Een rondje om het hondje

Toen ik in het jaar 2000 in de woning kwam wonen waar ik nu nog steeds woon, woonde er een bejaard echtpaar onder mij, op de begane grond. Joop en Sonja heetten ze, crematorium Westgaarde hebbe inmiddels hun zielen. Joop en Sonja hadden behalve elkaar ook een valse klerelijer van een herdershond. Ik was, om het met een mooi Amsterdams woord te zeggen, pages voor dat beest. Elke keer als ik voor hun raam langs liep vloog die etter hard blaffend, grommend en klaar om mij te verscheuren tegen het raam. Ik schrok me elke keer weer een rolberoerte en ging zelfs bijhouden op welke tijden Joop met dat monster naar buiten ging. Dit om het risico te verkleinen dat we tegelijk naar buiten zouden gaan en elkaar dan zouden tegenkomen, want dat gebeurde ook wel eens. Dan wilde dat gemene kreng me gelijk aanvliegen en trok die ouwe Joop dan zowat met kunstbeen en al omver. Ik had bijna twee jaar lang echt dagelijks angst.

Tot ik op een mooie lentedag Sonja beneden voor haar huis zag zitten. Bedroefd.
“Nou, Rod, je hoeft niet meer bang te zijn voor de hond, want we hebben hem moeten laten inslapen.”
Ik trok, als een Oscar-winnende acteur, een plechtig empathisch hoofd en condoleerde haar met het verlies van haar viervoeter, maar in mijn hoofd was het gelijk één grote  polonaise. Ik liep verder om boodschappen te doen en  maakte om de hoek een vreugdesprongetje. Gemeen? Wellicht. Gemeend? Dat zeker. Wat was ik opgelucht. Blij dat dat kutbeest eraan was.  Ik heb er des avonds een fijne fles op opengetrokken.

Toen ik ooit in Barcelona ergens moest wezen stond er midden in de straat waar wij moesten zijn ook zo’n groot vervaarlijk blaffend kalf. Ik zei tegen een vriend van me dat ik desnoods een kilometer om wilde lopen, maar dat ik voor geen prijs langs dat beest ging. En inderdaad, het was een flinke wandeling om, maar we hebben het gevaarte niet hoeven passeren. Mijn angst voor grote honden zit dus echt diep.

En met deze voorgeschiedenis komen we bij mijn nieuwe bijverdienste, postbode. Ik loop gelukkig prachtige rondjes in de binnenstad en ik vind het waanzinnig leuk om te doen. Ik loop de meest schilderachtige ‘rondjes om de kerk’ (de huizenblokken rond de Westertoren), de 9 straatjes en over de grachtengordel. Allemaal even prachtig. Onlangs vroeg mijn planner of ik ook het rondje Brouwersgracht, Korte Prinsengracht, Herenmarkt, Haarlemmerstraat en wat zijstraatjes wilde pakken. Prima, ook hartstikke leuk. Parel van een wijk ook. En bovendien een buurt die ik nog goed ken uit de jaren negentig. Toen zat ik in die buurt op de Hogeschool. En aangezien de horeca in die buurt een veel grotere en vooral veel sterkere aantrekkingskracht op mij had dan de collegezalen ken ik die buurt nog steeds goed.

Ik was wel gewaarschuwd door een van mijn vrienden die diezelfde wijk ook had gelopen. In een van de zijstraten van de Haarlemmerstraat woont een knettergekke hond, zo wist hij me te vertellen. Hij wist alleen niet precies welke straat meer. De eerste paar keer dat ik de wijk liep ben ik de hond niet tegengekomen, dus ik vroeg me al af waar hij het over had. Of misschien was dat ding inmiddels wel verhuisd. Of dood.

Nee dus.

Toen ik onlangs door dat zijstraatje liep gooide ik achteloos een envelop in een brievenbus en een seconde later stond er een reusachtige hond, met een agressie waar een bloeddorstige IS-strijder jaloers op zou worden, tegen het raam van de deur te springen, te grommen en godbetert met z’n debiele harses tegen het raam te beuken. Ik stond als aan de grond genageld. En een paar passerende toeristen ook. Wat de fok ouwe? Dat was ‘m dus. Mijn collegae moesten hard lachen toen ik het vertelde. Die kennen ‘m ook allemaal. De beruchte hellehond van de Haarlemmerbuurt. Een Shar-pei. Een van de meest zeldzame en meest agressieve honden ter wereld, maar uitgerekend in mijn postwijk woont er eentje. Mijn geluk.  Of het is gewoon de reïncarnatie van de hond van Joop en Sonja. Dacht ik eindelijk van die teringlijer af te zijn, komt ie vijftien jaar later weer terug. Mijn geluk lijkt geen grenzen te kennen.

Inmiddels heb ik ‘het rondje om het hondje’ een paar keer gelopen. Helemaal op m’n gemak zal ik daar nooit een brief door de bus gooien, maar ach, het went. De nuchtere wetenschap is dat hij nooit door de deur heen kan springen, al doet hij daar overigens wel erg hard zijn best voor.  Maar mocht u mij ooit in een extreem vrolijke bui door de Haarlemmerstraat zien huppelen, dan weet u dat de Shar-Pei weer iets zeldzamer is geworden.

1 Comments

  1. Ik had in 2009 eens toen ik naar de Tesco supermarkt liep er een bull terrier bij stoplicht stond. Zeer strak aan een grote ketting. Ik keek naar het beest en keek terug. Hond begon te kwispelen en ik aaide hem over koppie. Beest was zeer ‘cool’ met mij! De twee ‘eigenaren’ (rot woord) keken mijn kant op.

    Heb dat een jaar later met een zeer protective German Shepherd mee gemaakt, ze liet mij wel toe terwijl ze dat normaal nooit deed.
    Heeft mijn visie op honden enorm veranderd. Moest wellicht zo zijn

    Reply

Leave a Comment.