Finidi, de koning van de Melkweg

finidiToen ik gisteren in de Melkweg aankwam las ik een naar bericht. Finidi was overleden. En nee, mijn lieve Ajacieden, ik heb het niet over Ajax’ weergaloze rechtsbuiten uit onze succesperiode van de jaren negentig, maar over de kat die achttien jaar geleden naar hem werd vernoemd door een aantal fanatieke Ajaxfans (Ik vermoed Liesbeth, Jaro, Carina of Ko?) die toen in de Melkweg werkten: Finidi, jarenlang was hij onze aartsluie mascotte in de Melkweg. Finidi, die doodleuk op een metalconcert tussen grote schreeuwende bierdrinkende langharige mannen naar binnen liep om eens te kijken wie er in godsnaam de takkeherrie produceerden die hem, de enige echte bewoner en tevens zijne koninklijke katheid van Lijnbaansgracht 234A, uit zijn slaap hield. Lees verder

Lijnbaansgracht

Behoudens de straten waar ik zelf heb gewoond in de stad is er geen stukje Amsterdam te vinden waar ik zoveel voetstappen en herinneringen heb liggen als op de Lijnbaansgracht. Om precies te zijn het stukje van die gracht tussen de Rozengracht en het Leidseplein. Een klein stukje Amsterdam van pak ‘m beet vierhonderd meter waar ik vele hectoliters bier naar binnen heb geslagen, ontelbaar veel optredens heb gezien, vrouwen heb veroverd, vriendschappen voor het leven heb gesloten  en waar ik tot op de dag van vandaag mijn geld verdien. De plek waar ik voor het eerst plaatjes mocht draaien, in de Korsakoff, en daar nog geld en drank in ruil voor kreeg ook! Ik was twintig en ik vond het al geweldig om in de tent waar ik toen bijna dagelijks kwam een keer plaatjes te mogen draaien. Dat ik er ook nog een roestig stuivertje voor kreeg vond ik leuk meegenomen. Ik had toen dus al het zakelijke instinct van een bos prei. Lees verder

Beste concertganger,

Ik hou van u. Heel erg veel. U houdt net als ik van muziek en uitgaan. Goed, we houden niet altijd van dezelfde muziek, maar daar gaat het niet om. En natuurlijk hou ik ook niet van alle concertgangers. Stomme mensen zitten overal tussen, maar het gaat me om u: de doorsnee concertganger  die ik wekelijks een keer of drie verwelkom in de Melkweg.  Daarom hou ik trouwens ook van u, want dankzij u heb ik al veertien jaar een baan. Als u niet meer komt kan de tent dicht en moet ik misschien wel werk gaan doen op een plek die ik een stuk minder leuk vind dan mijn huidige werkplek. En dan word ik ongelukkig en sterf ik triest en verbitterd. Beter blijft u dus gewoon komen.

Maar, hoeveel ik ook van u hou, sommige gedragingen van u snap ik niet zo goed. Al veertien jaar niet. En nu moet ik het toch maar eens kwijt. Lees verder

Kotsconfetti en drollen op de dansvloer

Rodney schrijftAls ik vroeger naar de Melkweg ging en ik kwam mijn buurman Ome Piet tegen dan zei hij altijd: ´De Melkweg… Weet jij dat ik daar heb nog heb gewerkt in 1941? Toen was het nog een melkfabriek. En nu is de Melk weg, haha!´ Dat zei Ome Piet altijd en hij moest altijd lachen om zijn eigen grap. Het klinkt dan ook als een flauwe woordspeling, maar niks is minder waar! Toen in 1970 psychologiestudent en toneelspeler Cor Schlösser en zijn vrienden een locatie zochten om met hun theatergroep op te treden kwamen zij uit bij de oude verlaten Melkfabriek aan de Lijnbaansgracht. Op 17 juli 1970 opende de zaal zijn deuren en de naam die werd gekozen voor het nieuwe theater was Melkweg. De melk was weg en de jongeren konden er in. Dat was de gedachte en aldus geschiedde.

Lees verder