een wonderlijke stelling waar niets tegen in te brengen is: de eerste artiest, een Nederlandse artiest ook nog, die de tegenwoordig zo veel besproken genderneutraliteit te berde bracht was niemand minder dan Pierre Kartner oftewel Vader Abraham. In zijn kraker ‘Het kleine café aan de haven’ uit 1975 zingt hij in het tweede couplet de uiterst genderneutrale zin: ‘Geen monsieur of madam maar W.C.’ Daarmee was onze nationale smurfensouteneur zijn tijd dus bijzonder ver vooruit. Dat was hij natuurlijk sowieso al met zijn baard en zijn hoedje. Feitelijk was Vader Abraham dus ook nog eens de eerste hipster van Nederland. Dus laat niemand ooit nog lacherig doen over Vader Abraham!  Lees verder

Rodweek #5 Uberhart

Het was op een rustige nazomerdag in 2010 dat de kersverse burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan, ons café plotseling kwam vereren met een bezoek. Dat hij en zijn gevolg in ons café belandden was niet geheel toevallig, want de hele club werd gechaperonneerd door opa Frits, de opa van mijn ex-vriendin. Opa Frits is een krasse tachtiger die nog steeds in allerlei ouderenraden zit en een drukkere agenda heeft dan ik. Een bekende verschijning in de Kinkerbuurt. Een rijzige man die nog steeds met tamelijk stevige tred door de buurt loopt. Van der Laan en opa Frits woonden in de jaren 80 en 90 naast elkaar in Amsterdam-West, dus toen de burgemeester zijn eerste werkbezoek aan Oud West deed was het niet meer dan logisch dat opa Frits daar een begeleidende rol in zou spelen. En anders had opa Frits die rol trouwens zelf wel opgeëist. Op het Ten Kateplein aangekomen zei Frits: ‘Kom, Eberhard, we gaan hier even een bakkie koffie drinken, want hier werkt mijn kleinzoon.’ En opa Frits is zo’n man die je niet gauw tegenspreekt, dus wat er ook op het programma stond: eerst koffiedrinken bij mij. Lees verder

Rodweek #4 Snoetje en Pluisje

In september 1998, toen ik nog een jong velletje van 21 was, liep ik mijn eerste modeshow. Sorry voor de mensen die nu hun thee tegen het scherm proesten en inmiddels hard toe zijn aan wat sterkers: ja, daar heb ik ook nog mijn geld mee verdiend. Het was geen lange carrière, maar een showtje of vijf heb ik nog wel gelopen. Van de straat geplukt terwijl ik in het holst van de nacht poepeloeres dronken naar huis liep vanuit de Korsakoff. Vijfhonderd gulden voor een avondje heen en weer lopen op een catwalk in mooie pakken, dat leek me makkelijk verdiend. Ik kreeg nog wel een paar lessen catwalktraining ter voorbereiding, zodat ik daar niet als een lompe hork over die catwalk zou stampen. De show waar ik voor uitgekozen was, was de verkiezing van het patsertijdschrift Esquire voor de best geklede man van Nederland. Het was nogal ironisch dat uitgerekend ik daarvoor werd uitgekozen, want ik zou mezelf in die jaren nou niet bepaald een stijlicoon noemen met m’n vale spijkerbroeken, hemdjes en bandshirtjes. De show werd gehouden in de Amuse Bouche tegenover de Melkweg, een etablissement dat we tegenwoordig kennen als de Sugarfactory. Tot best geklede man van dat jaar werd de flamboyante columnist Pim Fortuyn uitgeroepen. Een man die maatpakken van tien ruggen droeg en met wie het later nogal onfortuinlijk zou aflopen. Hij was die avond overigens niet aanwezig om zijn prijs in ontvangst te nemen. Lees verder

Rodweek #3 De Zege van Appie

Nouri, Nouri en nog eens Nouri. Dat is wat er de gehele afgelopen week door mijn hoofd speelde. De foto in de Voetbal International. Op de ene foto zie je Appie uithalen op goal. Verbeten koppie. Het tijdstip staat er ook bij. De foto is een minuut voor het fatale moment genomen. Op de foto ernaast wordt Appie gereanimeerd. Ik heb de foto minimaal een keer of 150 bekeken. Ik kan er niet bij. Ik kan er niet bij dat een jonge sportman van twintig lentes een minuut na die foto ineens roerloos op het veld lag. Leven tussen hoop en vrees. Het hart was nog goed, de eerste hersenscans gaven reden tot voorzichtig optimisme en toen kwam dus die fatale donderdag de 13e. Nouri gaat zo goed als zeker niets meer kunnen. Niet meer voetballen, maar ook als mens niet meer functioneren. De beelden van de bijeenkomst in Geuzenveld. Een 20-jarig Amsterdammertje van Marokkaanse afkomst had ongewild datgene voor elkaar gekregen wat nog geen politicus is gelukt: een plein waar moslims, niet-moslims, Ajacieden en Feyenoorders allemaal door elkaar stonden. Zij aan zij. Verdriet verbroedert. Dat is de grootste zege van Appie.   Lees verder