Rodweek 114 Doood! Dood moet je!


Afgelopen maandag nam ik mijn vriendin voor haar verjaardag mee naar Antwerpen. Lekker hotel in het centrum, copieus eten en drinken en lekker genieten van de stad en elkaar. Geloof mij maar, zo romantisch als deze jongen worden ze niet meer gemaakt. Al denkt mijn lief soms wat anders over mijn definitie van romantiek. Maar laten we het er maar op houden dat ik zo mijn momenten heb.

Op de terugweg richting Amsterdam bleven we nog een nachtje bij een vriend van ons in Breda logeren. Ook hier weer copieus lekker eten en drinken en gelukkig kon ik ook nog de galavoorstelling van Ajax tegen Borussia Dortmund op TV zien in een nabijgelegen kroeg. Allemaal top.

De volgende ochtend keken we met z’n drieën naar afleveringen van ‘’José en Oboema’’. Voor wie dit illustere duo niet kent: het waren in de jaren 90 personages uit mijn favoriete programma Jiskefet. Het programma heette ‘Achter de wolken. Liefdeslessen van José en Oboema’’. Oboema is een lompe plat Amsterdams pratende, zelfverklaarde witte neger met een imposante bos haar uit Amsterdam-Oost en José is het wat tuttige huisvrouwtje die de boel wanhopig in het gareel probeert te houden. Ze krijgen rond het avondeten om de meest onnozele dingen knallende ruzies die er dan steevast mee eindigen dat José Oboema een daverende soejang voor z’n harses geeft en dan keihard dingen als ‘’Dooooood! Dood moet je! Sterf nou toch eens eindelijk! Donder toch op, engerd!’’ roept naar haar eega. En vervolgens sluit ze zich dan op in de slaapkamer.

Aan het eind van de aflevering, vaak na wat lieve Afrikaanse woordjes van Oboema, is het dan altijd weer goed gekomen en legt Oboema in zijn eigen onnavolgbare vocabulaire uit hoe de ruzie heeft kunnen ontstaan en hoe je dat weer goed kunt maken. Samengevat: het is haar schuld en misschien ook een heel piepklein beetje die van hem. Eindigend: ‘En zo komt alles toch weer goed.’

Mijn dame was niet echt bekend met de serie, dus die kreeg snel een spoedcursus liefdeslessen mee.

Ik heb een zelfde soort haatliefde-verhouding als José en Oboema, maar dan met technische apparaten zoals telefoons en laptops. Aan de ene kant zie ik het gemak en het comfort dat ze bieden en heb ik daar liefde voor, maar aan de andere kant heb ik het technisch vernuft van een amoebe en is geduld bij mij eerder een vuile dan een schone zaak. Dingen moeten bij mij makkelijk en praktisch gaan en ik houd niet van onzin en ingewikkeld gedoe. Ik kan die apparaten intens vervloeken als ze niet doen wat ik verwacht en heb er meer dan eens aan gedacht om die zooi van 5 hoog naar beneden te flikkeren. Gelukkig zorgt een bovenmenselijke kracht er voor dat ik me toch steeds nog net weet in te houden.

Want op diezelfde ochtend in Breda mocht ik, met mijn voorrang EU-seizoenkaart, ook een kaartje kopen voor Borussia Dortmund-Ajax! Er waren ruim voldoende kaarten, dus zeker met mijn voorrangkaart moest het geen enkel probleem zijn. Dat was het ook voor niemand, Behalve weer voor deze piemelepoges natuurlijk. Om stipt 10.00 klikte ik mijn telefoon aan en ik kwam meteen in de wachtrij van een kwartier. No worries. Daar heb ik geen invloed op, dus daar wachtte ik nog geduldig op. Ik lag ook nog wel lekker in bed. Het kwartier was om en ja hoor! Ome Rod mocht ook een kaartje kopen. Dat leek soepel te gaan. Betalen met Ideal? Prima. Doen we dat. Word ik bij het betalen godverdomme uit Ideal geflikkerd!

Kwaaier kun je me niet krijgen, als zooi die gewoon moet werken niet werkt. Dus dan schiet ik al lichtelijk in de José-stand inwendig. Doooood, dood moet je! Met de Ajax-app in de rol van Oboema. De volgende 2 dagen zat ik nog steeds te kutten. Ik moest dingen verifiëren en ik begreep natuurlijk weer niet hoe dat moest op een telefoon. Het ‘dooood, dood moet je!’ schalde inmiddels ook al op luid volume door de huiskamer (vriendin gelukkig niet thuis) en ik begon de hoop op een kaartje al redelijk op te geven. Treinreis al wel geboekt. Dan maar in de kroeg kijken daar. Of lekker stiekem in een thuisvak tussen de Duitse fans? Ik dacht al over alles na. Mijmerend dacht ik terug aan de tijd dat mijn sigarenboer Max in de Jordaan altijd gewoon op de dag en precies het goede tijdstip van de voorverkoop onze seizoenkaarten door de scanner heen trok. En dan haalden we later onze wedstrijdkaartjes op en dan betaalden we. En dan kregen we er nog gratis een gezellig ouwehoerpraatje met Max bij ook. Mooie tijd. Geen enkele vorm van stress. Max heeft ons nooit teleurgesteld. De techniek daarentegen wel meer dan eens. Op zulke momenten denk ik met vochtige ogen aan die fijne sigarenwinkel van ome Max in de Tweede Goudsbloemdwarsstraat. Waarom moest dat veranderen? Iets met nieuwe tijd en zo. Het zal wel, maar ik mis het wel eens.

Ik had vanmorgen nog tot 10.00 de tijd om van  mijn voorrangsrecht gebruik te maken en de kaartjes gingen hard. Ik lag laat in bed en zette 8.00 de wekker. In 2 uur tijd moest zelfs zo’n digibetische staatsmongool als ik dit klusje toch kunnen klaren? Ik was al voorbereid dat er, na het zoveelste misverstand tussen mij en de hedendaagse techniek weer een ‘’Doooood! Dood moet je!’’ uit mijn mond zou vliegen, maar niets bleek minder waar vandaag. Gewoon op de laptop had ik binnen de tien minuten alles voor elkaar en betaald! Nul moeite! Twee dagen stress aan m’n kanis gehad voor dat kutkaartje en nu in één keer binnen een paar minuten de hele shizzle geregeld. En zo gaan de boys en ik gezellig naar Dortmund om de door Europa voortdenderende Ajax-trein te ondersteunen.    

Om met Oboema te spreken: ‘’En zo komt alles toch weer goed.’’   

Rodweek 113 Dwrie Oktoowbewr


Tien maanden geleden kreeg ik verkering met de hardcore Leidse en vanaf dag één werd ik bestookt met de wildste verhalen over Het Leids Ontzet-feest op 3 oktober, of zoals de Leienaren het zelf zeggen: ‘Dwrie Oktoowbewr.’ Peen en ui eten, ongebreideld bier drinken en foute muziek luisteren. Dat vind ik allemaal leuk en dat moest ik dus meemaken! De plannen werden gesmeed en ik keek er echt al maanden naar uit. Uitputtend veel Rubberen Robbie geluisterd om in het accent te komen. Ook leuk als antropologisch onderzoek, want praktisch alles wat ik doe is werk, zelfs feesten. Ik schrijf alles op. Kon ik mooi weer een column uit persen, zo dacht ik. Maar helaas, des ochtends op dwrie oktoowbewr’ was het  Oud-Hollandsch takkeweer. Regen, wind en de hele klerezooi. Dus geen weer om gezellig buiten bier te drinken. En allebei ook geen zin om hutjemutje in een stampvolle kroeg te staan. We besloten dus gewoon om lekker in Amsterdam te blijven. Allebei een drukke werkweek gehad, dus een dagje in huis cocoonen met voetbal kijken en eten maken vonden we eigenlijk ook wel prima.

De voetbaldag begon met als voorgerecht met de Klassieker Feyenoord-Ajax, maar dan voor eerst in de geschiedenis een vrouwelijke editie. Helaas verloren ‘mijn’ vrouwen met 4-1 van hun Rotterdamse rivalen en tot overmaat van ramp was Pia Rijsdijk een van de grote uitblinksters aan de kant van de gastvrouwen. Geen idee of zij verre familie is, maar veel Rijsdijken komen uit die kant van het land, dus het zou zomaar kunnen. Is er toch eentje in de familie met voetbaltalent. Geluk bij een ongeluk dat vrouwenvoetbal nog niet zo groot is dat er met chocoladeletters in de krant een ronkende kop zou komen als: ‘’Ontketende Rijsdijk sloopt Ajax!’

Kortom, dwrie oktoowber begon al niet lekker. Dan maar door naar het hoofdgerecht, Ajax-FC Utrecht, gewoon met kerels. Omdat ik buiten de stad zou zijn had ik mijn seizoenkaart afgestaan aan een vriend van mij zodat hij zijn zoontje kon meenemen. Helaas gaven ook de heren niet thuis vandaag en mede door de uitblinkende Utrechtse keeper Paes verloor Ajax met 0-1. Hij was, tromgeroffel, ‘onpaesseerbaar.’

Nee, deze dwrie oktoowber was rond 16.30 nog niet wat ik me er van had voorgesteld. Gelukkig verloor Feyenoord ook, dus dat was een kleine pleister op de wond.

Om toch nog in de sfeer van dwrie oktober te blijven hebben we nog wel lekker hutspot gemaakt, won ik dik met ons favoriete spel tric-trac en topten we de dag af met terrasjes op de Nieuwmarkt. Resumerend was het eigenlijk nog niet zo’n slechte dwrie oktoowber. Best wel een lekkere rustige en relaxte eigenlijk. Dat konden we ook allebei wel gebruiken. Je moet ook je zegeningen tellen.

Maawr , Leien, volgend jaawr zain we erwbij hoowr op dwrie oktoowbewr!    

Rodweek 112 Appie

Vanavond speelt Ajax tegen Fortuna Sittard. Uit, dus ik ga niet mee. Gewoon lekker thuis kijken met m’n gappie Ramses. In mijn jonge jaren heb ik gans het land doorkruist met Ajax. Er is bijna geen stadion waar ik niet geweest ben, maar dit soort trips laat ik tegenwoordig aan me voorbijgaan.

Vandaag, precies 5 jaar geleden speelde Ajax ook. Thuis tegen Willem II voor de beker, Als seizoenkaarthouders mochten we daar gratis heen. En dat lieten, een andere vriend van mij, Marcel, en ik ons geen twee keer zeggen. Daar waren een aantal plausibele redenen voor:

1. Als Ajax iets gratis weggeeft moet je dat altijd aanpakken
2. Samen bier drinken.
3. De eerste officiële wedstrijd met videoscheids, tegenwoordig bekend als de VAR, dus die wereldprimeur mochten we niet laten schieten.
4. Het gonsde in de wandelgangen dat Abdelhak Nouri (maar in zijn bewoordingen gewoon ‘Appie’), het grote talent uit de Ajax-opleiding wel eens zijn debuut kon maken vandaag, dus daar moesten we ook bij zijn.

De wedstrijd verliep als gehoopt. Ajax liep soepeltjes over de Tilburgers heen en naar naarmate de tweede helft vorderde begon het publiek zich te roeren:

’’Wij willen Nouri zien! Wij willen Nouri zien!’’ , zo klonk het van de tribunes.

Peter Bosz gaf ons onze zin. Nouri mocht in de 73e minuut invallen. Hij had er zin in, dribbelde door de defensie, dolde zijn tegenstanders en liet zien dat hij niet bang was. Lef, flair, bluf, bijdehand zijn en meer van dat soort eigenschappen zijn leuk, maar dan moet je het ook laten zien. Daar houden we van in Amsterdam.

 En dat deed Appie, zoals zie zichzelf altijd liet noemen. Eén minuut voor tijd eiste de jongeling uit Geuzenveld een vrije trap op. Mooie plek, net buiten de 16. Eigenlijk stond routinier Lasse Schöne al klaar om de klus te klaren maar de kleine Nouri uit Amsterdam-Geuzenveld smeekte de Deense aanvoerder of hij het mocht doen. De Deen gaf een vaderlijk knikje, het stond immers al 4-0. maar de oude Pater Familias van het team stelde één keiharde voorwaarde: ‘Als je ‘m mist krijg ik een tientje’. Meer hoef je jongens uit West niet te motiveren, zo weet ik uit eigen ervaring.  

Abdelhak, Appie dus, mocht zijn joetje houden. Hij schoot de bal prachtig in de lange hoek. Een heerlijke goal, En het leverde mooie TV op. Appie vloggend na zijn succesvolle debuut. Appie bij Tikkie-takkie-Touzani, Appie leuk in interviews: iedereen hield van Appie. We waren getuige van de geboorte van een publiekslieveling. Wat een heerlijke voetballer en wat een leuk joch in zijn interviews. Niet de eerste de beste chagrijnige zeikvoetballer die meteen in de gordijnen hangt bij een kritische vraag.

Nog geen jaar later werd Appie op het veld, in de voorbereiding getroffen door een hartstilstand. Hij leeft nog, maar daar is alles mee gezegd. Nou ben ik geen dokter, maar het gaat waarschijnlijk nooit meer goed met hem komen. Dat is een afschuwelijke tragedie voor hem en zijn familie en vrienden.  

Hoe goed had onze nieuwe publiekslieveling geworden? Zou hij zo goed zijn geworden als een paar van zijn maatjes uit Jong Ajax waar hij toen in speelde? Jongens als Frenkie de Jong of Mathijs de Ligt? Zou hij nu ook bij Barcelona of Juventus hebben gespeeld? Of nog bij Ajax. Of zou hij vanavond met Fortuna Sittard meespelen tegen Ajax omdat hij niet goed genoeg bleek voor de top? Het zijn vragen die nooit beantwoord zullen worden.

Exact vijf jaar na dato dus na zijn debuut, ik denk nog regelmatig aan Appie en de vragen die nooit meer beantwoord zullen worden.

https://www.youtube.com/watch?v=Aainr80TUsQ&ab_channel=ESPNNL

Rodweek 111 Zaterdagskind

Mijn moeder zegt wel eens dat ik een zondagskind ben dat op een zaterdag is geboren en dat is ook eigenlijk wel zo. Ik heb met veel dingen echt behoorlijk veel mazzel gehad. Zoals bijvoorbeeld met woningen. Van 1997 tot 1999 woonde ik met studiegenoot en goede vriend Sebas in een toffe driekamerwoning in de Bestevaerstraat Amsterdam-West. Allebei eigen slaapkamer, woonkamer en we betaalden een schijthuurtje van 400 gulden ofzo. Samen. Omdat ik de grootste slaapkamer had betaalde ik 225,- en hij 175,- Dat was, als ik het me goed herinner, de verdeling.  

Die woning hadden we gekregen omdat Sebas stage liep bij een woningbouwvereniging. Anti-kraakwoninkie. Ik zal de naam van onze helpende man in het kader van de privacy even fingeren, laten we hem mijnheer De Boeselaere noemen. Na twee jaar moesten we weer uit die woning en ging ik met mijn toenmalige meisie samenwonen in het huis van een vriend die een half jaar op reis was.

Maar daar moesten we na een half jaar dus uit. Ik heb daar geen seconde stress van gehad. Ik belde de woningbouw en vroeg naar De Boeselaere. ‘Zeg, De Boeselaere, Rodney Rijsdijk hier. Ik heb eerder via jou gehuurd met Sebas. M’n meisie en ik moeten over 2 maanden onze woning uit. Heb jij een nieuw anti-kraakwoninkie voor ons?’ Letterlijk zo ging het.

Het zou nu niet eens in me opkomen om zoiets te doen, maar noem het jeugdige onbevangenheid en een tikje bluf. Het kwam ook niet eens in me op dat het niet zou lukken. Ik ging er gewoon vanuit dat het ‘gewoon’ werd geregeld. De Boeselaere beloofde dat hij even zou kijken en me dan later terug te bellen. En inderdaad: in de middag werd ik gebeld dat hij een kleine woning in de Staatsliedenbuurt had, vlak achter de Jordaan. Huurprijs 288 gulden. Toen mijn meisie in de ochtend naar haar werk ging zei ik dat ik een woning zou regelen en toen ze aan het eind van de middag terugkwam had ik er eentje. Zo ging dat ‘gewoon’. Maar het is natuurlijk niet ‘gewoon.’ Ook in die tijd niet. Al dacht ik toen dat dat wel zo was. Ik ging er gewoon altijd vanuit dat het goed zou komen. Als ik mijn huis nu zou kwijtraken zou ik in blinde paniek raken. Dit wat ik toen deed kan nu echt niet meer. Dan laten ze je in het dolhuis opnemen.      

Daar in ‘De Staats’ een jaar gewoond en toen kreeg ik via een andere vriend een huis in de Marco Polostraat in West. Daar heb ik bijna twintig jaar gewoond alvorens ik drie jaar geleden via de woningbouw ineens in hartje centrum belandde.

Als ik zoveel geld kon tellen als dat ik zegeningen kan tellen qua woningmazzel die ik heb gehad zou ik schathemelrijk zijn. Maar rijkdom in Amsterdam is tegenwoordig al dat je een dak boven je hoofd hebt! En als je daar ook nog een redelijke prijs voor betaalt en het geluk hebt om niet een louche vastgoedprins te hoeven spekken ben je helemaal de koning(in). In de jaren negentig kon je in Amsterdam-West voor een habbekrats een woning kopen. Veel mensen wilden daar helemaal niet wonen. Was een achenebbisj-buurt Tegenwoordig betaal je voor een driekamerkrotje in Oud West makkelijk vier ton. In Euro’s! Die hokken kostten 25 jaar geleden nog geen twee ton. In guldens.

En dan mag die vreselijke Prins Bernhard jr. op dit moment het lelijke gezicht zijn van de totaal verziekte woningmarkt, er zijn natuurlijk veel meer van dat soort graaiers. En het gaat ook niet alleen om Amsterdam, maar om bijna elke plek in Nederland waar je wilt wonen. Van Den Helder tot Maastricht, van Delfzijl tot Middelburg en alles daar tussenin: overal wordt de hoofdprijs gevraagd. Alleen is die hoofdprijs in Amsterdam nou eenmaal altijd nog een stukje hoger. Wij willen ook echt in alles de beste zijn.

En daarom was ik het helemaal eens met het woonprotest van afgelopen zondag. Een stad waar alleen maar puisant rijke mensen kunnen wonen wordt een onleefbare stad. Een stad waar de jeugd niet meer kan wonen, tenzij ze minimaal tot hun 40e bij hun ouwelui blijven wonen. Simpelweg omdat er niks is. En waar gaan je leraren, je verpleegkundigen, je horecamensen, je pizzabezorgers, je loodgieters, je bouwvakkers  je timmermannen, kassameiden , je winkeliers, je kappers en noem ze allemaal maar op wonen in een stad die onbetaalbaar is voor mensen met een laag tot modaal salaris? En waar mensen met een iets bovenmodaal inkomen niet in een sociale huurwoning kunnen wonen maar ook niet een woning van rond de 1000 euro kunnen vinden? Hoe leuk is een stad waar alleen maar ouwe mensen met oud geld, moeilijke brillen, rode ruitjesbroeken en kakaccenten wonen? Ik wil gewoon dat iemand ‘Hey ouwe pooier, alles goed?!’ naar me roept op straat. En nee, daar ga ik niet voor naar Purmerend of Almere verhuizen. Amsterdam is mijn stad.    

Hoe lief ik alle vrouwen ook heb gevonden waarmee ik in mijn leven ben samen geweest: ik heb nog nooit m’n huis voor iemand opgegeven. Straks word je er uitgeknetterd (en dat gebeurde bij mij nog al eens!), sta je op straat en dan woon je ineens in een buitenwijk van Koog aan de Greppel omdat je in Amsterdam niks meer kunt krijgen. Of je moet voor  1500 euro een klein kloteflatje aan de uiterste randen van de stad willen huren. Dat gaat me dus nooit gebeuren.

Ik besef me, ook als ik met drie zware boodschappentassen met de tong op mijn schoenen thuiskom in mijn ruime sociale huurwoning op 5 hoog zonder lift, dat ik een strontmazzelaar ben. Een zaterdagskind. Ik zou het al mijn stadgenoten gunnen.

Mijn liefde voor Amsterdam is onbetaalbaar. De huizen in Amsterdam helaas ook. Ik zal met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid nooit een huis kunnen kopen in mijn stad en dus blijf ik in mijn sociale huurwoning zitten. In die zin ben ik dus ook onderdeel van het probleem want ik stroom niet door. En velen met mij. Tenzij de staatsloterijballen een keer goed vallen. Misschien ooit een keer op een mooie zaterdag.   

Rodweek 110 Xenosfobie

Toen ik als kind moest afzwemmen voor mijn B-diploma moest ik van de hoge duikplank springen. Dat was het moment dat ik ontdekte dat ik echt heel erg last van hoogtevrees heb. Tot op de dag van vandaag. Dat ik op 5 hoog woon is op z’n minst ironisch. Maar ik ben dus kruipend die duikplank opgegaan en sprong met mijn ogen dicht het water in. Hoogtevrees was mijn eerste fobie. Een reuzenrad? Mij krijg je er niet in. Fobieën bestaan in talloze vormen. Mensen die bang zijn voor specifieke situaties, dieren of dingen. Mensen die oprecht niet van een roltrap afdurven, hoogtevrees, bang zijn voor spinnen, vliegangst hebben, bang zijn in het donker of mensen zoals ik die echt oprecht, om het met een mooi Amsterdams woord te zeggen, pages zijn voor grote honden. Ik zweer het je, als zo’n beest midden op de weg staat en ik moet er langs? Ik loop nog liever een kilometer om dan dat ik die hond passeer.  En dat doe ik dan dus ook. Met geen tien paarden krijg je me langs die hond. Hoe onredelijk dat ook is. Maar angstfobieën zijn dan ook niet voor rede vatbaar.

Er bestaan ook schijnfobieën zoals xenofobie of homofobie. Dat zijn helemaal geen fobieën. Die mensen zijn namelijk helemaal niet bang voor buitenlanders of homo’s. Want het zijn geen fobieën. Xenofoben en homofoben zijn gewoon domme haatdragende klootzakken. Vrij naar de tweet van Morgan Freeman.

Ikzelf heb ook een soort tussenfobie: Xenosfobie. Ik zal het proberen uit te leggen.

Veel mensen hebben zo’n ding waarvan ze liever niet hebben dat andere mensen dat ook weten. Een heimelijk pleziertje of om de hippe term te gebruiken: een guilty pleasure. Nou ben ik 44 jaar en alle schaamte inmiddels echt allang voorbij dus ik zeg het ook maar gewoon: ik kom graag in de Xenos. Het is een winkel waar ik me al zolang als ik leef over verbaas. Een winkel waar ik altijd pijnlijk bang word van alle wansmaak die er wordt geëtaleerd, maar waar ik ook altijd weer blij vandaan kom.  

De Xenos is zo’n winkel waar ze de meest afgrijselijk lelijke Boeddhabeelden verkopen. Of affreuze spiegels en lijsten met kitscherige randen. Of lelijke kastjes. En afzichtelijk servies waar je met wansmaak gezegende oma zich nog voor zou schamen. En natuurlijk het meest angstaanjagende in de winkel: de Xenos-spreuken voor aan de muur. Met van die blaartrekkende teksten als ‘’Home is where the heart is’’ of zo. Als ik dat soort Xenos-teksten wel eens lees op muren bij mensen denk ik altijd: ‘’Nee, lieverd, home is waar je zelf je fucking huur of je hypotheek betaalt.’’ 
Of als ik van die intens treurige truttigheid zie als :’’Happiness is not a destination, it’s a way of life.’’ Dan loopt m’n bloed weg. Ik heb om minder truttige Xenos-wijsheden toiletten tot de rand toe vol gebraakt. De truttigheid druipt in klodders van die spreuken af.

Ik ben altijd bang geweest dat ik met een vrouw zou eindigen die dat soort Xenos-wijsheden bij ons op de muur zou willen zetten. Ik ben ooit badend in het zweet wakker geworden omdat ik droomde  dat er in een lelijk lettertype ‘Love’ boven het bed hing en ‘Home’ boven de keukentafel. En het allerergste: in de huiskamer hing zo’n lullig bord waarop stond ‘Forget the mistake, remember the lesson’.  Boven de bank, zodat al ons bezoek het ziet. Beschamende lulligheid. Het is goddank nooit zover gekomen dat ik zo’n vrouw heb getroffen, maar wat dat betreft heb ik wel een beetje Xenosfobie.

Maar ik noem het niet voor niets een tussenfobie. Er is natuurlijk ook een reden waarom ik wel graag in de Xenos kom. En dan gaat het niet om een knappe verkoopster (die in mijn Xenos is doorgaans een man in het bezit van de 3 B’s: bril, baard, buik), maar omdat je er soms van die grappige dingen kunt kopen waar je normaal niet aan denkt. Knoflookolie met ook gewoon echt bad ass veel knoflook er in, een zak Snickers voor 2 piek, toiletbrillen, roerbaksauzen, ovenwanten, een grote zak pijnboompitten voor weinig en allemaal geinige troep die je nooit nodig hebt. Zo heb ik mezelf vandaag nog ternauwernood weten te bedwingen, want anders had ik naast alle andere zooi die ik niet nodig had, maar wel heb gekocht, ook nog zomaar een Mini Beer Pong-set en een mini-tafelvoetbalspel gekocht.

De rede nam het gelukkig net op tijd weer van me over en het engeltje op mijn schouder schreeuwde mij luidkeels in mijn linkeroor: ‘’Neeeeeee, Rodney, jij domme sukkel, jij moet juist meer troep weggooien waar je niks meer mee  doet en niet zoals jij altijd doet altijd maar nieuwe klerezooi naar binnen slepen, waar je over een week ook niks meer mee doet.’’ En de klootzak had nog gelijk ook.

Maar eerlijk waar, ik loop altijd weer blij de Xenos uit. Ik kan er zomaar jaren niet komen, maar als ik er kom verlaat ik de winkel nooit met lege handen.

Wat ik dan uiteindelijk heb gekocht tijdens mijn laatste bezoek aan de Xenos? Pizzabodems, fietslampjes, een enorme zak pijnboompitten en Jack Daniels Cola BBQ-saus. Acuut nodig allemaal? Welnee! Liep ik weer blij de winkel uit? Ja!

En zo liep ik, tevreden, weer terug naar home, where the heart is.


En Ome Rodzooi heeft ook een boek uit met allemaal lekkere verhalen: ”Het nut van een gebreide condoom”. Bestellen kan via rodney@rodzooi.nl of via Facebook Rodney Rijsdijk. 15 piekies voor ophalen in Amsterdam-Centrum of voor 19,50 stuur ik de postduif naar je toe. Dus bestel maar!
      

Rodweek 109 Taart in de koninlijke reet

Iedereen die wel eens iets in de creatieve sector heeft gedaan, hetzij als muzikant, als schrijver, als beeldend kunstenaar of wat ook dies meer zij kent het fenomeen ‘exposure’. Dat werkt als volgt en laat ik voor het gemak dan mezelf maar even als voorbeeld nemen: ik ben ooit als hobby begonnen met schrijven. Daar bleek ik redelijk getalenteerd in te zijn en dus werd ik opgemerkt door publiek. Maar heel erg bekend was ik natuurlijk niet in het begin. Maar een talentje was er en ik kreeg steeds meer publiek. Dan komt er een moment dat mensen je gaan vragen of je niet eens wat voor hun site of hun boekje of krantje wil gaan schrijven. Voor gratis. “Want goed voor je exposure!”, zeggen ze er dan ook nog standaard bij. ”Want dan zien mensen je. Heel goed voor je! En trouwens, het is toch je hobby? Leuk toch?”

En in het begin doe je dat natuurlijk. Want je wilt een publiek opbouwen. Maar er komt dan ook een keer een moment dat je dat niveau ontstegen bent. Schrijven is kilometers maken en zo ontwikkel je jezelf steeds verder door. Dan zijn er inmiddels ook mensen die zien dat jij wel een bepaalde waarde vertegenwoordigt en die gaan je dan, na jaren van vrijwillige noeste arbeid, betalen voor je werk. En dat is ook logisch, dat je geld vangt als jij iets levert omdat jij iets kan wat niet iedereen kan. Zoals eigenlijk voor voor veel beroepen geldt. Alleen worden creatieve beroepen vaak niet als beroep maar als hobby gezien.

Het woord ‘exposure’ komt na een paar jaar dan inmiddels je strot uit als een bedorven gebakje. Ik krijg er zelfs een beetje kots van in m’n mond als mensen dat woord gebruiken in de hoop mij voor noppes te laten schrijven. Nee, ik hoef je exposure niet. En ik weet ook wel dat ik niet de nieuwe Harry Mulisch of de nieuwe Gerard Reve ben, maar ik heb intussen wel een niveau en een lezersschare bereikt waardoor ik niet meer afhankelijk ben van ‘exposure’ door alles maar gratis te doen. Ik kan toch niet aankomen in de winkel of bij de huurbaas en dan zeggen: ‘Nou, ik heb geen geld, maar ik heb me toch een bak met exposure! Zo heee! Zal ik anders daarmee betalen?’ Nee natuurlijk niet! De bakker ziet me aankomen. Zo werkt de wereld niet. En ik ben alles behalve een geldwolf, want ik heb het zakelijk instinkt van een kaasvlinder. Ik vraag meestal lang niet de hoofdprijs voor de betaalde opdrachten die ik doe.

Voor goede doelen, hele goede vrienden, benefieten of vrijwilligersinitiatieven die ik gewoon tof vind: geen probleem, daar hoef ik geen geld voor. Koop maar een keer een biertje voor me  in de kroeg of zeg gewoon ‘dank je wel’ en dan lullen we nergens meer over.

Maaaaaarrrrrr… op het moment dat er een taart wordt gebakken waar goed geld aan wordt verdiend en mijn bijdrage is één van de ingrediënten van die taart: dan wil ik ook een stukje van de taart. Want ik heb dan ook bijgedragen aan het succes van de taart.

En daarom vond ik het statement van ‘de Haarlemse band Chef’s Special mooi. Of de jongens maar even gratis wilden optreden op de Grand Prix in Zandvoort. Nou, vooruit, allemaal een paar VIP-kaartjes, een paar consumptiebonnen en een handje borrelnootjes erbij en dan zijn we goed, toch? .  

Georganiseerd door die griezel van een Prins Bernhard Jr. Ja daaaag! Opzouten! Het is de gotspe van het jaar. Deze jongens hebben bijna twee jaar niet kunnen optreden door alle Corona-ellende, hoeven het allang niet meer voor de ‘exposure’ te doen en daarbij: waar haalt die vreselijke Prins Rupsjenooitgenoeg het gore lef vandaan? Deze man is als lid van de Koninklijke Fam met een gouden lepel in zijn bebrilde bek geboren. Hij koopt honderden panden in Amsterdam op waardoor hij hardwerkende Amsterdammers de stad uitjaagt en de huurders die in zijn panden wonen betalen woekerhuren. En dan voor zo’n engnek en z’n enge vastgoedvrindjes gratis spelen? Ik zou nog liever de kattenbak van een heel weekend leegeten (en mijn lieve Eva kakt en pist veel uit dat kleine lijfje!) en het over zijn schoenen uitkotsen.  

Zanger Joshua Nolet van Chef’s Special zei in de talkshow van Humberto dat het natuurlijk niet de bedoeling was dat de prins nu via social media de strontkar over zich heen kreeg maar dat het nou eenmaal een soort van nevenschade van zijn domme actie is die de neef van onze koning erbij krijgt. De prins krijgt nu even die taart in z’n smoel, aldus de zanger. Nolet drukte zich uiteraard correct uit in interviews, maar off the record zal hij natuurlijk op z’n minst gegniffeld hebben. En terecht. Ik vind het niet meer dan redelijk dat zo’n schaamteloze prins die strontkar over zich uitgekieperd krijgt. Wat je zaait is wat je oogst.      

Zijne Hoogheid Bernhard Lucas Emmanuel Prins van Oranje-Nassau, van Vollenhoven heeft, niet voor het eerst in zijn leven, laten zien dat hij geen idee heeft hoe het gewone plebs leeft en die gewoon keihard moeten werken en sappelen om exorbitante huren te betalen van gore huisjesmelkers zoals hijzelf. En het interesseert hem waarschijnlijk ook niet. Hij laat een scheet in het gezicht van de muziekindustrie en van elke gewoon werkende mens. Maar helaas stond voor onze prins de wind verkeerd en dan krijg je ‘m een keer terug in je gezicht.

Het prinsje is dus geen keukenprinsje want hij probeerde een taart te bakken die nu al vies smaakt. Maar de specialiteit van de Haarlemse cheffies is goed gelukt. En wat zou ik nu graag willen dat wijlen Bob Fosko met de Raggende Manne nog één keer voor die walgelijke prins kon zingen en met zijn immer zoetgevooisde stem zou brullen dat Bernhard die taart in zijn koninklijke reet kon stoppen. Ik denk zomaar dat Bob dat gratis zou doen.

En Ome Rodzooi heeft ook een boek uit met allemaal lekkere verhalen: ”Het nut van een gebreide condoom”. Bestellen kan via rodney@rodzooi.nl of via Facebook Rodney Rijsdijk. 15 piekies voor ophalen in Amsterdam-Centrum of voor 19,50 stuur ik de postduif naar je toe. Dus bestel maar!


 

Rodweek 108 Je krijgt er zoveel voor terug


’’Je krijgt er zoooooveel voor teruuuuug!’’ Deze heerlijke flauwe dooddoener gebruik ik altijd een beetje zuigerig als mensen uit mijn vrienden- of kennissenkring op hun sociale media weer eens lopen te zeiken over hun kinderen en hun bijbehorende gedrag. Van het dreinende gedrag tot ze eindelijk in nest liggen, de ruzies met hun broertjes en zusjes, het gezeur om een ijsje tot het vervelende pubergedrag. Weet je, als ik dat lees ben ik altijd zo blij dat ik daar allemaal niks mee te maken heb. Ik moet er niet aan denken.

Denk overigens vooral niet dat ik een of andere stomme kinderhater ben. Allesbehalve, ik vind kinderen fantastisch. Even een dagje oppassen of een nachtje bij mij logeren: ik vind het hartstikke leuk en gezellig. Lekker met ze op stap door Amsterdam. Filmpie pakken, ergens eten of voetballen in het park: ik vind het echt helemaal tof. Of gewoon lekker met ze ouwehoeren over wat ze bezighoudt, geweldig. Kinderen zijn ook zo lekker eerlijk, daar kan ik echt van genieten.

En ik ben zelf ook soms gewoon een groot kind, dus ik kan in zekere zin met ze levellen. En van mij mogen ze wat ze van hun ouders niet altijd mogen. Ze mogen van mij zoveel ijssies, patat en cola als ze willen en veel te laat naar bed omdat we nog gezellig zitten te kletsen. Kortom: ik ben dus echt de coolste oppas die een kind zich kan wensen.

MAAAAAARRRRRR……: ik wil ze graag na een dag weer terug kunnen geven aan de rechtmatige ouders. Want een kind hebben is natuurlijk niet elke dag leuk. Ik moet er niet aan denken om elke dag dat gezeik en gejengel aan m’n hoofd te hebben over bedtijden of wat ze allemaal willen. Oprotten. Ik heb daar compleet geen geduld voor. En je steeds zorgen over ze moeten maken en zo. En gedoe met school en ouderavonden of op zaterdagochtend om 8.00 rillend op een tochtig voetbalveld in Almere Muziekwijk staan: ik wil dat niet.

Kinderen passen simpelweg niet in mijn leven. Ik heb andere dingen te doen die ik belangrijker vind. Zoals mijn horecaleven, uit eten gaan, naar voetballen gaan, op reis gaan, met vrienden op stap gaan, leuke dingen met m’n meisie doen en nog veel meer. En dat alles in willekeurige volgorde.
‘Kinderen zijn hinderen’, zei een vriend van mij vroeger altijd als ie weer eens zuchtend over zijn energie opslurpende kroost vertelde en zijn gebrek aan tijd voor leuke dingen met z’n meisie of met z’n vrienden. Ik moet er niet aan denken. Kinderen zouden mij alleen maar ontzettend in de weg lopen. En daarbij: die wereldbol is al best vol, waarom moet er nog eentje van mij bij? Dus het voortbestaan van de mensheid laat ik mooi aan mensen over die daar wel een schone taak in zien. Veel plezier er mee. Ik houd het wel bij het proces van hoe je kindjes maakt. Dat vind ik veel leuker. ”Niet de vader, wel de dader”, dat is een van mijn lijfspreuken.

En bovendien mislukt de eerste pannekoek altijd bij mij. Zal je net zien, produceer ik per ongeluk een of andere geschifte mafkees. Zoals die rare Gooise jongetjes van rond de 18 en 20 jaar die laatst met een grote groep een jonge vent doodschopten op Mallorca. Je kind zal daar maar tussen zitten! En dan nog laf meteen naar Nederland terugvliegen ook en één van de andere ‘vrienden’ achterlaten. Met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig. Peter R. de Vries wordt nu al gemist.

Nou ben ik dus zeer bewust geen ouder, maar als mijn kind ook maar enige vorm van betrokkenheid zou hebben bij deze moord dan zou ik hem hoogstpersoonlijk aan z’n oorlellen meesleuren en met ‘m terugvliegen naar Spanje. En dan mag de koter daar eens haarfijn uitleggen wat er op de plaats delict is gebeurd en wat zijn betrokkenheid is. En dan moet hij me ook recht in mijn ogen aan durven kijken. Schuldig verklaard, met camerabeelden en alles erbij? Je hebt het echt gedaan? Opsluiten in de meest gore Spaanse cel voor heel lang, lekker laten wegrotten. Ik pleur zelf nog de sleutel weg als ik de kans krijg. En als ie er na een jaar of twintig dan eens een keer onverhoopt uitkomt hoef ik dat klerejong ook niet meer te zien. Die vaderliefde zou bij mij niet onvoorwaardelijk zijn. Als jij samen met je kutvriendjes iemand zo laf uit het leven hebt geschopt dan zijn we klaar. Dan ben je gewoon af bij mij.

En zeg nou niet dat ik niet weet waar ik over praat omdat ome Rodje zelf geen koters heeft, want ik heb dit even getoetst bij wat vrienden die wel nageslacht hebben en die denken daar exact zo over. Eén van mijn vrienden zei dat hij dan gefaald heeft als vader. Zo zou ik het ook voelen. Als ik mijn kind niet heb kunnen bijbrengen dat je iemand niet mag doodschoppen en al helemaal niet met tien man dan is er iets heel erg misgegaan in mijn taak als opvoeder.  

Ik hoef de mislukte pannekoek dan dus ook echt nooit meer te zien. Dan ben ik ex-papa. Ik moet geen moordenaar in mijn gezin, Daar ben ik echt heel stellig in. Want wat doe je met een mislukte pannekoek? Die gooi je weg. Gelukkig voor die Gooise jongetjes hebben zij andere ouders. Rijke ouders die met ‘een leger advocaten’ proberen om hun mislukte pannekoeken uit handen van de Spaanse justitie te houden. Want als ze schuldig zijn bevonden in Spanje rotten ze voor 15 tot 20 jaar de bak in en hier waarschijnlijk maar 3 tot 4 jaar, als papa ze al niet vrij heeft gekocht. Maar ik zou er bijna voor gaan bidden dat die knulletjes in Spanje worden berecht. In plaats van dat ze hier met een verwaarloosbare celstraf wegkomen.  

Maar goed, dit gezegd hebbende: ik en kinderen? Nee man. Ik heb ze echt nooit gewild. Teveel gedoe, gezeik en zorgen aan m’n kanis. Goeie kans dat ik, als ik een leuk kind zou hebben, best een leuke papa zou zijn. Maar ik heb er gewoon geen zin in. Ik heb een kind wat dat betreft niks te bieden. Dus ik hoef er ook nooit iets voor terug. Dat houdt mijn leven overzichtelijk. En voor de liefhebbende ouders die ik ken en die het ouderschap fantastisch vinden: geniet er van. Dan heb je er zooooveeeeel voor teruuuuug gekregen.  

Rodweek 107 Deuren

Waar je een deur achter je dichtgooit gaat er ook altijd wel ergens weer eentje open. De deur van het verpleeghuis heb ik dus achter me dichtgetrokken en de deur van Café de Toog, die nooit echt dicht is geweest, heb ik maar weer wagenwijd opengetrapt. Ik doe gewoon weer datgene waar ik misschien gewoon het beste in ben, of waar ik in elk geval het meest gelukkig van word. En of er dan op een bepaald moment ergens anders weer een deur opengaat die me interessant lijkt: dat zien we dan wel weer.

Deuren, in het Engels heten die ‘doors’ en deze maand was het ook vijftig jaar geleden dat Jim Morrison van The Doors ineens voor de hemelpoort stond. Ik was vroeger als puber en jongvolwassene een groot fan van The Doors. Ik kende (en ken dientengevolge nog steeds) alles van The Doors, verslond biografieën, die Oliver Stone-film heb ik minstens twintig keer gezien en ik lulde heel interessant mee over zijn dichtbundels. Morrison was een iconisch figuur die ik machtig interessant vond. Nou zet ik The Doors nog steeds niet af als ik het ergens hoor en ik vind sommige dingen nog steeds leuk om te horen maar mijn devote onvoorwaardelijke fanschap is al een tijdje over. Uiteindelijk kwam ik toch op een punt dat ik durfde toe te geven dat veel van zijn werk natuurlijk compleet onbegrijpelijk en in drank en drugs gemarineerd pubergebrabbel is.

Waar Morrison overigens niet alleen in staat: er zijn nogal wat grote wereldhits met compleet belachelijke teksten. Vertaal de eeuwige nummer 1 in de top 2000, Bohemian Rhapsody maar eens letterlijk: het slaat nergens op. Eén van de onderdelen in mijn muziekquizzen is dat ik het eerste couplet van een grote hit letterlijk vertaal vanuit het Engels en die op Reviaans timbre voorlees. Dan moet mijn aandachtige publiek dus raden welke wereldhit het is en dan weten mensen soms echt niet wat ze horen als ik ze dan later het originele fragment laat horen. Het zijn vaak teksten waarvoor John Ewbank en de tekstschrijvers van Blöf, mensen die hier in Nederland nogal eens worden uitgelachen om hun rare teksten, zich diep zouden schamen.

Wat dat betreft ben ik blij dat Engels niet mijn moedertaal is en ik dus gelukkig ook niet in het Engels denk, want dan zit je dus de hele dag naar de meest rare onzin te luisteren. Nu filter ik de taal vaak nog weg en luister ik puur naar de muziek. Als het maar lekker klinkt. Op het moment dat je het gaat vertalen ga je anders naar een nummer kijken.  

Jim Morrison, werd dus 27. De beruchte rock ’n roll-leeftijd waar ook Janis Joplin, Jimi Hendrix, Kurt Cobain en Amy Winehouse niet voorbij kwamen. Maar wij hebben in Nederland onze eigen rock ’n roll-held: Herman Brood. Die werd 54, dus de dubbele rock ’n roll-leeftijd, toen hij ging bungeejumpen zonder touw. En dat was deze maand twintig jaar geleden. Twintig jaar! Als ik denk aan ‘twintig jaar geleden’ dan denk ik aan 1982 ofzo, maar nee, dat was dus in 2001. Ik werkte op de Universiteit van Amsterdam, zat op mijn computer mails te beantwoorden toen ik door mijn collega en vriend Hans werd gebeld vanaf de balie. Hij had even niks te doen en zag het gelijk op een nieuwssite: ‘Brood is dood’.

Twintig jaar geleden alweer. Ik herinner het me alsof het twee weken geleden was. De tijd gaat snel en we worden allemaal ouder. Al trap ik hiermee natuurlijk keihard een open deur in.

De wereld zag er nog anders uit in 2001. Iedereen belde nog met z’n Nokia 3310 (ik heb dat overigens ook nog behoorlijk lang volgehouden), we betaalden nog met guldens en ’s avonds keken we ‘’Peter R. de Vries, misdaadverslaggever’’ op de buis. Onze nationale TV-smeris, ook nog met zo’n echte smerissnor op z’n bakkes, die zich onverschrokken vastbeet in grote slepende zaken en dapper de strijd aanbond met de onderwereld. Vaak succesvol, maar niet zonder risico. ‘’Hij vangt er een keer één’’, daar was iedereen stiekem een beetje bang voor.

Die angst is dus twintig later, anno 2021, realiteit geworden. En dan niet eens door een echte topcrimineel, maar lafhartig door een zwakbegaafd jongetje van 21 die het voor wat centjes deed. Niet dat het minder erg was als het door een topcrimineel was gebeurd, maar dit voelt toch alsof hij jarenlang heel heroïsch allerlei monsters en draken heeft verslagen en vervolgens heel ongelukkig over een stoeprandje is gestruikeld. Alsof je Lionel Messi bent en je poten worden tijdens een potje voetbal gebroken door een amateurtje uit de onderbond.

Mijn vriendin en ik hebben vanmorgen bloemen gebracht op de plek des onheils in de Lange Leidsedwarsstraat. Open deurtje om te zeggen dat ik niet had verwacht dat we de enigen waren met dat idee, maar de bloemenzee is indrukwekkend en groeit alleen maar. Mensen van alle pluimage brengen een imposant eerbetoon aan een imposant man.

En over deuren gesproken: laat die dader en z’n eventuele mededader maar heel blij zijn dat ik geen rechter ben. Want ook al ben ik mordicus tegen de doodstraf: de deur van die cel zou echt nooit meer opengegaan.  

En Ome Rodzooi heeft ook een boek uit met allemaal lekkere verhalen: ”Het nut van een gebreide condoom”. Bestellen kan via rodney@rodzooi.nl of via Facebook Rodney Rijsdijk. 15 piekies voor ophalen in Amsterdam-Centrum of voor 19,50 stuur ik de postduif naar je toe. Dus bestel maar!

Rodweek 106 Verpleegonkundige

Ken je dat gevoel dat je verliefd op iemand wordt, dat je er helemaal voor gaat en dat je er een paar maanden later achter komt dat je toch niet zo goed bij elkaar past? Nou, dat is ongeveer zoals het met mijn loopbaan in de zorg is gegaan. Ik ben er vol overtuiging ingegaan, maar ik ben helaas tot de conclusie gekomen dat ik geen geboren verpleegkundige ben en dus gestopt ben met de opleiding waar ik in april mee ben begonnen. Ik liep al weken met een knoop in mijn maag en die heb ik vandaag doorgehakt.

De horeca en de zorg hebben veel raakvlakken op het gebied van welzijn: in beide functies worden zorgzaamheid, attentie, behulpzaamheid, gastvrijheid en een flink scala aan sociale vaardigheden gevraagd. Dat heb ik toevallig allemaal in mijn vakkenpakket zitten, maar verpleegkunde is wel een heel andere tak van sport dan horeca. Ik zal niet zeggen dat ik het heb onderschat, maar moeilijk vond ik het wel.

En dan heb ik het niet eens zozeer over de fysieke werkzaamheden zoals mensen wassen en aankleden, maar met name over de mentale zaken. Ik werkte op een gesloten afdeling met ouderen. Dementerende ouderen op een gesloten afdeling. Ze kunnen er dus niet zomaar af. Sommige mensen beseffen prima waarom ze daar  zitten. Ze zitten daar niet voor zweetvoeten maar omdat ze echt een gevaar voor zichzelf zijn. Anderen hebben geen idee en proberen constant te ontsnappen. ‘’ Prison Break’’ noemden we het altijd.

Robert en Piet zijn partners in crime. Beide heren kunnen allebei nog prima lopen en willen graag samen naar buiten. Ze zijn echt de hele dag bezig om hun ontsnapping te plannen. Dat is aan de ene kant heel erg grappig om te zien, maar aan de andere kant stemt het me ook intens treurig. Het zijn mannen die vroeger echt niet dom waren. Ik zie de ouwe dames aan de tafel die amper nog iets kunnen. Die ik heb gewassen. Ze huilen om wat ooit geweest is en niet meer terugkomt. De scheldende meneer die uit pure onmacht op alles en iedereen blaft. De Surinaamse meneer met wie ik altijd sigaretjes rookte. Hij praat met bijna niemand maar hij nam mij onder het genot van een rokertje in vertrouwen over allerlei zaken. Man met een heftig levensverhaal. En een ouwe boef ook: ‘’Ik ben al vier keer ontsnapt hier. Laatste keer vonden ze me helemaal bij de RAI.’’ Hij grinnikte erbij. De ouwe Jordanees die nog elke dag z’n borrel wil. De seksueel ontremde meneer die elke ochtend als we ‘m wakker maakten eerst even een momentje voor zichzelf krijgt en die elke verpleegster de charmante vraag stelt of ze met hem willen neuken.

Ik zag de fysieke en mentale beperkingen van de mensen. Het deed meer met me dan ik had verwacht. Als je nog nooit iemand anders hebt gewassen en er ligt een oude mevrouw van 95 naakt op haar bed of een oude man die compleet afhankelijk van jou zijn: mij deed dat veel.  Uiteindelijk moet het natuurlijk een mechanische handeling worden: wassen, bovenkant, onderkant, haar kammen, tanden poetsen aankleden en klaar. Zo zag ik het veel ervaren collega’s doen. Flop, flop, flop en klaar. Volgende. Ik had altijd al bewondering voor zorgmedewerkers en dat is, nu ik er een paar maanden in heb gewerkt, alleen maar groter geworden. Het is prachtig, nobel en eervol werk.

Dus ja, met alle vaardigheden die ik heb ben ik een prima horecamedewerker. Ik houd er van om mensen te verzorgen en in de watten te leggen. Helaas bleek dat niet genoeg voor mij om in de verpleegkunde te werken. Daar worden ook andere vaardigheden gevraagd. En natuurlijk zat ik op de opleiding om mezelf die vaardigheden eigen te maken. En de fysieke handelingen had ik best aangeleerd. Dat is gewoon veel vlieguren maken. Het ging voornamelijk om de dingen in mijn koppie. Dat ik me hun verdriet en leed te veel aantrek en het ook mee naar huis neem. Dat ik daarnaast de locatie ook niet zo sfeerverhogend vond en de opleiding een beetje een zooitje was, waren eigenlijk de minst erge problemen. Ik beschik gewoon niet over de professionele distantie die een verpleegkundige nodig heeft. Dat is een essentiële vaardigheid waar ik niet over beschik. ”Je gaat jezelf tegenkomen in dit vak”, dat was één de eerste dingen die ik mij werd gezegd toen ik aan de opleiding begon. Dat is gebleken.

Elke keuze die ik in mijn leven heb gemaakt, heb ik met mijn hart gemaakt. Ik doe alleen maar iets als ik iets leuk, tof of interessant vind. In mijn jeugd heb ik te vaak mensen gezien die klagend en mopperend van hun werk thuis kwamen. Elke dag. ‘Zo mag mijn leven nooit worden’, bedacht ik me al op jonge leeftijd. En daarom heb ik vrijwel alleen maar leuke dingen gedaan. Het leven is te kort om het niet naar je zin te hebben met de dingen die je doet. Als ik het ergens niet naar m’n zin heb ben ik weg.  

Gelukkig zat ik met allemaal toppers in mijn klas en zij gaan allemaal fantastische verpleegkundigen worden. En ik? Ik zal weer wat vaker in De Toog te zien zijn en neem ondertussen even de tijd om te kijken wat ik verder wil doen. Ik heb nog geen idee. We zien wel. Met mij komt het altijd wel goed. Ik ben nog nooit een dag werkloos geweest in mijn leven. En dat ben ik nu ook niet, want ik werk nog steeds in De Toog.

Het voelt een beetje als falen, maar als ik eerlijk naar mezelf ben moet ik tot de conclusie komen dat ik helaas geen verpleegkundige maar een verpleegonkundige ben. Maar wel eentje die eerlijk naar de bewoners, klasgenoten, organisatie en niet in de laatste plaats naar zichzelf  is geweest.     

Rodweek 105 De broodnodige wederopstanding van Haantje Pik


In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw had het Vondelpark een even beroemde als beruchte parkwachter en dat was de heer H.F. Sixma. In de volksmond werd hij ‘Haantje Pik’ genoemd. Zo’n ouderwetse veldwachter Bromsnor. Inclusief snor. Zijn woning stond (en staat nog steeds) bij een ingang van het park, bij het Kattenlaantje. Dagelijks maakte Haantje Pik zijn dagelijkse ronde om kattenkwaad als het klimmen in bomen, stelen van kastanjes en andere kwalijkheden te bestrijden. Volgens de overlevering sloeg hij de daders van dit soort wandaden met een pikhaak ‘aan de haak’ en vandaar dus zijn bijnaam.

We zijn een kleine negentig tot honderd jaar verder, de tijden zijn veranderd, maar eigenlijk zou een moderne Haantje Pik niet misstaan in het Vondelpark. En dan niet voor kinderen die in bomen klimmen of kastanjes plukken, maar ter bestrijding van de ‘Vondelvarkens’ zoals ik ze altijd noem. En eigenlijk beledig ik de varkens daar mee, want varkens zijn een stuk schoner.

Je weet wel, het type mens dat op prachtige zonnige dagen als deze naar de parken trekt, bergen aan proviand meeneemt en vervolgens de rommel in het park achterlaat. En ik noem nu het Vondelpark, maar ook de Amstel waar ik elke dag langs wandel is op mooie dagen een slagveld. Eigenlijk op elke mooie zonovergoten plek in Nederland is het een baggerzooi als het mooi weer is geweest.

Wat zijn dat voor mensen? Ik zal niet zeggen dat alle mensen om mij heen allemaal unaniem ultieme goede mensen zijn, maar als ik met mensen in het park zit ruimen we gewoon onze zooi op. En dat doe ik nu niet alleen als belegen veertiger, maar dat deed ik ook als tiener al. Ik ken niemand die dat niet zou doen. Dus wie zijn die mensen? Wij gooien gewoon onze pleurisbende in een plastic tasje en gooien het weg. En als de containers vol zitten dan gooien we de bende onderweg ergens in een vullisbak of nemen we de bende desnoods mee naar huis. Hoe moeilijk is het?

Je struikelt tegenwoordig over de containers. Waarom zou je de zooi laten slingeren? En echt niet omdat ik zo’n ontzettende goeie jongen ben en heel eigenpijperig eens even kom vertellen hoe goed ik wel niet ben: nee. Dit is toch gewoon een kwestie van fatsoen?

Beelden van elk willekeurig park na een mooie dag: om je kapot te schamen.

En dat is veroorzaakt door de schaamteloze types die helemaal zich nergens voor schamen. De gemeente overweegt nu een alcoholverbod in de parken. En ik begrijp het ook nog. Als mensen niet normaal kunnen doen en steeds asocialer worden dan moeten de goeden onder de kwaden lijden. En dan staan dat soort aso-types ook nog als eerste te zeiken over ‘betutteling’ en ‘dat er ook niks meer mag in dit land.’ Flikker op met die lui.

Maar die lijers pikken wel mijn mooie parkdagen af. Ik vind weinig dingen lekkerder dan lekker met vrienden, wijn en eten in het park te zitten. En dat soort dingen dreigen nu van mij en vele andere goedwillende mensen te worden afgepikt.

En daarom wordt het tijd voor de wederopstanding van een 21e-eeuwse Haantje Pik. En die hoeft niet met een pikhaak mensen tot de orde te roepen, maar gewoon met een lekkere vette boete. Niet die slappe 95 euro, want daar lachen mensen om, maar gewoon een lekker vet en aanzienlijk veelvoud. Een bedrag dat dat soort egoïsten echt voelen. Eentje die zeer doet. Ik ben niet snel van de repressieve straffen: een inbreker hoeft van mij niet z’n huis kwijt, een dief hoeft geen afgehakte hand en een moordenaar hoeft niet op de elektrische stoel. Op die rechterlijke stoel ga ik niet zitten.

Maar onschuldig lijkend, maar toch hinderlijk asociaal gedrag als dit mag van mij keihard worden gestraft. Het lijkt me ook niet al te moeilijk om dat in te voeren en te handhaven. Gooi in Singapore maar eens een kauwgompje op straat. Dan krijg je een boete waar een paard de blafhik van krijgt. Nou, prima. Dan leer je dat rare gedrag wel af. Gevolg: niemand pleurt z’n zooi daar op straat. Dat lijkt simpel en sterker, dat is het ook, maar het werkt wel.
Haantje Pik, 21e-eeuw-stylie: kom er maar in. We pikken het niet langer. En straf hard maar rechtvaardig. Je bent hard nodig. Opdat de leuke mensen nog lang wijntjes kunnen drinken en lekker kunnen eten in de parken.

En Ome Rodzooi heeft ook een boek uit met allemaal lekkere verhalen: ”Het nut van een gebreide condoom”. Bestellen kan via rodney@rodzooi.nl of via Facebook Rodney Rijsdijk. 15 piekies voor ophalen in Amsterdam-Centrum of voor 19,50 stuur ik de postduif naar je toe. Dus bestel maar!