Rodweek #27 Sommige dingen zijn onbetaalbaar

Waar 2017 in financieel opzicht voor mij wat moeizaam op gang kwam begon 2018 meteen met een meevaller. De royalty’s van mijn bestseller ‘Kroegkronieken’ uit 2013 werden gestort en dat betrof dit jaar de lieve somma van €2,97, dus in elk geval één persoon heeft afgelopen jaar op die knop van bol.com geramd! Even overwoog ik, op advies van een kennis, dit gewonnen kapitaaltje te investeren in Bitcoins, maar dan zou ik mezelf niet zijn. Geld moet rollen, zeg ik altijd maar en bovendien stond er afgelopen weekend een weekendje Valkenburg met de dame op het programma. Mijn enige en laatste bezoek aan Valkenburg was een jaar of dertig geleden, maar daar stond me nog maar weinig van bij. En wat zou ik in 1988 allemaal met €2,97 kunnen doen? Dat was toch zes gulden zestig. Heel veel kikkertjes, perziken en trekdrop kopen natuurlijk! Wat denk jij nou? Lees verder

Rodweek #26 De ene boef is de andere niet

In mijn jeugd, honderd jaar geleden, was de meest bekende boef die ik kende B2 uit Bassie en Adriaan. B2 was een beetje dovig en verstond alles verkeerd. Een zin als ‘Je moet even bellen’ werd door B2 steevast beantwoord met een antwoord als ‘Wat zeggie? Frikandellen?’ Wie aan de tegenwoordige jeugd vraagt welke boef zij kennen heeft grote kans dat die kinderen het dan zullen hebben over ‘Boef’, een rapper van Algerijnse afkomst die geboren is in de Banlieus (een mooi Frans woord voor verpauperde klotebuurt) van Parijs en is opgegroeid in Nederland.

Boef is een deler. Zo deelt Boef graag met de hele wereld hoeveel geld hij verdient. 80 K per maand, je weet toch. Want dat vindt Boef stoer. Ik vind daar weinig stoers aan. Ik verdien dat ook. Ik krijg het alleen niet. En verder deelde Boef afgelopen week met ons dat hij de dames die hem hielpen, terwijl hij met autokech… eh autopech op de weg stond dat vrouwen die tot zo laat uitgingen maar kech’s vond. Kech, zo leerde ik weer wat nieuws, is dus Arabische straatslang voor ‘hoeren’. Wat die uitspraak Boef maakt? Een lompe, onbeschofte en ondankbare lul. Niets anders. Ik kende het woord ‘kech’ overigens alleen maar als het tweede deel van de de naam van de stad Marakech. Dus die stad heet in goed Nederlands dus eigenlijk Marahoer, als ik het goed begrijp. Ik ben, mijzelf kennende, bang dat ik nooit meer iets anders denk als ik iemand die plaatsnaam hoor zeggen. Lees verder

Rodweek #25 Fish and chips moet zwemmen

De geurmelange van getoast witbrood, gebakken eieren, bacon, witte bonen in tomatensaus en ondefinieerbare worstjes kroop de afgelopen dagen dagelijks stiekem onder onze deur door om ons te wekken. Inderdaad, ik was in Engeland met kerst. Ik heb niet veel met kerst, maar wel heel veel met Londen en mijn dame was nog nooit in Londen geweest. Zomaar drie redenen om de kerstdagen dit jaar eens in Londen door te brengen. Ik ben gek op die stad. Het is een apart volkje. De tamelijk bizarre combinatie die het Engelse ontbijt vormt kan ook echt alleen maar door een Engelsman bedacht zijn. Hun voorliefde voor lelijke vloerbedekking, tot in de kroeg aan toe, is bizar. Fish and chips. Ik heb het vroeger nog wel uit een oude krant gegeten. Met een beetje mazzel kon je de voetbaluitslagen nog op je vis lezen, maar uit een krant eten mag niet meer. Camden Town in Noord-Londen, met z’n markten, z’n eetstalletjes en z’n kroegen voelt altijd als thuiskomen. En voetbal. Je kunt met Engelsen oeverloos ouwehoeren over voetbal. Lees verder

Rodweek #24 The Winner Takes It All

Het zit die arme Geert Wilders ook niet mee. Hij ziet er ook een beetje uitgeblust uit de laatste tijd. Dan wordt zijn electoraat al stukje bij beetje afgepakt door een Latijn sprekend kakkertje met een Franse naam en dan blijkt zijn voorman in Rotterdam één of andere neonazistische Holocaustontkenner te zijn. Zo’n extremistische drol kun je er als partij die toch al een tikje dubieus is nou net niet bij hebben, dus De Blonde Pruik kon niet anders dan die enge fascist uit de partij te gooien. Eén keer de naam van die griezel op Google intoetsen had hem die ellende bespaard trouwens, want hij is bepaald geen onbekende in die kringen. Slordige research van ome Geert. Een nieuw dieptepunt in een toch al roerige PVV-leden-geschiedenis van oplichters, mishandelaars en brievenbuspissers. Het Latijn sprekende kakkertje met de Franse naam telt er vast een zeteltje bij en over een paar jaar blijkt al het werk van Het Orakel van Venlo voor de kat z’n togus geweest. Lees verder

Rodweek #23 Winters

De pieremachochel op de Leliegracht en die ouwe die zijn muziek er op speelde met zijn bandrecordertje. Ik had ‘m al jaren niet gezien en ik bleef even kijken. Want hoewel mijn aversie jegens alles wat ook maar enigszins met winter te maken heeft welhaast grenzeloos is, leverde het toch een mooi Amsterdams winterplaatje op. Maar, eerlijk waar: hoe eerder die gore sneeuw weg is, hoe liever het me is. Geklooi op de fiets en glibberend met de post door de Jordaan lopen: van mij hoeft het niet. Ik heb winters nooit leuk gevonden, als kind vond ik er al geen reet aan. Een woord als ‘winterpret’ komt dan ook niet in mijn vocabulaire voor. Winter en pret, verenigd in één woord is voor mij onbestaanbaar. Het is elk jaar maar weer lijdzaam wachten tot de ellende voorbij is en dat de dagen weer langer en de rokjes weer korter worden. Lees verder

Rodweek #22 Monopoly op de waarheid

Afgelopen week fietste ik, op weg naar een van mijn postwijken, langs slagerij Buzhu op de Haarlemmerdijk. Ik stond er letterlijk en figuurlijk even bij stil. Slagerij Buzhu was in de jaren zeventig de eerste Islamitische slagerij die er in Nederland kwam en jarenlang de werkplek van Mohammed Nouri, de vader van de beweende voetballer Appie. Ik denk nog vaak aan Appie. Hoe goed hij had kunnen worden en vooral veel aan de grote ‘waarom hij?’-vraag. Appie ademt zelfstandig en hij schijnt een ‘verlaagd bewustzijn’ te hebben, maar de kans dat hij, behalve ademen, verder ooit nog iets zelfstandig zal kunnen is nihil. De familie houdt hoop en haalt kracht uit hun geloof. Dat valt alleen maar te respecteren. Ikzelf had het geloof in hun situatie als eerste uit mijn dagelijkse pakket geflikkerd. Als er een god bestaat die mijn zoon, broertje of vriend zoiets aan had gedaan dan zou ik er niets meer mee te maken willen hebben.

Geloven in bovennatuurlijke krachten is sowieso nooit mijn ding geweest. Het is me te abstract. Ik geloof in tastbare zaken, maar als mensen ergens in willen geloven zou ik zeggen: ga je goddelijke gang. Het ding waar veel gelovigen wat mij betreft de mist mee ingaan is met de definitie van het woord ‘geloof’. In iets geloven is namelijk geen feitelijke waarheid. Zo geloof ik er elk jaar in augustus weer heilig in dat Ajax kampioen wordt. Welnu, het is goddomme nog niet eens winterstop en een blik op de ranglijst leert me nu al dat mijn geloof reeds met Max Verstappensiaanse snelheid door de realiteit is ingehaald. Ergens in het voorjaar zal, zoals elk jaar, weer blijken in hoeverre mijn jaarlijkse geloofje de waarheid is gebleken, maar ik heb er een harde kneiter in. Veel gelovigen hebben de neiging om de waarheid te monopoliseren en dat klopt niet. Wij kunnen niet bewijzen of er wel of geen god bestaat. Al neigt mijn mening sterk naar een ‘nee natuurlijk niet, gekkies, denk eens even logisch na!’ maar ook ik kan dus geen monopoly op de waarheid claimen. Lees verder

Rodweek #21 Doperwtjes met worteltjes uit blik

Gisteren, op weg naar het Bickerseiland, fietste ik door de Vinkenstraat, achter de Haarlemmerdijk, aan de rand van de Jordaan. Het was een tijd geleden dat ik in de Vinkenstraat was geweest. Vroeger at ik er wel eens, op nummer 119, bij Moeders Pot. Niet te verwarren met het oud-Hollandsche restaurant Moeders op de Rozengracht. Dé plek in Amsterdam waar je ook midden in de zomer met dertig graden gewoon boerenkool met worst kunt eten, mocht je daar toevallig net trek in hebben.
Die dus niet. Terug naar de Vinkenstraat, daar zat Moeders Pot. Een piepklein restaurantje met een interieur waar sinds de jaren zestig maar bar weinig aan was gedaan, met vier kleine tafeltjes met lullige tafelkleedjes. Vergeeld behang met ouwe kromgetrokken posters en asbakken op tafel. Het etablissement werd uitgebaat door Ome Cor.

Ome Cor zat daar al decennia lang en de formule was eenvoudig. Cor kookte, bediende en zeek, waar hij dat nodig achtte, zijn clientèle af. Het menu was eveneens eenvoudig. Een lapje vlees (daar was keuze in), gebakken aardappeltjes, appelmoes en maar liefst drie soorten groenten. Dat laatste klinkt gezonder dan het was want hij draaide letterlijk al die groenten uit conservenblikjes. Doperwtjes met worteltjes en rode kool uit blik, dat werk. Aan sla, laat staan salades, deed ome Cor niet. Hooguit aan slavinken. Voor een guldentje of twaalf bakte ome Cor een prima biefstuk en een flesje bier koste één gulden vijftig. Het vegetarische menu was hetzelfde, maar dan zonder lapje vlees. Dat kostte zeven gulden. Als toetje een vlavlip of een bolletje ijs met vruchten. Blikvruchtjes op sap uiteraard.

Reserveren kon niet. ‘Je moet gewoon langskommen en dan sien ik wel of ik plek heb.’ Mensen die na het genoten diner de vraag ‘Kan ik betalen?’ stelden kregen steevast hetzelfde norse antwoord: ‘Dat mag ik wel hopen, ja!’   Lees verder

Rodweek #20 Pensioenvoorziening

Goede smaak is niet te koop. Hoe rijk je ook bent. Dat denk ik altijd als ik een foto van Prins Berhard Jr. zie, en die zie je de laatste tijd nogal eens voorbijkomen. Behalve een wanstaltige smaak in monsterlijk lelijke brillen heeft Prins Bernhard jr. ook 590 panden in bezit, waarvan 349 in Amsterdam. Een ‘pensioensvoorziening’, zo noemde dit lid van de Koninklijke familie deze investering. Welnu, deze hoogheid is met een gouden lepel in zijn bakkes geboren in een familie van ‘oud geld’ en heeft het maatschappelijk ook niet slecht gedaan met zijn bedrijven, dus hoeveel pensioen denkt deze meneer nodig te hebben? Of verkeert de prins in de veronderstelling dat hij 468 wordt en dus nog een dikke vier eeuwen met zijn geld moet doen? Welnu, hij is 48, dus over maximaal 40 of 50 jaar heeft ook deze Bernhard gewoon een houten jas, net als z’n opa naar wie hij is vernoemd. Het creatief omgaan met de waarheid is in dezen trouwens duidelijk een erfenisje van opa. Het is natuurlijk gewoon ordinaire huisjesmelkerij en slecht te verantwoorden in een stad waar betaalbare woonruimte tegenwoordig bijna net zo schaars is als palmbomen op de Noordpool. Zijn graaigedrag zorgt ervoor dat woningen nog onbetaalbaarder worden dan ze al zijn, al zal de prins daar geen patatje minder om eten. Vraag dat maar aan de snackbarhoudster uit De Pijp die in het recente verleden na 23 jaar uit haar populaire zaak werd gezet door de prins en zijn vastgoedvrindjes omdat ze de ruime ‘dringend nodig hadden.’ Hij heeft niemand vermoord, maar een flinke vastgoedvoorraad onttrekken aan de toch al overspannen Amsterdamse huizenmarkt grenst aan criminaliteit. Lees verder

Rodweek #19 Risky Business

Of ik veel heb opgestoken tijdens mijn HBO-opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening? Ja, een paar duizend sigaretten. De opleiding stond in de jaren negentig nog in de kinderschoenen en toen ik na jaren eindelijk het papiertje in handen had wist ik van veel dingen een beetje maar over geen enkel onderdeel uit de opleiding kan ik echt veel vertellen. Het was een waardeloze fröbelopleiding. Waar ik me in die jaren wel in specialiseerde was het edele RISK-spel. Mijn vrienden, die op dezelfde fröbelschool zaten, en ik vochten verhitte met bier overgoten veldslagen uit die letterlijk dagen konden duren. Na urenlang dobbelen, drinken, roken, beledigingen, zuigende opmerkingen, verwensingen en een muurvaste patstelling lieten we het bord staan en gingen dan de volgende dag door. Even de tot de rand gevulde asbak legen en nieuw bier halen en we konden verder waar we daags ervoor waren gebleven. De vrienden uit die tijd zijn nog steeds mijn gabbers, maar zoals dat gaat: iedereen wappert uit. Kinderen, trouwen en Amsterdam verlaten. Allemaal zaken die ik mijn vrienden van harte gun, maar die ik simpelweg nooit heb geambieerd en zo ben ik de enige van de oude club die nog altijd zijn vertrouwde leven in de stad leid. Lees verder

Rodweek #18 De Laatste der Smokeykanen

Afgelopen zaterdag was in Boekhandel Scheltema de signeersessie van de biografie van Stefan Pettersson, de sympathieke Zweedse spits van Ajax tussen 1988 en 1994. Ik ben niet gegaan. Ik was vorig jaar bij de signeersessie van Jari Litmanen in diezelfde boekhandel. Na uren wachten hadden wij onze gesigneerde boeken in handen. De handtekening van Jari bleek verreweg de meest enerverende passage van het boek. Voor de rest was het een zaaddodend saai boek. Bio’s van voetballers zijn meestal zaaddodend saai, een enkele uitzondering daargelaten. ‘Say oeh ah Pettersson’ is een aimabel mens en absoluut een jeugdidool van mij, maar ik verwacht geen spraakmakend verhaal dat van de pagina’s spat, zoals de bio van zijn wat expressievere landgenoot Zlatan, dus  ik liet deze maar eens aan me voorbijgaan.

Ik heb sinds kort wel iets gemeen met Pettersson wat maar weinig mensen gemeen met hem hebben: wij hebben allebei ons sleutelbeen gebroken bij een wedstrijd van Ajax. De setting was alleen verschillend. Hij brak zijn sleutelbeen in 1992 in een heroïsch duel tijdens de UEFA-cupfinale van Ajax in een kolkend Olympisch Stadion en ik kletterde vijfentwintig jaar later als het debiele broertje van Hendrik Jan de Stuntman over een hekje in het Volendam-stadion na een onbeduidend bekerpotje.    Lees verder