Rodweek #34 Lubach is niet de Messias

Eén van mijn meest favoriete films ooit, op gepaste afstand van The Big Lebowski, is Life of Brian, een parodie op het leven Jezus Christus. Een film uit 1979 waar toen al ophef over was, maar die je nu over geen enkel geloof meer kunt maken, want dan word je kop er af gehakt. Brian wordt per ongeluk aangezien voor de Messias en krijgt vele volgers die alles blind geloven wat hij zegt. De mooiste scène is als hij in het raam bij zijn moeder zijn volgers toespreekt. ‘You’re all individuals! You don’t need to follow anyone! You are all different!’ ‘I’m not’, zegt er dan eentje uit die massa. Een prachtscène en exemplarisch voor de massahysterie en het blinde geloof van gelovige mensen.

Tegenwoordig hebben wij, Nederlanders die de laatste twee decennia tot in het extreme gevoelig zijn voor massahysterie, een nieuwe Messias: Arjen Lubach. Een grappige gozer bij wie op het naamplaatje bij zijn deur ‘Aan de deur wordt geen snuitpaling gekocht’ staat. Dat is echt waar en ik kan het weten want ik heb post bij hem bezorgd, maar dit terzijde. Ik vind ‘Zondag met Lubach’ leuk. Prima redactie  erachter, Lubach als prima anchorman en onderwerpen waar je toch even over nadenkt als hij ze heeft behandeld. Een tikkeltje teveel van David Letterman afgekeken, maar vooruit.    Lees verder

Rodweek #33  Het fluwelen eindje

Toen ik in 2010 met mijn toenmalige vriendin ging samenwonen in mijn huis aan de Marco Polostraat in Amsterdam-West kwamen haar opa en oma eens bij ons op bezoek. Opa Frits en oma Ans zijn  twee prachtige oude Amsterdammers met wie ik het altijd goed heb kunnen vinden. Ans had als kind in de buurt gewoond en vertelde dat ze het stukje straat waar wij woonden vroeger altijd ‘het fluwelen eindje’ noemden, omdat het een wat mooier gedeelte van de straat was waar de wat meer welgestelde mensen uit de buurt woonden.

Het is ook nog steeds het mooiste stuk van de Marco Polostraat, al zijn tegenwoordig alleen de huizenprijzen nog fluweel aan de straat. Toen ik in 1999, in de guldentijd,  in mijn woning kwam wonen werden de woningen er nog net niet weggegeven. Betaalbare huurwoningen in een buurt waar niemand wilde wonen, dus de koopprijzen waren ook nog niet zo achterlijk hoog. Dat is inmiddels allemaal anders. Een zoekopdracht op Funda leert dat voor een vierkamerwoning op het fluwelen eindje 625.000 euro mag worden afgetikt en voor een driekamerwoning van 80 vierkante meter, schuin tegenover waar ik woonde, 475.000 ekkies. Dan moet je de fluwelen eindjes dus flink aan elkaar knopen als je daar een hok wilt kopen. Ik betaalde voor mijn 80 vierkante meter onder de 300 euro huur. Dat is een fooi in het Amsterdam van 2018, al vond ik de huurprijs niet meer dan logisch en terecht gezien de staat van het huis. Een kleine greep uit de mankementen: enkel glas, open geiser, gaskachel, achterstallig schilderwerk, de kapotte treden in het trappenhuis, het licht op de gang dat vaak stuk was, de badkamer met de slappe douche en een balkon dat volledig gekaapt was door de plaatselijke duivenpopulatie die de boel daar naar hartenlust onderscheten. Ik noemde mijn balkon dan ook Station Duivendrek Centraal. Mijn verhuurders gaven geen ene reet om het huis en deden er weinig tot niets aan. Die hoopten alleen maar dat ik op een dag op zou rotten zodat ze de hut kunnen verbouwen en er de hoofdprijs voor kunnen vragen. Welnu, ze hebben hun zin. Lees verder

Rodweek #32 Van West naar Waterloo: Alles Hoog!

Iedereen heeft wel eens een beetje een hanige bui. Even stoer doen, even de pochkees uithangen, het kan de beste gebeuren. Zo ook Quincy Promes, tegenwoordig voetballend in Rusland in ruil voor heel veel centjes, maar een paar jaar geleden speelde hij nog bij FC Twente, ook niet voor lullig geld. Onze Quincy gaf ons destijds, paupers die hooguit een bedrag van drie nullen per maand voor hun werk krijgen, een inkijkje in zijn leven, becommentarieerd in een koddig straattaaltje, je weet toch. En hij was dus een beetje in een hanige bui. Hij had net boodschappen gedaan bij Juwelier Knoeff (voor al uw juwelen) en Quincy bewoonde in Hengelo naar eigen zeggen een heuse penthouse. Ik dacht altijd dat de enige Penthouses in Hengelo in de schappen van de plaatselijke rukboekjesdealer lagen, maar dat bleek een ernstige misvatting mijnerzijds. Quincy bewoonde er immers eentje. Quincy roept in de lift dat alles boven van hem is. En dan volgt het letterlijke hoogtepunt van het filmpje: Quincy kraait met een vertederend kinderlijk enthousiasme, maar natuurlijk heel straat en getto bedoeld ‘’Alles hoog! Alles hoog!’’ Onze Quincy woonde op de bovenste etage van een flatgebouw in Hengelo en de wereld mocht het weten ook. (Voor het filmpje, klik HIERO) Lees verder

Rodweek #31 Haverklapschaats

Terwijl ‘onze’ (als ‘we’ winnen zijn het in Nederland altijd ‘onze’, als ‘ze’ verliezen zijn het in wezen wezen) schaatsers daar in Zuid-Korea de medailles als een kralenketting aaneen rijgen gaan mijn gedachten terug naar 1986. Ik was negen en we gingen met een paar schoolklassen op excursie naar wat toen al het Mekka van de schaatssport was: het Thialfstadion in Heerenveen. Terwijl Sven Kramer in datzelfde Heerenveen in datzelfde jaar zijn eerste bronzen plak in zijn luiers legde reed ik mijn eerste rondje 32 op het heilige ijs. Het waren alleen 32 minuten en geen 32 seconden zoals een beetje goede schaatser dat doet, want ik lag om de haverklapschaats op mijn snuit of op mijn reet en hield me krampachtig vast aan de boardings om niet steeds te vallen. Terwijl iedereen om mij heen met duizelingwekkende vaart langs mij heen suisde en dolle pret had hoopte ik alleen maar dat deze dag in godesnaam heel snel voorbij zou zijn. In elk geval dit rondje rond die onmetelijke baan. De finish was nog lang niet in zicht. Toen ik eindelijk al klapwiekend met mijn armen de finish had bereikt en met een van pijn vertrokken gribusgrimas naar de kant klungelde leek het me een goed idee om mij terug te trekken uit de van plezier kraaiende en soepel schaatsende menigte en de vijf gulden die ik had meegekregen van mijn ouders stuk te slaan in de patatkraam. Nee, ook voor schaatsen was ik, zoals voor vrijwel elke actieve sport waar specifieke vaardigheden voor worden gevraagd, fysiek volledig ongeschikt. De enige schaats die ik in mijn latere leven nog wel eens aanzienlijk beter heb gereden was een scheve schaats, maar dat is weer een ander verhaal. Lees verder

Rodweek #30 Je kent me toch?

Zo af en toe vind ik het verhelderend om eens te kijken hoe goed mensen me nou denken te kennen en dus stelde ik afgelopen week een quizje op waarin mijn vrienden, familie, of (al dan niet virtuele) kennissen tien keuzes kregen voorgelegd. Over wat ik liever zou hebben of doen. Twee keuzes per vraag, dus vijftig procent kans. Ik kon ook zien wie welke antwoorden had ingevuld. Het was interessant, soms licht verbijsterend, om te zien hoe mensen die mij toch behoorlijk goed zouden moeten kennen foute keuzes maakten en mensen die mij amper of zelfs helemaal niet kennen verrassend veel goede keuzes. ‘De man is een enigma van zichzelf’, verzuchtte één van mijn beste vrienden toen hij er maar acht van de tien goed had. Sommige vragen waren inderdaad een beetje tricky, dat geef ik eerlijk toe. De vraag of ik liever in een film zou spelen of zou willen optreden met een band, tja, daar zouden mensen over kunnen twijfelen, maar waarom sommige mensen die mij goed zouden moeten kennen invulden waarom ik liever een berghuisje zou hebben dan een appartement in New York is me een compleet raadsel! Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik niet veel met rustieke omgevingen heb. Ik ben een stadsjongen. Ik word gekmakend onrustig van een rustige omgeving. Ik heb de gekte van de stad om me heen nodig om niet gek te worden van de rust en de stilte. Ik vind het best prima om een paar dagen in zo’n berghuisje te zitten, maar daarna wil ik met gierende banden weer terug naar de reuring van een grote stad. Lees verder

Rodweek #28 Ieder z’n fuck… eh… vakgebied

Deze week was het precies vijfendertig jaar geleden dat The A-Team voor het eerst werd uitgezonden. De jaren tachtig: met natte haartjes op de bank en een glaasje cola en een bakje chips (paprika of ‘gewone’) binnen handbereik. Een serie over vier Vietnam-veteranen die in hun busje door Amerika reden en ten strijde trokken tegen allerlei onrecht. Iedereen had z’n rol: Murdock was de gek, Face de mooie jongen, Hannibal de oude leider en BA was Dennis Bergkamp: de beste van het team, maar bang om in het vliegtuig te stappen. Voor de rest had niemand in de serie enige overeenkomst met Dennis Bergkamp. Vooral op het gebied van doeltreffendheid lieten de heren het nogal afweten. Ondanks het wekelijkse spervuur dat deze oorlogsveteranen op hun tegenstanders afvuurden noteerden we in achtennegentig afleveringen slechts één voltreffer met dodelijke afloop en vloeide er hoogstzelden bloed. Lees verder

Rodweek #27 Sommige dingen zijn onbetaalbaar

Waar 2017 in financieel opzicht voor mij wat moeizaam op gang kwam begon 2018 meteen met een meevaller. De royalty’s van mijn bestseller ‘Kroegkronieken’ uit 2013 werden gestort en dat betrof dit jaar de lieve somma van €2,97, dus in elk geval één persoon heeft afgelopen jaar op die knop van bol.com geramd! Even overwoog ik, op advies van een kennis, dit gewonnen kapitaaltje te investeren in Bitcoins, maar dan zou ik mezelf niet zijn. Geld moet rollen, zeg ik altijd maar en bovendien stond er afgelopen weekend een weekendje Valkenburg met de dame op het programma. Mijn enige en laatste bezoek aan Valkenburg was een jaar of dertig geleden, maar daar stond me nog maar weinig van bij. En wat zou ik in 1988 allemaal met €2,97 kunnen doen? Dat was toch zes gulden zestig. Heel veel kikkertjes, perziken en trekdrop kopen natuurlijk! Wat denk jij nou? Lees verder

Rodweek #26 De ene boef is de andere niet

In mijn jeugd, honderd jaar geleden, was de meest bekende boef die ik kende B2 uit Bassie en Adriaan. B2 was een beetje dovig en verstond alles verkeerd. Een zin als ‘Je moet even bellen’ werd door B2 steevast beantwoord met een antwoord als ‘Wat zeggie? Frikandellen?’ Wie aan de tegenwoordige jeugd vraagt welke boef zij kennen heeft grote kans dat die kinderen het dan zullen hebben over ‘Boef’, een rapper van Algerijnse afkomst die geboren is in de Banlieus (een mooi Frans woord voor verpauperde klotebuurt) van Parijs en is opgegroeid in Nederland.

Boef is een deler. Zo deelt Boef graag met de hele wereld hoeveel geld hij verdient. 80 K per maand, je weet toch. Want dat vindt Boef stoer. Ik vind daar weinig stoers aan. Ik verdien dat ook. Ik krijg het alleen niet. En verder deelde Boef afgelopen week met ons dat hij de dames die hem hielpen, terwijl hij met autokech… eh autopech op de weg stond dat vrouwen die tot zo laat uitgingen maar kech’s vond. Kech, zo leerde ik weer wat nieuws, is dus Arabische straatslang voor ‘hoeren’. Wat die uitspraak Boef maakt? Een lompe, onbeschofte en ondankbare lul. Niets anders. Ik kende het woord ‘kech’ overigens alleen maar als het tweede deel van de de naam van de stad Marakech. Dus die stad heet in goed Nederlands dus eigenlijk Marahoer, als ik het goed begrijp. Ik ben, mijzelf kennende, bang dat ik nooit meer iets anders denk als ik iemand die plaatsnaam hoor zeggen. Lees verder

Rodweek #25 Fish and chips moet zwemmen

De geurmelange van getoast witbrood, gebakken eieren, bacon, witte bonen in tomatensaus en ondefinieerbare worstjes kroop de afgelopen dagen dagelijks stiekem onder onze deur door om ons te wekken. Inderdaad, ik was in Engeland met kerst. Ik heb niet veel met kerst, maar wel heel veel met Londen en mijn dame was nog nooit in Londen geweest. Zomaar drie redenen om de kerstdagen dit jaar eens in Londen door te brengen. Ik ben gek op die stad. Het is een apart volkje. De tamelijk bizarre combinatie die het Engelse ontbijt vormt kan ook echt alleen maar door een Engelsman bedacht zijn. Hun voorliefde voor lelijke vloerbedekking, tot in de kroeg aan toe, is bizar. Fish and chips. Ik heb het vroeger nog wel uit een oude krant gegeten. Met een beetje mazzel kon je de voetbaluitslagen nog op je vis lezen, maar uit een krant eten mag niet meer. Camden Town in Noord-Londen, met z’n markten, z’n eetstalletjes en z’n kroegen voelt altijd als thuiskomen. En voetbal. Je kunt met Engelsen oeverloos ouwehoeren over voetbal. Lees verder

Rodweek #24 The Winner Takes It All

Het zit die arme Geert Wilders ook niet mee. Hij ziet er ook een beetje uitgeblust uit de laatste tijd. Dan wordt zijn electoraat al stukje bij beetje afgepakt door een Latijn sprekend kakkertje met een Franse naam en dan blijkt zijn voorman in Rotterdam één of andere neonazistische Holocaustontkenner te zijn. Zo’n extremistische drol kun je er als partij die toch al een tikje dubieus is nou net niet bij hebben, dus De Blonde Pruik kon niet anders dan die enge fascist uit de partij te gooien. Eén keer de naam van die griezel op Google intoetsen had hem die ellende bespaard trouwens, want hij is bepaald geen onbekende in die kringen. Slordige research van ome Geert. Een nieuw dieptepunt in een toch al roerige PVV-leden-geschiedenis van oplichters, mishandelaars en brievenbuspissers. Het Latijn sprekende kakkertje met de Franse naam telt er vast een zeteltje bij en over een paar jaar blijkt al het werk van Het Orakel van Venlo voor de kat z’n togus geweest. Lees verder