De website van Rodney Rijsdijk

Rodweek 256 Kretenzerkronieken 2026 (3)

Deel dit verhaal

 De Camping

Als je mij in Nederland ooit meevraagt om gezellig een weekendje mee naar de camping te gaan dan grenst de kans dat ik vriendelijk doch gedecideerd met ‘nee’ antwoord aan 100 %. De simpele reden is dat ik gewoon niks met kamperen heb. ‘Kramperen’ noem ik het altijd. Met een rolletje schijtlint onder je arm naar de plee, 2 minuten douchen in een hok waar andere mensen ook met hun knop in het sop staan, slapen in een tent of caravan: het is gewoon niet mijn ding.

Noem mij een snob, maar ik heb een huis vol met alle luxe, dus dan zie ik er niet zo het nut van in om te betalen om in een lekkende tent op een krakkemikkig bedje te gaan slapen. Ik heb er de romantiek nooit van ingezien. De laatste keer dat ik heb gekrampeerd moet op Lowlands geweest zijn, minimaal 20 jaar terug. Verschrikkelijk. Ik wil gewoon een hotel of een appartement. Iets met een eigen douche en toilet. En niet te vergeten: een lekker bed.

Maar als Mootje op Griekenland vraagt of we een dagje naar de camping gaan dan sta ik al in de startblokken. Dan gaan we naar Camping Kipos, net buiten het dorp. Vanaf ons hotel een tippel van een goeie 20 minuten langs het strand en door de bushbush langs de rivier en dan ben je er.

Camping Kipos wordt bestierd door Nektaria en haar man Babis. Nektaria is de gastvrouw en zorgt voor de aankleding van de camping, de bar en het terras. En ze verft met verve. Ze is een absolute kunstenares. En Babis is de kunstenaar in de keuken. Geef de man een paar willekeurige ingrediënten en hij tovert er een sterrenmaaltijd van. Alles wat Babis maakt is lekker. En vooral veel. Heel veel. Babis gaat er vanuit dat iedereen net zo veel kan eten als hij. Babis is dan ook niet bepaald mama’s kleine jongen. Zijn credo luidt dan ook niet voor niets: ‘’Never trust a skinny cook.’’

Bij Babis met honger de deur uitlopen is ongeveer net zo onwaarschijnlijk als dat mijn huis ineens een meter naar links is verplaatst als ik thuis kom. Meestal eten we daar in de middag. Een beetje op tijd, uurtje of 15.00. En dan heb je dus voor de hele dag genoeg gegeten. Dan zit je dus rammend vol. Die man kan geen normale porties maken.

Bedenk een willekeurig gerecht wat je in een Nederlands restaurant (of waar dan ook ter wereld) zou bestellen en vermenigvuldig dat bord met minimaal factor 2. Het kan ook weleens 2,5 tot 3 zijn. En de prijs? Deel de Nederlandse prijs met factor 3. Minimaal.

Omdat zijn eten zo lekker is blijf je er ook maar van door eten. Dus na afloop zitten we zuchtend en steunend aan tafel. Je kunt geeb ‘boe’ of ‘ba’ meer zeggen en dan komt onze lieftallige gastvrouw al weer grijnzend naar onze tafel om ons het definitieve genadeshot, het Nektariaschot te geven. Dan komt ze met een cakeje en een klein met ijs beslagen flesje en drie kleine glaasjes: dan moeten we nog even raki drinken. En dat is dan ook nog eens de lekkerste raki van het dorp. Die laten ze maken door een vriend van hen. IJskoud de lekkerste.

Volgens Dr. Nektaria helpt het ook overal tegen: voor de spijsvertering, als je je even niet lekker voelt, op wonden om te ontsmetten, you name it: Nektaria acht raki van een soort heilig medisch belang. Lourdes in een glaasje.

Ze snoept dan ook graag een glaasje met ons mee. En soms wel twee ook.

Na afloop waggelen we moe maar voldaan terug naar het hotel. Even liggen. Even bijkomen van al dat culinaire geweld. Ook hier blijven we niet op de camping slapen.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees ook: