Rodweek 160 Oud zijn

Tijdens mijn kortstondige carrière in verpleeghuizen leerde ik een wijze levensles van een de bewoners: ‘Lieve Rod, iedereen wil oud worden, maar niemand wil oud zijn. ‘

De mevrouw had een prachtig rijk leven gehad, maar kreeg op haar oude dag met veel pijnen en nare klachten te kampen. Als er al een vogelveertje op haar voet dwarrelde had ze al helse pijnen.

Die mevrouw was begin 80. Een respectabele leeftijd. Ik moet het nog maar zien te halen.

Gisteravond was ik in Paradiso om de 80e verjaardag van mijn vriend ome Jur te vieren. Jur is een levend instituut in de Amsterdamse muziek- en uitgaanswereld. Hij staat nog steeds een paar dagen in de week achter de bar van mijn geliefde Maloe Melo te knallen. Dan ben je voor mij een held.

Jur heeft nooit zo enorm z’n best gedaan om zo oud te worden. Altijd hard werken, drankje en rokertje erbij, leuke mensen om je heen verzamelen, nooit vergeten om naar mooie vrouwen te kijken en de humor en de muziek in het leven houden. Dat zijn de gemeenschappelijke recepten van onze levens. Net als Jur heb ik ook nooit zo erg m’n best gedaan om heel erg oud te worden. Ik heb gewoon genetische mazzel gehad en ik heb tot dusverre ook geen domme of fatale pech gehad.

Ik ben nog lang geen 80 en ik weet ook niet of ik zo’n gezegende leeftijd mag halen. Ik durf er geen tientje op te wedden. Maar mocht ik het per ongeluk wel halen dan zou ik net zo’n verjaardagsfeestje als ome Jur in Paradiso willen! Of in mijn geval, de Melkweg, ik ben een kind van de muziektempel aan de andere kant van het Leidseplein. Maar Jur had een prachtige volle Paradiso! En dat was welverdiend. Hij is een icoon van de stad. Onze eigen Jordanese Keith Richards. Niet kapot te krijgen.

Jur! Op de volgende 80 jaar, mijn lieve vriend. Ik hoop dat ik er dan ook nog ben. Dan ben ik 125 en jij 160. Ik denk eerlijk gezegd niet dat ik het haal.

Bij Jur sluit ik het niet uit, tot het tegendeel bewezen is.

En terwijl opa (ik) al voor middernacht weer in z’n mandje lag, proostte Ome Jur nog maar eens op zijn rijke leven in een met vrienden gevuld Paradiso.

Op die manier wil ik graag oud worden en ook oud zijn.

Yoooooo! Mijn nieuwe boek ‘Lockdownsyndroom’ komt komende week uit! Columns over de lockdownperiode waarin veel deuren dichtgingen, maar ook weer nieuwe deuren opengingen. Een boek over een periode waarin ik veel over mezelf heb geleerd. Humor en (zelf)reflectie vloeien naadloos in elkaar over. Ook een boekie kopen? Laat een reactie achter of stuur een bericht. Quanta costa: 15 euro als we in Amsterdam afspreken, verzenden 19,50 euro.

Rodweek 159 Sappig


Laten we nou niet doen alsof juicekanalen waar zoveel mensen zich tegenwoordig zo druk over maken een volkomen nieuw fenomeen zijn. Ze bestaan al decennia lang. Ze zijn alleen meer openbaar, zoals alle media meer openbaar zijn geworden. De ouderwetse juicekanalen dat waren in mijn jaren 80-jeugd roddelbladen als de Privé, Story of Weekend. Noem het analoge juice. Mijn moeder, de vriendinnen van mijn moeder, tantes, mijn oma, de overblijfjuf en zo ongeveer elke vrouw die je bij de kapper zag (toen ging ik nog wel eens naar een kapper) verslonden dat soort pulpblaadjes bij de vleet en kletsten eindeloos met elkaar over de sappige roddels in de blaadjes. De enige verschillen met de jaren 80 zijn eigenlijk dat het toen bijvoorbeeld over de scheidingsperikelen en het gekloot van de ouwe André Hazes ging en tegenwoordig over de schuinsmarcheerderij en het levensgehannes van André Hazes jr.

Yvonne Coldewijer is in wezen niets anders dan een 21e-eeuwse versie van riooljournalisten als Henk van der Meijden of Wilma Nanninga. Die lagen in de bosjes te gluren naar sappig nieuws of die lieten dat hun ondergeschikten doen. Die Coldeweijer heeft overal haar spionnen rondlopen, op zoek naar ‘juice’. Ik zie geen verschil.


Het echte wezenlijke verschil zit ‘m hier in: waar de meninkjes en discussies over de gedragingen van bekende mensen in die tijd nog beperkt bleven tot de straat, huiskamers of cafés daar kan en mag iedereen nu uitgebreid en ongegeneerd alles uitbraken in het open riool dat wij het internet noemen. En het is ook allang niet meer beperkt tot onze moeders, tantes en oma’s: bijna iedereen én z’n moeder vindt iets van de familie Hazes of al die andere hotemetoten die ik zelf niet ken en waar ik ook geen interesse in heb.

‘Laat die mensen lekker,’ denk ik dan. Wat kan mij het schelen wat die lui allemaal uitspoken en wat er in die familie speelt. Het vermoeiende van tegenwoordig is dat de Hazesjes van deze tijd het zelf ook zo heerlijk vinden om de media op te zoeken. En nog erger: dat ze voor elke scheet de rechtszaal opzoeken. Zoals laatst met de mediageile weduwe Hazes en die mevrouw Coldeweijer bij wie de mediageilheid ook uit elke porie druipt. Coldeweijer noemde ‘Raggel’ een ‘gecremeerde kroket’ en dat was dan reden voor een rechtszaak.

En daar vind ik dan dus wel wat van. Wat die familie Hazes allemaal uitvreet en wat een of andere mevrouw of meneer daar voor sappigs over schrijft: dat zal me aan mijn derrière oxideren. Wat me wel mateloos ergert is dat dit soort kleuterachtig gekissebis de normale rechtsgang verstoort. De rechters in Nederland liggen geen straatlengte, maar een Nieuwe Binnenweg-lengte achter met zaken die echt maatschappelijke aandacht en goede rechtspraak verdienen. Ik ben onlangs de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam van begin vlakbij CS tot het einde bij Delfshaven afgelopen en die is tandje lang! Dus ik weet wat ik zeg. Wel, die kostbare tijd die nodeloos aan dit soort zaakjes wordt besteed zijn hard nodig om echt belangrijke cases te beslechten met een vonnis en niet om twee kibbelende mediageile vrouwen uit elkaar te halen en te zeggen dat ze allebei even rustig moeten doen.

Ik zou er als rechter heel snel klaar mee zijn. Zie het rechtssysteem als ouders: in mijn jeugd kregen bij onzinruzies allebei de kibbelende partijen dan gewoon op hun sodemieter. ‘Jij moet stoppen met vervelend doen en jij moet niet gelijk janken! Doe normaal. En nou wegwezen allebei.’ En terecht. Mijn ouders hadden wel meer te doen. Als mijn ouwelui al enige interventie moesten plegen dan moest het wel echt ergens over gaan. Niet om dom gelul.

Laat dit soort dom kleutergekibbel gewoon helemaal achter in de rij van de belangrijke zaken aansluiten. Ik zou ze niet eens naar de rechtszaal laten komen. Zonde van de tijd. Ik zou het houden bij een kort briefje:

‘Mevrouw Hazes, mevrouw Coldeweijer.

Hallo. Mr. Rodzooi hier. Dames, wij hebben hier nog een behoorlijk aantal moordzaken, zedenzaken, geweldsdelicten, oplichtingszaken en andere narigheid op te lossen. We lopen behoorlijk achter, mede door zeurderige non-procedures als die van jullie. Los dit gezeik lekker samen op, stelletje kleuters. Jullie hoeven niet langs te komen. Het is een complete verspilling van onze tijd. Dit is misbruik en belemmering van de rechtsgang. Krab dan elkaars ogen tenminste uit of zo, dan wordt het nog een beetje interessant voor ons rechters. Nog beter: schrijf naar de ‘Rijdende Rechter.’ De confrères aldaar kunnen naast het wekelijkse geklepzeik over erfgrenzen in dorpen als Koog aan de Greppel of Koeijenstront aan den Huyg ook wel eens een andere domme casus gebruiken. Dat zou ik een win-winsituatie noemen: dan komen jullie op TV om jullie aan nymfomanie grenzende mediageilheid te exposeren en wij kunnen verder met échte zaken! Of drink lekker samen een sappie, jullie houden toch zo van sappige dingen? Nou dan. En laat ik jullie niet meer horen, stelletje moeimakers, of er volgt een boete waar een paard de blafhik van krijgt. Mazzeltov, dames.

Met dezelfde mate van achting als waarmee u de rechtsgang behandelt groet ik u beiden,

Mr. Rodzooi.’

Volgende maand komt mijn nieuwe boek ‘Lockdownsyndroom’ uit. Een columnbundel over de lockdownperiodes en hoe ik daar mee omging. Een periode waarin winkels en horeca gesloten waren, maar waarin voor mij ook juist nieuwe deuren open gingen. Een tijd waarin ik ook veel over mijzelf heb geleerd. Een boek vol (zelf)reflectie maar uiteraard ook met de nodige humor. Ook een boek kopen? Stuur een bericht op Facebook of stuur een mail naar [email protected] Kosten: 15 euro (ex verzendkosten). Verzendkosten besparen? Ophalen of afspreken in Amsterdam kan ookVan elk verkocht boek gaat 1 euro naar de Amsterdamse Voedselbank.

Rodweek 158 Zegeningen in de chemokar

Mensen tellen soms te weinig hun zegeningen. Sommigen kijken alleen maar naar wat er allemaal mis gaat in hun leven. Mijn vriendin en ik staan daar anders in: wij beseffen ontzettend goed dat wij het goed hebben in veel opzichten, weten dat het niet vanzelfsprekend is en dat spreken we ook regelmatig uit. Wij kennen allebei ook die andere kant van de medaille. Wij weten allebei donders goed hoe het is om niks te hebben en waarderen het dus nu dat we het goed hebben.
En zo zaten we dus eind oktober bij ons in de buurt op het terras. We zaten heerlijk in het zonnetje. De nazomer gaf nog een laatste afscheidskus en die accepteerden we met grote graagte. We keken naar de mooie buurt waarin wij wonen, we dronken een wijntje en genoten van de laatste lekkere zonnestralen van het jaar. Genieten met een grote G. We zaten op een heerlijke wolk. Dat is dan zo’n moment dat wij daar dan weleens bij stilstaan: ‘Het leven behandelt ons goed. Wij hebben liefde, een leuk huis, we doen allebei leuk werk, we hebben geen geldzorgen en veel goede lieve mensen om ons heen. Alles gaat gewoon lekker.’

En het is ook goed dat je je dat soms realiseert, dat je niet alles maar voor lief neemt. Maar er is ook iets anders in dat tamelijk zorgeloze leven dat niet zo vanzelfsprekend is en dat is gezondheid. Enige dagen na de laatste telling van onze zegeningen voelde Mo na het douchen een knobbeltje in haar borst. Twee dagen later de check in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (AvL): diagnose borstkanker.

Ik kan je melden dat je dan even met donderend geraas van die wolk af klettert. Ik was op dat moment in Glasgow op de jaarlijkse voetbaltrip met vrienden en dan hoor je dit. En dan moet het nog gezellig worden in het stadion. Ik probeerde me er zoveel mogelijk voor af te sluiten, maar helemaal lukte het niet. Ajax won. Het was leuk, maar eigenlijk wilde ik in Amsterdam zijn. Ik kon de volgende dag pas weer terug naar Amsterdam.

Sinds 1 november zitten we dus samen in de achtbaan. En ik heb achtbanen toch al nooit leuk gevonden. Nog bizarder was dat ik mijn bloedgabber die ik al meer dan 30 jaar ken inlichtte over het nieuws en dat hij me vertelde dat zijn vrouw een dag daarvoor precies dezelfde diagnose had gekregen. Ik wist dat onze vriendschap diep ging, maar dit gaat wel heel ver! Het is op een gekke manier wel fijn om dit met iemand te kunnen delen: zijn vrouw gaat exact hetzelfde traject door maar dan steeds een paar dagen eerder. Dus we krijgen steeds een sneak preview voor de chemo’s. Maar hoe erg deze shit ook is: de eerste humor over de tumor kwam al snel. We noemen onszelf Knobbel en Bobbel. En Tram 2 naar het AvL noemen we ‘de Chemokar’. We zijn allebei niet vies van wat zwarte humor.

We zijn dus nu iets meer dan twee en een halve maand verder. Ongewild zijn we ineens behoorlijke kenners op dit terrein geworden. De eerste zware chemokuren zitten erin. Het zwaarste gedeelte zit er op. Ik heb mijn meisie bij alles bijgestaan en ben overal mee naartoe geweest. Dat is ook zo’n zegening: ik kan thuis werken. Als copywriter moet je gewoon zorgen dat je werk af is en vanaf waar je dat doet is niet zo belangrijk. Dat maakt dus dat ik mijn vriendin in alles kan ondersteunen en voor haar kan zorgen. Om er maar een cliché uit te gooien: kanker heb je samen.

Ineens hadden we kanker dus als ongenode huisgenoot. En die blijft dit jaar ook nog wel even logeren. Het vervelende aan onze nieuwe huisgenoot is dat we niet weten met wie we te maken hebben en hoe wij die punkmotherfucker de deur uitkrijgen. Nou waren die zware chemo’s bepaald geen wandeling door het park en was en is Mo bij vlagen vreselijk moe, maar het had veel erger gekund. In de tweede week na een chemo is ze dan wel weer redelijk opgeknapt en dan doen we zoveel mogelijk leuke dingen. Een paar daagjes naar Maastricht, naar de bowlingbaan, uit eten of afspreken met vrienden. Dat soort leuke dingen deden we altijd al, maar nu is het ook nog eens op doktersadvies! Mo krijgt daar veel energie van. De volgende dag is ze dan wel gesloopt, maar op dat moment is het gewoon goed en haalt ze daar positieve energie uit. Dan bestaat kanker gewoon even niet. En het is fijn dat we ook in deze mindere tijd zo ontzettend veel lieve mensen om ons heen hebben. We worden van veel kanten gesteund. Gewoon, met kleine dingen die voor ons heel groot zijn. Met lieve woorden, kaartjes, een pannetje soep, een bakkie eten of gewoon simpelweg belangstelling tonen. Ook dat is een zegening.

De komende chemo’s zijn een stuk lichter, minder bijwerkingen, die duren tot mei ongeveer. Dan hebben we even een paar weken kankerpauze en gaan we op vakantie. Daarna volgen de operatie en de bestralingen en dan hopen we in augustus of september dat onze ongenode huisgenoot is opgekankerd en dan gaan we weer verder met waar we afgelopen oktober gebleven waren: het tellen van onze zegeningen. En dan noemen we de chemokar gewoon weer Tram 2.

Volgende maand komt Rodzooi’s nieuwe boek ‘Lockdownsyndroom’ uit. Een columnbundel over de rare lockdownperiode en hoe schrijver dezes daar doorheen is gekomen. Een periode waarin veel gebeurd is, maar waarin ook nieuwe kansen en mogelijkheden zich aanboden. Een periode waarin de schrijver ook veel over zichzelf heeft geleerd. Een boek vol reflectie maar ook met veel humor. Ook een boek kopen? Stuur een privébericht op Facebook of stuur een mail naar [email protected] Kosten: 15 euro (ex verzendkosten). Verzendkosten besparen? Ophalen of afspreken in Amsterdam kan ook. Van elk verkocht boek gaat 1 euro naar de Amsterdamse Voedselbank.

Rodweek 155 Mestreech, bevrijd aan het Vrijthof

Het fijne van het werken als schrijvende ZZP-er is de vrijheid die je hebt. Ik moet niet naar kantoor om te werken, ik mág naar kantoor om te werken. Meestal zit ik gewoon lekker thuis mijn stukken te typen of op een andere plek waar ik dan toevallig ben. Geen geouwehoer meer over wel of niet werken op feestdagen. Werken wanneer je wilt met als enige moetje: je moet leveren. Zorgen dat je zooi af is. Ik gedij daar goed op. Geen gedoe aan m’n hoofd. Laat mij m’n ding doen en ik zorg ervoor dat goed komt, dat is hoe het werkt. Heerlijk! Ik had het jaren eerder moeten doen. Vrijheid is een groot goed.

Je leert echter ook dat de afkorting ZZP staat voor Zelfstandige Zonder (Kerst-)Pakket. Maar goed, die fles wijn of bubbels die ik in de horeca kreeg kan ik prima zelf kopen en voor de kerstpakketten bij andere werkgevers kreeg hoef ik het ook niet te doen. Dat was dan meestal een grote doos, gevuld met stro en daarin zaten dan dingen als ragout, een blik tomatensoep, marshmellows, een fles ondefinieerbare wijn en andere goedbedoelde ellende. Bij de Melkweg was het kerstpakket overigens elk jaar wél geweldig: het beroemde en beruchte Kerstdiner. Die waren legendarisch! Een half etmaal copieus eten, drinken en feesten op kosten van de zaak! Daar hadden we veel meer plezier van dan van een duf kerstpakket.

Dat heb ik dus allemaal niet meer. Ik schrijf momenteel als copywriter voor Uitjesbureau. Ik schrijf over personeelsuitjes in diverse grote steden. Zo heb ik tot dusverre geschreven over Leiden, Groningen, Breda, Zwolle, Eindhoven en Antwerpen. Met de ene stad heb je meer dan met de andere stad, maar elke stad waar ik mee bezig ben beschrijf ik met even veel liefde. En als ik iets niet weet over een stad of iets bijzonders wil weten dan heb ik bijna altijd wel ergens mensen zitten die mij het fijne kunnen vertellen over die stad.

Het is elke maand weer een verrassing op welke stad ik mijn pennenvruchten mag loslaten en zo werd ik vorige week ineens aangenaam verrast met Maastricht! Ik was maar een keer of drie in Maastricht geweest. De laatste keer was ook alweer een jaar of 16 geleden. Ik ken ook geen mensen in Maastricht en de Maastrichtenaren die ik ken wonen allemaal al heel lang in Amsterdam. Die zijn Vermokumst. En daarbij spreek ik die niet heel vaak.

Er zat dus niks anders op, bedacht ik: dan ga ik lekker zelf naar Maastricht! Lekker met m’n meisie. Mijn zelfgekozen kerstpakket voor ons samen. Er op af! Want wat ik nog wel wist van de keren dat in Maastricht was geweest is dat je er schaamteloos van de geneugten des levens kunt genieten en daar waren mijn dame en ik toevallig net even dringend aan toe! Eerst wat veldonderzoek op Facebook: waar eet je lekkerste Patat Zoervleisj? Wat zijn toffe restaurants? Wat moeten we zien?

Met een leuke lijst aan tips kwamen we aan in ‘Mestreech’, zoals de mensen uit de stad het uitspreken en dat is dan ook meteen de bijnaam van de stad. ‘Mestreechteneren’ zijn een trots en cool volkje. Voor hen geen knotsgekke carnavaleske bijnamen die Zuid-Nederlandse steden vaak voeren zoals ‘Oeteldonk’, ‘Kielegat’ en ‘Kruikenzeikers’ en dat soort grappen. Nee, Mestreech is gewoon Mestreech, het hele jaar door.

In die mooie stad aan de Maas schrijven de mensen ‘Genieten’ met een hoofdletter, maar ze spreken het uit met een heerlijk sappige ‘zachte G’. En Genoten hebben we. Chablis aan de Maas, Zoervleisj bij Reitz op de Markt, een heerlijk diner bij Le Tapage in de Sint Pietersstraat en als absoluut culinair hoogtepunt ons diner op de tweede avond bij Pieke Potloed, een parel verstopt in de Sporenstraat. Ik was door meerdere mensen getipt over Pieke Potloed en dat was terecht. Zelden zo ongelooflijk goed gegeten en dan ook nog eens voor een meer dan schappelijke prijs. On-Nederlands goed, maar ‘Mestreechteneren’ beschouwen zich dan ook niet echt als Nederlanders. Ze hebben er ook nooit bij willen horen, zo vertelde onze stadsgids. Maastricht voelde en voelt zich veel meer verwant met België en zijn tegen hun zin bij Nederland getrokken.

We Genoten van de prachtige binnenstad en van alles wat die stad bijzonder maakt. Als schrijver mocht een bezoekje aan de, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, mooiste boekhandel ter wereld natuurlijk niet ontbreken: Boekhandel Dominicanen in de Dominicanerkerkstraat. Een boekhandel in een prachtige oude kloosterkerk in hartje Mestreech. Nu ik er toch was wilde ik stiekem toch even weten of er een boek met mijn naam er op in de schappen stond. Dat is geen eigenpijperij, maar het is natuurlijk toch tof als je je eigen naam ziet staan in de allermooiste boekhandel die ik ooit heb gezien. Even zoeken bij de sportboeken en verdomd, er lag nog een Ajaxjaarboek tussen de sportboeken en warempel, daar stond ook de naam van deze mafkees uit Amsterdam op! Dat bezorgde me een nog grotere glimlach dan dat ik al had.

Na het fantastische diner bij Pieke Potloed liepen we vol en zoet weer naar het station. Weer terug naar Mokum. Met een buik vol van het heerlijke eten en hoofd vol met inspiratie voor mijn nieuwe stukken voor de personeelsuitjes in Mestreech tolden we de trein weer in. Mestreech, bedankt! We hebben Genoten met een grote G.

Mijn vriendin en ik hebben de afgelopen periode op z’n zachtst gezegd een roerige tijd gehad en er komt nog veel meer aan komend jaar. Mo heeft borstkanker en zit nu al vol in het behandeltraject. Maar tijdens deze twee heerlijke dagen in Mestreech kon die ziekte zelf even lekker een flink eind opkankeren. We waren twee dagen even helemaal vrij, ook in ons hoofd. We hebben het vrijwel niet over de ziekte gehad, want we hadden het veel te druk met Genieten. Wij waren, al was het maar voor even, bevrijd aan het Vrijthof.

Rodweek 154 De Messias

Na vandaag zit mijn voetbalramadan er op. Dan is dat bedorven WK voetbal in Qatar voorbij en ga ik weer alles wat met voetbal te maken heb kijken op TV. Ik heb amper een balomwenteling gezien van dit WK. Hier en daar een flits op het nieuws of ik hoorde en las van alles. Helemaal uitschakelen lukt natuurlijk nooit. Maar, naar eer en geweten: ik heb geen enkele keer ingeschakeld om dit bedorven WK te kijken en mensen die weten hoeveel ik van voetbal houd weten dat dat best lastig voor me is. Ik heb mijn voetbalhonger enigszins gestild door op Sportpark de Toekomst naar de Ajaxjeugd te gaan kijken en door naar de kraker in de Tweede Divisie tussen AFC en De Treffers te gaan. Voetbal zoals het ooit bedoeld is. Omdat de beoefenaars voetballen leuk vinden. Heerlijk.

Ik kan vrij neutraal naar een WK of EK kijken, in tegenstelling tot naar Ajax kijken. Dan wil ik gewoon dat Ajax wint. Klaar. En dan kan ik oprecht even balen als dat niet gebeurt. Nederland uitgeschakeld? Jammer, maar dan gaat het leven een seconde later gewoon weer verder. En dit jaar werd Nederland dus uitgeschakeld door Argentinië. Geen seconde van gezien maar ronkende commentaren van mensen op mijn socials. Want wat waren ze toch gemeen die Argentijnen en wat is die Messi toch een naar mannetje! Heel Oranje-minnend Nederland hoopt nu dat die vreselijke Argentijnse smurf (die waren toevallig ook in lichtblauw en wit gekleed) geen wereldkampioen wordt.

Nou boehoehoe! Selectief gejank. Diezelfde Nederlanders vonden het in 1998 ‘professioneel’ toen Edwin van der Sar de Argentijn Ortega een rode kaart aannaaide door als een stervende zwaan naar de grond te gaan na een vermeende kopstoot die er niet eens op leek. Dat Van der Sar destijds niet voor de Oscars is genomineerd is een wonder. Op hetzelfde toernooi stampte die lieve Dennis Bergkamp even bewust maar ‘professioneel’ op de ribbenkast van een Joego en wie hoorde je toen Nigel de Jong in de WK-finale van 2010 als ware hij Bruce Lee het borstbeen van Xabi Alonso probeerde te splijten? Niemand toch? Als Robben die bal langs Casillas had gekregen en Nederland wereldkampioen was geworden, dan was Nigel gewoon ‘professioneel’.

Net als dat gelul dat Nederland ‘niet mooi zou spelen.’ Nogmaals, niks van gezien, maar wedden dat het hele land dat was vergeten als ‘we’ wereldkampioen waren geworden? Weinig toernooikampioenen winnen met mooi voetbal. De mooiste ploegen sterven meestal in schoonheid ergens in de kwart- of halve finales. Lelijke toernooiwinnaar: Nederland EK 88. Eerste wedstrijd tegen de Sovjets verloren, bemazzeld gewonnen van Engeland en Ierland (anders was het daarna gewoon over geweest), verdiend maar fortuinlijk gewonnen van de Duitsers en een aardige finale tegen de Sovjets met een wereldgoal. Maar mooi voetbal: verre van. Wie hoor je daar nog over? Niemand. En dat is ook prima, de kampioen is altijd terecht. Dan had de rest het maar beter moeten doen.

Maar het is natuurlijk ‘supportunisme’ ten top. Selectieve verontwaardiging, daar zijn we goed in, in ons fijne kikkerlandje. Van mij mag Messi dat WK winnen. Het maakt hem de grootste van zijn tijd. Zoals die Argentijnse held de grootste van zijn tijd was. Argentinië werd in 1986 letterlijk aan de hand van Maradona wereldkampioen en Messi maakte tegen Nederland dus ook tamelijk opzichtig hands en werd niet beboet met een kaart. Terwijl er anno 2022 toch 300 camera’s meer en een VAR bijstaan om dat vast te stellen. Maar goed, een beetje vals spelen kon er op dit van corruptie aan elkaar hangende toernooi wel bij toch? Kniesoor die er op let. Ik gun Messi de titel. Jammer alleen voor hem dat het op dit WK is, samen met het WK in zijn vaderland in 1978 het meest vieze toernooi ooit. Als Argentinië deze wint kunnen we stellen dat het land een patent heeft op het winnen van besmette titels: in 1978 in eigen land onder het Videla-regime, in 1986 in Mexico door een beroemde handsgoal in de kwartfinale en dan dit jaar in een van corruptie, gebrek aan mensenrechten en een van mensenleed aan elkaar hangend WK in Qatar. Dat is ook een prestatie, toch?

Maar terug naar het sportieve: ik heb Messi twee keer in het echie zien spelen in Barcelona. De eerste keer was in 2012 met mijn aanstaande ex. We bezochten een wedstrijd in het prachtige Camp Nou. Barcelona-Getafe. Mijn ex, totaal niet gehinderd door enige voetbalkennis, vroeg zich tijdens het kijken naar de wedstrijd af wie (en dit waren haar woorden) ‘die kleine slome’ was die alleen maar liep te wandelen. Dat was een haarscherpe observatie, want het is zo. Alle veldspelers waren in beweging en hij kuierde daar een beetje tussendoor. Alsof ie op op een verloren dag over een rommelmarkt aan het lopen was. Ik informeerde mijn vriendin over het hoe en wat van de wandelende zonderling op het veld: ‘Lieverd, dat is Messi. Die doet inderdaad geen moer. Maar let zo maar eens op.’ En inderdaad, Messi stelde me niet teleur. Het werd 4-0. Messi versnelde, als een roofdier die afgaat op zijn prooi, precies vier keer. Hij maakte er drie. De vierde gaf hij voor. Echt een fenomeen om te zien. Zeker als je twee keer 45 minuten op hem let in het stadion. Echt een roofdier.

Of hij de beste voetballer aller tijden is? Daar ga ik niet over. Pele en Cruijff waren de besten in hun tijd, Maradona in zijn tijd en Messi en Ronaldo zijn de besten in hun tijd. Ik ben benieuwd naar de opvolgers. Waarschijnlijk Mbappe die vanavond dus tegenover die verschrikkelijke Messi staat. Ik ga niet kijken. Ik hoor wel wie er wint, maar wat mij betreft zet Messi vandaag de kroon op zijn prachtige loopbaan. Dan is hij officieel de Argentijnse Messias.

Gestrand schip of gemiste boot?

De lente begon al voorzichtig kopjes te geven op 15 maart 2020. Een ontluikend lentezonnetje als beloftevol begin van een mooie lente en zomer. Ik maakte me thuis klaar voor een avond werken in Café de Toog in Amsterdam Oud West. Begintijd 18.00. Vaak eet ik dan thuis wat van tevoren, maar op deze dag had ik bedacht om gewoon eens lekker in het café te gaan eten. Mezelf even laten verwennen met een lekkere biefstuk. Om 17.30 zat ik aan tafel, mijn biefstuk met roseval aardappelen werd geserveerd, ik had mijn eerste hap net in mijn mond en toen ging ineens de telefoon. De werkgever (ik ben allergisch voor het woord baas): ‘’ Rod, het is een beetje gek, maar je moet om 18.00 dicht. Alle horeca moet om 18.00 dicht. Corona-maatregelen. Geen idee hoelang dit gaat duren. Maar je moet nu de laatste ronde doen.’’

Omdat het best lekker weer was zat de kroeg gezellig vol en zat er ook op het terras best wat volk maar iedereen moest dus stante pede afrekenen. Een krankzinnige situatie. 18.15 waren we leeg. Hoewel… mijn collega en ik gaven wat stamgasten achter gesloten deur nog een biertje en die arme groep Australische toeristen die na een wereldreis net in Amsterdam waren geland en die smachtten naar een drankje hebben we natuurlijk ook nog wat gegeven!

Opruimen en naar huis. Afwachten hoelang deze situatie zou duren. Nieuwssites checken. Eerst zou het twee weken duren, maar het werd steeds verlengd. In eerste instantie vond ik het eigenlijk wel prima. Een soort gedwongen vakantie en we werden gewoon keurig doorbetaald. Dat vond ik voor eventjes niet eens zo heel vervelend. Ook wel grappig, op zaterdagmiddag een foto maken op een lege Dam of op de trambaan van het Rokin. Dat had ik nog nooit gezien. Maar gaandeweg vond ik de situatie toch steeds vervelender worden. Want wat heb je aan vakantie als de winkels en de kroegen niet open zijn of als je, zoals ik, niet meer meer naar het voetballen kan? Na een paar weken nutteloos thuiszitten had ik het wel gehad. Ik hou niet van stilzitten.

Uiteindelijk duurde die hele eerste lockdown dus een goeie tweeënhalve maand. Op 1 juni mochten we, onder restricties, weer open. Niet alleen waren wij blij dat we weer aan het werk konden, maar onze gasten waren ook blij dat ze weer bij ons aan de bar of op het terras konden zitten. Die blijdschap betaalde zich uit in de hoogste fooi die mijn collega en ik, tot op de dag van vandaag, ooit hebben gekregen.

‘’Acht euro, alstublieft.’’
‘’Doe maar dertig man!”
’’Dertien? Hartstikke bedankt!’’
‘’Nee. Ik zei dertig. Blij dat jullie weer open zijn!’’

Letterlijk dat dus. En zo hadden we meer gasten die hun blijdschap en vrolijkheid uitdrukten middels een prettige fooi. En zo ging dat de hele zomer van 2020 gezellig door. Mensen waren weer vrij en daar werden ze ook bijzonder vrijgevig van. Al was dat natuurlijk ook omdat ik in de Toog met toppers werkte. Hoe het ook zij: voor ons was het een prima zomer!

En toen werd het oktober. Tante Corrie greep meer en meer om zich heen met haar machtige tentakels, steeds meer mensen werden ziek en de tweede lockdown volgde.

En deze zou heftiger worden dan de vorige. Ik had al wel bedacht dat ik niet weer twee maanden, of langer, maar een beetje afwachtend op m’n reet zou gaan zitten. Ik wilde, voor zolang als het zou duren, iets nuttigs doen. En toen was daar ineens #horecahelptdezorg. Ik kon, met behoud van salaris, iets doen in Verpleeghuis de Klinker in Oud West. Geen onbekend terrein want ik heb daar tegenover gewerkt, Oud West is mijn buurt en ik ken veel mensen die er wonen of werken. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Doen! Ik had alleen nog geen flauw idee wat ik daar dan moest doen. We zien wel waar het schip strandt.

Dat werd snel duidelijk. Ik maakte in de ochtend ontbijt en tussen de middag lunch voor de bewoners van mijn afdeling en ondertussen praatte ik veel met ze, speelde een bordspelletje en als er een roker was dan nam ik die mee om samen een sigaretje te roken. De bewoners werden, hoewel ze soms bijna twee keer zo oud als ik waren, een beetje mijn kindjes. Ik had echt een band met ze.

Ik had het geweldig naar mijn zin, maar ondertussen wist ik nog steeds niet wat er met de horeca zou gebeuren. En in al die tijd in de Klinker was ik inmiddels ook warm geworden voor het vak van verpleegkundige en dus besloot ik de opleiding in te gaan.

Lang verhaal kort en daar staat in het boek meer over: dat was niet mijn ding.

Maar ik heb het wel geprobeerd. En zo heb ik in die lange lockdownperiode wel meer dingen gedaan of in elk geval geprobeerd die buiten mijn comfortzone lagen. Het ene met meer succes dan het andere, maar er wel gewoon voor gegaan.

Over die periode en meer verhaal ik in mijn nieuwe boek, Lockdownsyndroom. Een titel die refereert aan een periode waarin ik soms ook gek werd van de onzekerheid. Maar het was ook een periode waarin ik heel veel over mezelf heb geleerd en mezelf heb ontwikkeld. Een periode van kijken naar nieuwe mogelijkheden en perspectieven in het leven. Soms beviel zo’n nieuw perspectief en soms niet.

Maar eigenlijk heb ik mijn leven altijd zo geleefd: ik denk in mogelijkheden. Als iets niet lukt of niet bevalt schakel ik gelijk door naar iets anders. Zonder daar al te lang over na te denken. Gewoon BAM. Niet zielig in een hoekje huilen en klagen dat het leven zo hard is: zoek en pak je kansen. Zeik niet en ga door. En of het goed afloopt dat zie je dan wel weer. Om er maar even een lekkere geile tegeltjeswijsheid in te gooien en wat ik ook tevens als levensmotto gebruik: ‘’Niet weten waar het schip strandt is beter dan de boot missen.’’


Rodweek 153 Vrij naar Jules Deelder

Jaren geleden schreef Jules Deelder een gedicht voor zijn dochter Ari. Dat gedicht begon met de zin: ‘’Lieve Ari, wees niet bang, de wereld is rond, en dat istie al lang.’’ Ik moest er laatst aan denken toen ik de TV aanzette en Matthijs van Nieuwkerk nog vaker dan gebruikelijk op TV zag. Ik dacht namelijk dat het gedicht van Jules begon met de zin: ‘’Lieve Ari, wees niet bang, de wereld draait door en dat doet-ie al lang.‘’ Mea culpa, mijn fout, maar we maken allemaal weleens een fout. Of niet soms, Matthijs?

Want aan de lange polonaise van zich misdragende en op de digitale brandstapel gegooide bekende Nederlanders die we in 2022 hebben gehad heeft ook Matthijs van Nieuwkerk zich aangesloten. Matthijs scheen dus nogal de bullebak te hebben uitgehangen tegen zijn redactie en nu, jaren later, vallen alle lijken uit de kast. Ik sta daar tweeledig in. Vooropgesteld staat dat je je te allen tijde fatsoenlijk hebt te gedragen tegen je ondergeschikten. Als de verhalen die nu naar buiten komen kloppen dan heeft Van Nieuwkerk zich als een ongelooflijke zak hooi gedragen en daar mag hij ook voor worden gestraft. Al denk ik dat zijn voorgoed besmeurde naam en reputatie misschien al een behoorlijke straf is. Nadeel van een bekende kop hebben is dat iedere boerenlul iets van je vindt. Dus ook als je je misdraagt. Al die bekende Nederlanders die zwaar over pot hebben heen gepist in het afgelopen jaar worden voor eeuwig herinnerd aan hun wandaden. Dat is wat deze digitale tijd nu met mensen doet. In plaats van ‘The walk of fame’ is simpel de straat op gaan om boodschappen te doen voor Matthijs en de rest van de beroemde polonaise nu ‘The walk of shame’.

Anderzijds speel ik even Advocaat van de Duivel van Nieuwkerk: 15 jaar lang een programma als DWDD presenteren is keiharde topsport. Dat geeft je nog steeds geen reden om je als een gestoorde TBS’er te gedragen, maar de druk en spanning die er elke dag is om een topprogramma neer te zetten lijkt me heftig en het lijkt me dat Matthijs en zijn redactie daar beter in begeleid hadden moeten worden. Het is makkelijk om nu met het grote publiek vanaf de zijkant en vanachter onze laptop deze man van z’n voet tot z’n hoed af te fikken.

Een vriendin van mij trok een leuke vergelijking op micro-niveau. ‘’Al die mensen die nu Van Nieuwkerk online zitten af te fakkelen hebben nog nooit met een chefkok in de horeca gewerkt.’’ Dat is inderdaad een redelijk treffende vergelijking. Ik heb jarenlang in de horeca gewerkt en ik zal niet zeggen dat alle koks met wie ik heb gewerkt stapelgek en opgefokt zijn, maar ook best een boel wel! Zeker met spitsuur tijdens een drukke lunch of een diner, dan moest ik het ook niet in m’n hoofd halen om ook maar een klein foutje te maken. Dan konden ze gek worden. Of ze gingen compleet uit hun pan (!) als ik om een extra bakje mayonaise vroeg omdat de gast dat gewoon bestelde. Ze konden volkomen debiel onredelijk zijn. Koks voelen ook die druk dat ze elke keer die bonnen binnen zien komen en die denken dan dat alles maar snel af moet. Ik was en ben altijd makkelijk daarin geweest: rustig aan, mensen wachten maar, zeker als het druk is. Ze hebben ook maar twee handen, dus sneller dan het gaat, gaat het niet. Zeker als ik even uitlegde dat het spitsuur is vonden mensen dat meestal geen probleem. En mensen die gehaast gingen doen raadde ik het restaurant met de grote gele M aan. Dat haalde ook veel druk bij die koks weg, omdat m’n collega en ik rustig bleven en het overzicht hielden.

Nou ben ik daar altijd goed tegen dat soort druk bestand geweest en liet ik me er nooit door gek maken, maar ik heb best een aantal collega’s meegemaakt die amper de keuken binnen durfden te lopen omdat ze bang waren dat hun strot er af werd gebeten. Of die huilend wegliepen. Ik liet me nooit zo van de wijs brengen door een briesende kok. Ik liet me gewoon niet afblaffen en zei er wat van. En ik heb ook wel eens een gesprek gevoerd met een chefkok, buiten de werkgever om, omdat ik vond dat diegene zich als een malle patiënt gedroeg en of dat even heel snel kon stoppen. Niet iedereen is zo assertief, maar ik ben gewoon niet van zulk gedrag naar mij toe gediend. Maar soms kiezen mensen voor de veiligheid van hun baan en laten ze zich maar alles zeggen door ‘’Mijnheer van Nieuwkerk’’ of door een kok die even gek wordt. Ik niet.

Ik luister en doe prima wat een werkgever of een collega van mij vraagt, maar ik heb geen baas. Ik heb een werkgever en ik heb collega’s. Honden hebben een baas. Dus ik laat me ook door niemand afblaffen als een hond. ‘’Mijnheer van Nieuwkerk’’ had aan mij een slechte gehad. Voordat hij mij overspannen zou naar huis zou schreeuwen zou ik zelf al lekker thuis zitten. Alles uit m’n handen laten vallen en lekker met een glaasje wijn en een kaasje op de bank op zoek naar nieuw werk. En doorrrrrr!

Hoe hard de les nu ook voor hem moge zijn, want hij is keihard van zijn voetstuk geschoten: ik hoop dat Matthijs van Nieuwkerk van deze situatie leert en dat hij zich beseft dat hij een totale lul de behanger is geweest voor zijn werknemers, hoe hoog de druk ook kan zijn: er zijn geen excuses voor slavendrijverig horkengedrag. En dat zijn werkgever ook beseft dat zij in de begeleiding compleet hebben gefaald. Hij heeft zo’n 2500 afleveringen van DWDD gepresenteerd en ik geloof echt niet dat hij al die 2500 afleveringen een eikel is geweest, maar al is het maar 50 of 100 keer dan is dat nog altijd 50 of 100 keer te veel.

Dus Matthijs, lik je wonden, ga in therapie of ga lekker je centen tellen en bedenk je, vrij naar Jules Deelder:

‘’Matthijs, wees niet niet bang,
De wereld draait doooorrrrrrrrr!
En dat doet ie al lang.’’

Rodweek 152 Zendelingen


Mensen die de hinderlijke gewoonte hebben om andere mensen te bekeren behoren tot de meest vervelende schepsels op de wereld. Vandaar dat ik altijd zo’n pesthekel heb gehad aan religie: mensen die een religie aanhangen hebben de vervelende neiging om een monopoly op de waarheid te nemen. En in extreme gevallen willen ze hun geloof, wat feitelijk niets meer dan een subjectieve waarneming is, met geweld aan je opdringen. Maar goed, dan hebben we het dus over de extreme mafkezen.

Doorgaans zijn de meeste fanatieke gelovigen gelukkig niet zo heel erg gevaarlijk. Ze zijn hooguit irritant als ze hun mening willen opdringen. Irritant als een wesp die rond je drankje zoemt. Niks doen, die gaan vanzelf weg. Het geldt overigens niet alleen voor religieuze mensen maar ook voor mensen die op een latere leeftijd heel erg in iets zijn gaan geloven. Tamelijk jeukopwekkende types die mensen hun mening op willen dringen kunnen bekeerlingen zijn die hun leven op een dag radicaal hebben veranderd. Mensen die bijvoorbeeld zijn gestopt met roken, alcohol of drugs. Of die gestopt zijn met vlees eten. Want zij zijn met al die verderfelijke toestanden gestopt en dus moet jij dat dan ook maar doen en hoe kan je zo’n vreselijk mens zijn om te roken, drinken, drugs te doen of vlees te eten en boe en bah en bla. Of mensen die hun politieke opvatting door je strot willen duwen.

Maar de allerergste mensen in het genre der bekeerlingen: mensen die ineens het licht hebben gezien en in een god zijn gaan geloven. Die types zijn veel heftiger en fanatieker dan de oergelovigen die hun hele leven al in die god geloven. De bekeerlingen hebben alles in hun ongelovige leven gedaan wat hun zogenaamde god verboden heeft en die komen het dan nu allemaal even uitleggen aan verloren zielen zoals ik. Ga je gauw weg! Kssst!

Ik heb ook best een mening over dingen. Ik zal ‘m alleen nooit opdringen. Doe er mee wat je wilt. Weet je wat het is? Meningen zijn als anussen. Iedereen heeft er eentje, maar die hoef je niet altijd maar ongevraagd in iemands gezicht te duwen.

Ik heb vroeger wel eens met zo’n jongen gewerkt. Ik kende hem van het uitgaan. Dat jong stuiterde als een ongeleid projectiel door de Amsterdamse nachten. Prima dat-ie daar op een dag maar eens mee gestopt was, beter ook voor hem, maar die gozer was dus helemaal ‘in de heer geraakt’. Moet ie zelf weten. Al gelooft ie in een goddelijke gnoe. I don’t care. Maar hij had dus ook ineens zo’n rare glazige EO-reli Tijs van den Brink-blik in zijn ogen. Een hardcore gelovige. Zo’n bekeerhoofd die mij wel even ging uitleggen hoe het allemaal werkt in het leven en hoe ik het allemaal moet doen. Dan haak ik dus al snel af. Ik vind het prima om naar anderen en hun meningen of levensopvattingen te luisteren, maar val mij en andere mensen niet lastig met je bekeerdrang. Doe ik ook niet bij anderen: om de sodemieter niet dat ik ook maar iemand de les ga lopen lezen en met een priemend vingertje ga debiteren wat er allemaal wel en niet mag.

Mijn religie is voetbal in het algemeen en Ajax in het bijzonder. Het zal u niet ontgaan zijn als u mij zelfs maar een heel klein beetje kent. Omdat ik al jaren vind dat alles rond het WK in Qatar stinkt als de meest gore stinkscheet die je ooit hebt geroken en dan maal duizend heb ik, ook al jaren geleden, besloten dat ik niks van dit WK hoef te zien. Van de toewijzing, tot de arbeidsomstandigheden, de mensenrechten (of beter: het gebrek eraan) en alle kleinere en grotere omstandigheden die als een een rottend lijk om dit ‘voetbalfeest’ heenhangen stinkt het. Het maakt dat ik voor het eerst in mijn leven een maandje van mijn geloof val. Dit is niet mijn feestje. Iemand trok de makkelijke kaart of ik dezelfde mening toegedaan zou zijn als Ajax daar een belangrijke wedstrijd zou moeten spelen. Makkelijke vraag met dito antwoord: nou en of!

Dat is mijn keuze. En niet die van iemand anders. Ik ben dus niet zo’n vervelende ‘anti-Qatar’-zendeling die iedereen maar even de maat gaat nemen omdat ze het voetbal wel kijken of het wel willen uitzenden omdat het geld in het laatje brengt. Iedereen doet maar lekker wat-ie doet. Voor mijn part met zo’n oranje molentje op het hoofd en je brulpak aan. Daar heb ik toch al nooit wat aan gevonden.

Wat ik ga doen tijdens die WK-periode: verliefd worden. Ik wil weer verliefd worden op voetbal. Ik ga lekker bij wedstrijden in de Eerste Divisie of bij de amateurs kijken. Of op zaterdagochtend eens kijken bij de wedstrijden van kinderen van mijn vrienden. Dingen die ik de afgelopen jaren te weinig heb gedaan en waar ik nu ook meer tijd voor heb nu ik weinig in de horeca werk. Even terug naar de basis. Lekker langs de kant staan, ook als het koud is. Patatje met in de kantine. Iedere kenner weet: de lekkerste patat verkopen ze nog altijd in voetbalkantines! Zo’n kantine die echt naar voetbal ruikt en niet naar commercie en corruptie. Sporttassen in de gang. Waar jongens en meisjes en ook volwassenen nog voetballen omdat ze voetballen leuk vinden. Omdat ze er plezier in hebben. Die geen dubbele agenda hebben. Gewoon, omdat ze nog echt geloven in de schoonheid van hun favoriete sport.

Als je net als ik dat vergiftigde WK ook niet zo nodig hoeft te zien: kom gerust een keer gezellig met me mee of support je eigen lokale voetbalhelden op welk niveau dan ook. Doe lekker je ding. Ik ga absoluut niemand bekeren want ik hou niet van zendelingen. Ik keer zelf gewoon even terug naar de basis.

Rodweek 151 De Voetbalkroeg

Er gaat niets boven een voetbalkroeg. Je eigen voetbalkroeg wel te verstaan. Iedere voetbalsupporter van welke club dan ook verdient een eigen voetbalkroeg. Het liefst van de club in de stad waar je woont. Dat geluk moet je ook maar net hebben. Mijn gabber bijvoorbeeld, die is ooit voor de liefde naar Rotterdam verhuisd. Hij heeft het daar prima naar z’n zin, is van de stad gaan houden en is vrijwel volledig geassimileerd als Rotterdammer. Op één belangrijk detail na: een clubliefde kan natuurlijk nooit veranderd worden. Zijn liefde voor Ajax is meeverhuisd naar de havenstad, dat zit nou eenmaal voorgeprogrammeerd in de man! De consequentie van het wonen in Rotterdam is helaas wel dat die arme jongen dus niet naar de buurtkroeg kan gaan en vragen aan de barman of ie Ajax even gezellig op wil zetten. Laat staan er keihard voor te juichen. Dan vliegt ie met kop en kont de tent uit, in het gunstigste geval. Dat lijkt mij een verschrikkelijk groot gemis. Mijn gabber voelt zich soms als Napoleon die naar Elba en Sint Helena werd verbannen: een Ajacied in ballingschap die zijn Ajaxshirt slechts in zijn eigen huis kan dragen. Gelukkig komt hij nu en dan weer even wat Ajax-zuurstof tanken in Amsterdam en dan neem ik hem dus ook mee naar mijn voetbalkroeg.

Mijn favoriete voetbalkroeg is De Gouden Florijn. Die bevindt zich op de Rozengracht, de straat die de Jordaan letterlijk in tweeën splitst. Heel af en toe ga ik wel eens vreemd met andere voetbalkroegen, maar mijn thuisbasis is doorgaans de Florino. Een gemiddelde zondagmiddagwedstrijd gaat als volgt: je komt binnen en werpt gelijk een blik op de stamtafel. De andere ‘usual suspects’ die de stamtafel doorgaans bevolken zijn er allemaal al. Je vraagt of er nog een pooltje is vandaag. Die is er. Inzet drie piekies. Je bent laat, alle populaire en gangbare uitslagen zijn al genoemd, maar je doet toch mee. Misschien verrast je cluppie. 5-1 gok je. Kan zomaar, dus die vul je in en je tikt je 3 euro af bij degene die zich als penningmeester heeft opgeworpen.

Hoewel je na een lange zaterdagnacht soms nog niet helemaal wakker bent moet je er rekening mee houden dat de rest van de tafel al wel op standje AAN staat. De grappen aan de stamtafel gaan doorgaans gelijk vlot. En het bier en de wijn vanzelf ook wel weer. De opstellingen komen in beeld. Iedereen heeft een mening over de opstelling en de trainer.

Einde wedstrijd. ‘Ze’ waren weer vreselijk, maar hé, lelijke overwinningen tellen ook en ‘we’ doen tenminste nog mee. Of ze waren heel goed. Of ‘we’ wonnen ‘gewoon’, zoals een Ajacied dat nou eenmaal verwacht. Je hebt de pool weer niet gewonnen, maar ja, dat ben je gewend. Volgende keer beter. Of niet.

Rond etenstijd ga je maar weer eens op huis aan. Zelf koken? Chinesie bestellen voor onder Studio Sport? Je bedenkt het onderweg wel. Vaststaat dat er wat meer eten in moet dan de paar snackjes die je op hebt. Thuis flans je snel iets eetbaars in elkaar, of je bestelt wat, en precies om 19.00 plof je met je bord op schoot neer op de bank om Studio Sport te kijken. Te kijken naar de momenten die je in de voetbalkroeg gemist hebt omdat je het te druk had. Te druk met al die niet na te vertellen grappen. Die grappen die je buiten de voetbalkroeg niet kan uitleggen aan mensen: je had er bij moeten zijn.

Het is nu 14 november 2022. De winterstop valt dit jaar vroeg voor mij. Vanwege het WK in Qatar speelt Ajax pas in januari weer. En normaal gesproken vind ik een WK of een EK een prima surrogaat voor de Ajax-loze maanden, want er is tenminste voetbal op TV en ik word doorgaans heel rustig van een groen scherm met voetballers daarop. Maar dit WK stinkt zo aan alle kanten dat ik er helemaal niks mee te maken wil hebben. Van de toewijzing aan het land, het volledige gebrek aan mensenrechten tot aan de duizenden arbeiders die als direct gevolg van de stadionbouw in de Qatarese bloedhitte zijn gestorven: dan voelt het voor mij niet goed om gezellig in een oranje shirt lollig te gaan doen in de kroeg. Ik vaar in dezen op mijn eigen morele kompas. Ik zal niemand erop veroordelen die wel gezellig voetbal wil kijken in de kroeg en ik begrijp kroegen die het gewoon als lekkere extra omzet zien, maar mij zal je voorlopig niet vinden in de voetbalkroegen. Het voelt gewoon niet lekker. Ik hoef er ook niks van te zien, ook niet thuis. Maar ieder z’n ding. Leven en laten leven. Dachten ze er zo ook maar over in Qatar. Voetbal is voor mij in elk geval klaar voor dit jaar. Al scoort keeper Justin Bijlow in de WK-finale de winnende met een uittrap vanaf z’n eigen doel en wordt Nederland voor het eerst in de historie wereldkampioen: het zal mij werkelijk aan mijn derrière oxideren. Voor mij wordt het twee maanden zonder voetbal. Ik noem het mijn ‘voetbalramadan’. En die is, as we speak, vandaag ingegaan.

Het voetbaljaar 2022 zit er op voor mij. Zondag 8 januari 2023. NEC-Ajax. 14.30 in de Gouden Florijn. Dan is de voetbalramadan voorbij. Ajax kent een chagrijnige eerste seizoenshelft en eigenlijk is het wel even lekker om me even niet te hoeven ergeren aan het verschrikkelijke spel en het gezeur rond de club, maar toch: ik kan nu al niet wachten tot de voetbalramadan voorbij is en om weer gezellig in de voetbalkroeg te zijn. Juichend, lachend en klagend met met een mening, zoals het hoort in de voetbalkroeg.

Rodweek 150 Fundavoyeurisme

De slag om ooit een huis te kunnen kopen in Amsterdam heb ik helaas nooit kunnen slaan. En ik heb ook niet de illusie dat ik ooit een huis in mijn favoriete stad zal kunnen kopen. Tenzij de Staatsloterijballetjes natuurlijk een keer leuk vallen of dat ik eindelijk eens die bestseller schrijf. Of dat die woningmarkt echt een keer als een rotte tomaat uit elkaar spat. Dan speel je toch een heel andere wedstrijd op de woningmarkt, toch?

Maar laten we realistisch zijn, want dat voorkomt teleurstellingen: het gaat ‘m voor mij normaal gesproken gewoon niet worden in dit leven. En om een half miljoen neer te leggen voor een krot ‘’voor de handige klusser’’: nou nee. Buiten Amsterdam wonen is ook geen optie, dus ik blijf gewoon lekker in m’n huurhut aan het Waterlooplein zitten. Maar ik vind het af en toe wel leuk om me te vergapen aan woningen die ik nooit zou kunnen of willen kopen. Ik vind het grappig om af en toe de voyeur uit te hangen op Funda en om dat kruiperige makelaarsjargon dan te lezen.
Ik zal er even een aantal vertalen:

– ”Buurt in opkomst”: Nog steeds een armoedige probleemwijk

– ”Dichtbij uitvalswegen”: Je woont aan de snelweg of aan het spoor

– ”Kindvriendelijke buurt: de hele dag schreeuwende koters voor je deur

-”Alsof de tijd er heeft stilgestaan”: ouwe verwaarloosde klerezooi

-”Knus appartement”: Een kippenhok van 25 m2 voor 3 ton

-‘’Tiny House’’: De bezemkast van 8m2 die voor anderhalve ton wordt verkocht

-”Frans Balkon”: Nutteloze deur met een hekje ervoor zodat je niet uit je huis flikkert

-”Authentiek”: Een krot waar nooit iets aan gedaan is

-”Huis met potentie”: De rest van je leven klussen

-”Actieve VVE”: Bemoeizieke buren

-”Rustige wijk”: Er wonen alleen maar bejaarden

-”Bosrijke omgeving”: Er staan drie bomen voor je deur

-”Lommerijke omgeving”: je hebt geen zon in je tuin

-”Basisschool in de nabijheid”: je woont aan een schoolplein

-”Natuurlijke weelderige tuin”: Eén groot oerwoud met onkruid

-”Speelse indeling”: Rare onhandige hoekjes waar je niks kwijt kan

– ‘’Op loopafstand van het centrum’’: twee kilometer fietsen bedoelt-ie

– ‘’Op 15 autominuten van de dichtstbijzijnde stad’’: Je woont vijf dorpen verderop

-’’Voorzieningen op loopafstand’’: geen parkeerplekken

-‘’Unieke vormgeving’’: een onpraktisch huis in de vorm van een vlieger

– ‘’Gewilde locatie’’: Ja, vroeger, toen het nog betaalbaar was

– ”Vlakbij de levendige Jordaan!”: Gewoon ergens achter in Bos en Lommer dus

-‘’Een buitenkansje!’’: Hopelijk ben jij die gek die ons verlost van dit bouwval.