Rodzooi #16 Ode aan de Kuip.

Laat ik eerlijk zijn: helemaal handig was het natuurlijk niet om pontificaal op de site van een Rotterdamse krant te  staan terwijl ik als columnist van Ajax Showtime in mijn Ajax-shirt, in mijn  Ajax-huis een stoeltje uit het Ajax-stadion in ontvangst nam. Zeker niet als je in die zelfde week nog twee keer in die contreien moet wezen, zoals ik. En dan op zondag nog bij Feyenoord-Ajax in de Kuip ook.

Ik voelde me afgelopen vrijdag en zondag toch een beetje zoals de partner van de bekende Rotterdamse TV-presentator zich waarschijnlijk regelmatig voelt: in het hol van De Leeuw. Mijn status in die ouwe Rotterdamse roestbak is in alle opzichten ongeslagen. Ik heb Ajax daar nog nooit zien verliezen en ik heb er ook nooit een klap op m’n bek gevangen. De spaarzame keren dat Ajax daar verloor was ik op vakantie of was ik er om een andere reden niet. Ajax zou mij eigenlijk elk jaar moeten faciliteren om daar als talisman heen te gaan, maar dat zal wel weer te veel geld kosten. Gisteren was dus mijn twintigste keer, een heus jubileum. Ik ben dol op dat stadion. Niet eens omdat ‘we’ daar meestal met een goed resultaat van terugkeren, maar die ouwe bak aan het Van Zandvlietplein 3 te Rotterdam-Zuid heeft iets magisch. Het stadion kan er letterlijk trillen. Lees verder

Rodweek #15 Varkens

Soms merk ik dat ik oud word. Ik houd al die nieuwe trends niet meer bij. Zo schijnt er tegenwoordig een spelletje onder jongeheren te zijn dat ‘to pull a pig’ heet. De regels zijn simpel: de jongeheer versiert een (in hun ogen) niet al te knap, liefst beetje dikkige jongedame. Op het moment dat de dame verliefd dreigt te raken trekt de jongeheer de varkenskaart: ‘Haha, you’re pigged!’ Om vervolgens de dame in kwestie met een gebroken hart en een forse deuk in haar ego achter te laten. Ik had nog nooit van dit rare spelletje gehoord tot afgelopen week een Nederlandse jongeheer uit Doetinchem er de wereldpers mee haalde. Engels meisje versierd in Barcelona. Vervolgens het dolverliefde meisje laten overkomen naar Amsterdam en haar daar eenmaal aangekomen vervolgens een berichtje sturen dat ze ‘pigged’ is en dat alles maar een grapje was. Het meisje keerde vernederd en met als souvenir een koffer vol hart- en egoscherven weer terug naar Engeland. Lees verder

Rodweek #14 Water, Vuur en de Pest

Over de betekenis van de drie Andreaskruizen in het wapen van Amsterdam bestaan verschillende theorieën. Een van die theorieën is dat de kruizen symbool staan voor water, vuur en de pest, verwijzend naar de drie grote plagen die Amsterdam overwonnen heeft. Ik hoop dat we dat laatste kruis in de toekomst kunnen aanpassen aan de moderne tijd en er pest/kanker van kunnen maken, omdat we die plaag dan ook hebben verslagen. Die vreselijke ziekte hield behoorlijk huis in de stad tijdens mijn vakantie. Op donderdagavond 5 oktober kwam ik pas laat thuis en toen ik op vrijdagochtend het nieuws keek zag ik dat mijn stad nu dus geen burgemeester meer heeft. En even later twee keer nieuws uit de kennissenkring. Een sterfgeval door die ziekte en een aanstaand sterfgeval, want reeds in de hospice.

Kortom, het is kloten van de bok, om het zacht uit te drukken. Al moet je met dergelijke uitspraken tegenwoordig ook uitkijken, want voor je het weet heb je de onvolprezen lichtjes van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit op je dak die je komen vertellen dat het gebruik van dierennamen in figuurlijke zin misleidend is voor de lezer en als zodanig dus niet is toegestaan. Lees verder

Rodweek #13 Verheffend nieuws in Turkije

Toen ik een jaar of veertien was vroeg mijn vader mij of ik een verlanglijstje voor Sinterklaas wilde maken. Onder de door mij felbegeerde gettoblaster schreef ik ‘Playboy scheurkalender’. Ik had al met een aantal meisjes gezoend, had ook al met wat ontluikende puberborstjes gespeeld en reeds voorzichtig de zuidelijke streek verkend, maar veel verder was het allemaal nog niet gegaan. Desalniettemin was mijn fascinatie voor vrouwen en vooral het vrouwelijke lichaam toen al volop aangewakkerd. Mijn ouweheer gaf mij de gettoblaster voor Sinterklaas en daar was ik enorm blij mee. Maar ik kreeg ook de kalender! En daar was ik minstens zo blij mee! Elke dag scheurde ik trouw de blaadjes af en de mooiste bewaarde ik. Hugh Hefner leerde mij via Playboy kennis maken met de schoonheid van het vrouwelijk lichaam. En was sowieso belangrijk als voorvechter van de seksuele revolutie in de preutse wereld van de jaren vijftig en zestig. Maar ‘The Hef’ is dus niet meer. Zelfs hij kan dus dood. De man is godbetert eenennegentig geworden en aldus bepaald niet in de wieg gesmoord, maar toch verraste het nieuws me. Sommige mensen kunnen nou eenmaal niet dood, denk ik soms, maar elke keer blijkt toch dat ik me daar lelijk in vergis. Toch heeft ie wellicht ook na z’n dood nog mazzel hoor, die ouwe Hef. Stel nou dat ik weer eens ongelijk heb en dat er toch een hemel bestaat, dan wordt hij opgewacht door zijn muze en tevens de eerste dame die op de cover van Playboy stond: Marilyn Monroe. Dat kan een stuk slechter. Lees verder

Rodweek #10 Hempie

Arjen Robben gaf afgelopen donderdag na de afslachting van Nederland tegen Frankrijk een fantastische imitatie ten beste van Mohammed Saïd al-Sahaf. U herinnert zich hem misschien nog wel: die Iraakse Minister van Informatie waar we tijdens de Tweede Golfoorlog nog zo kostelijk om hebben gelachen. Terwijl de Amerikaanse tanks in polonaise Bagdad binnenreden en de stad simpel veroverden verkondigde Al-Sahaf met droge ogen zijn eigen waarheid: er was niks aan het handje en de strijd voor het Iraakse regime verliep bijzonder voorspoedig. Zo klonk Robben ook. Nederland was zojuist geknipt, geschoren, afgedroogd en als een klein kind in de hoek gezet. Een rode reet als een baviaan van het pak op de broek. Robben zag het allemaal door een oranje bril: Nederland kon nog steeds makkelijk tweede in de poule worden en het WK in 2018 is nog steeds volop in zicht. Een optimist is een slecht geïnformeerde pessimist, zeggen we dan maar. Robben noemt een glas met een bodempje water erin ook nog halfvol. Die mentaliteit als sportman is te prijzen. Lees verder

Rodweek #9 Onvergetelijk

Het is ook niet snel goed met die Vader Abraham. Sleur ik die ouwe smurfensouteneur drie weken geleden nog uit de onder een dik bedekte laag stof anonimiteit in een van mijn columns (toch 729 lezers) en dan loopt mijnheer afgelopen week op nu.nl te jeremiëren dat er geen groot eerbetoon is geweest voor zijn 50-jarig artiestenjubileum en bij Andre van Duin wel. Dan moet ik zeggen dat ik, behalve ‘Het Kleine Café Aan De Haven’ en het ‘Smurfenlied’ toch flink moet nadenken om nog drie titels uit het oeuvre van de beste man te noemen. Van Andre van Duin som ik uit het blote hoofd moeiteloos twintig sketches op. En niet dat mijn Vader Abraham-kennis nou maatgevend is, maar ik denk dat het voor de meeste mensen geldt. ‘Bij leven vergeten’, noemde hij het, met een smurfensnik in de stem en met een tranentrekkend gevoel voor dramatiek. Lees verder

Rodzooi #8 Godney

Afgelopen week, na zoveelste barbaarse aanslag op de samenleving, met ditmaal Barcelona als decor, googlede ik de definitie van het werkwoord ‘geloven’ maar eens op het alwetende internet. Eens kijken of die overeenkomt met mijn eigen definitie van dat woord, want ik heb de laatste jaren het gevoel dat sommige mensen de betekenis van het woord niet helemaal meer begrijpen. Al zoekend kom je dus uit op termen als ‘menen dat…’ of ‘denken’. ‘Ik geloof dat hij ziek is’. Of het al iets stelligere ‘Dat geloof ik graag’, om het vertrouwen in de woorden van de ander uit te spreken. En uiteraard word ook het aanhangen van een godsdienst als een van de definities genoemd. Maar nergens wordt gesteld dat ‘geloven’ hetzelfde is als een feitelijke waarheid. Als ik geloof dat Ajax kampioen wordt (hoe gek dit momenteel ook moge klinken), dan is dat geen vaststaand feit. Allesbehalve zelfs op dit moment, kan ik wel zeggen. Lees verder

Rodweek #7 Kramperen

Nee, mijn favoriete manier van vakantie vieren is het nooit geweest. Met een rolletje pleepapier onder je arm naar het toilet gaan, met z’n allen boven een metalen trog tandpasta uitrochelen en douchen met een muntje in een hok waar al zestien anderen voor jou hebben gedoucht en je met een beetje pech nog lauw water hebt ook. Tel daarbij het pogen tot slapen in een gammel lekkend tentje op een slecht matrasje zodat je elke ochtend met een halve hernia ontwaakt. Ik heb het nooit gesnapt. Waarom zou je in hemelsnaam je comfortabele huis tegen betaling inruilen voor een primitieve tent met een slecht matras en zonder douche en toilet? Kramperen noem ik het altijd.   Lees verder

Rodweek #6 Genderneutrale gentrificatie

Een vriend van mij poneerde onlangs een wonderlijke stelling waar niets tegen in te brengen is: de eerste artiest, een Nederlandse artiest ook nog, die de tegenwoordig zo veel besproken genderneutraliteit te berde bracht was niemand minder dan Pierre Kartner oftewel Vader Abraham. In zijn kraker ‘Het kleine café aan de haven’ uit 1975 zingt hij in het tweede couplet de uiterst genderneutrale zin: ‘Geen monsieur of madam maar W.C.’ Daarmee was onze nationale smurfensouteneur zijn tijd dus bijzonder ver vooruit. Dat was hij natuurlijk sowieso al met zijn baard en zijn hoedje. Feitelijk was Vader Abraham dus ook nog eens de eerste hipster van Nederland. Dus laat niemand ooit nog lacherig doen over Vader Abraham!  Lees verder

Rodweek #5 Uberhart

Het was op een rustige nazomerdag in 2010 dat de kersverse burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan, ons café plotseling kwam vereren met een bezoek. Dat hij en zijn gevolg in ons café belandden was niet geheel toevallig, want de hele club werd gechaperonneerd door opa Frits, de opa van mijn ex-vriendin. Opa Frits is een krasse tachtiger die nog steeds in allerlei ouderenraden zit en een drukkere agenda heeft dan ik. Een bekende verschijning in de Kinkerbuurt. Een rijzige man die nog steeds met tamelijk stevige tred door de buurt loopt. Van der Laan en opa Frits woonden in de jaren 80 en 90 naast elkaar in Amsterdam-West, dus toen de burgemeester zijn eerste werkbezoek aan Oud West deed was het niet meer dan logisch dat opa Frits daar een begeleidende rol in zou spelen. En anders had opa Frits die rol trouwens zelf wel opgeëist. Op het Ten Kateplein aangekomen zei Frits: ‘Kom, Eberhard, we gaan hier even een bakkie koffie drinken, want hier werkt mijn kleinzoon.’ En opa Frits is zo’n man die je niet gauw tegenspreekt, dus wat er ook op het programma stond: eerst koffiedrinken bij mij. Lees verder