Rodweek 110 Xenosfobie

Toen ik als kind moest afzwemmen voor mijn B-diploma moest ik van de hoge duikplank springen. Dat was het moment dat ik ontdekte dat ik echt heel erg last van hoogtevrees heb. Tot op de dag van vandaag. Dat ik op 5 hoog woon is op z’n minst ironisch. Maar ik ben dus kruipend die duikplank opgegaan en sprong met mijn ogen dicht het water in. Hoogtevrees was mijn eerste fobie. Een reuzenrad? Mij krijg je er niet in. Fobieën bestaan in talloze vormen. Mensen die bang zijn voor specifieke situaties, dieren of dingen. Mensen die oprecht niet van een roltrap afdurven, hoogtevrees, bang zijn voor spinnen, vliegangst hebben, bang zijn in het donker of mensen zoals ik die echt oprecht, om het met een mooi Amsterdams woord te zeggen, pages zijn voor grote honden. Ik zweer het je, als zo’n beest midden op de weg staat en ik moet er langs? Ik loop nog liever een kilometer om dan dat ik die hond passeer.  En dat doe ik dan dus ook. Met geen tien paarden krijg je me langs die hond. Hoe onredelijk dat ook is. Maar angstfobieën zijn dan ook niet voor rede vatbaar.

Er bestaan ook schijnfobieën zoals xenofobie of homofobie. Dat zijn helemaal geen fobieën. Die mensen zijn namelijk helemaal niet bang voor buitenlanders of homo’s. Want het zijn geen fobieën. Xenofoben en homofoben zijn gewoon domme haatdragende klootzakken. Vrij naar de tweet van Morgan Freeman.

Ikzelf heb ook een soort tussenfobie: Xenosfobie. Ik zal het proberen uit te leggen.

Veel mensen hebben zo’n ding waarvan ze liever niet hebben dat andere mensen dat ook weten. Een heimelijk pleziertje of om de hippe term te gebruiken: een guilty pleasure. Nou ben ik 44 jaar en alle schaamte inmiddels echt allang voorbij dus ik zeg het ook maar gewoon: ik kom graag in de Xenos. Het is een winkel waar ik me al zolang als ik leef over verbaas. Een winkel waar ik altijd pijnlijk bang word van alle wansmaak die er wordt geëtaleerd, maar waar ik ook altijd weer blij vandaan kom.  

De Xenos is zo’n winkel waar ze de meest afgrijselijk lelijke Boeddhabeelden verkopen. Of affreuze spiegels en lijsten met kitscherige randen. Of lelijke kastjes. En afzichtelijk servies waar je met wansmaak gezegende oma zich nog voor zou schamen. En natuurlijk het meest angstaanjagende in de winkel: de Xenos-spreuken voor aan de muur. Met van die blaartrekkende teksten als ‘’Home is where the heart is’’ of zo. Als ik dat soort Xenos-teksten wel eens lees op muren bij mensen denk ik altijd: ‘’Nee, lieverd, home is waar je zelf je fucking huur of je hypotheek betaalt.’’ 
Of als ik van die intens treurige truttigheid zie als :’’Happiness is not a destination, it’s a way of life.’’ Dan loopt m’n bloed weg. Ik heb om minder truttige Xenos-wijsheden toiletten tot de rand toe vol gebraakt. De truttigheid druipt in klodders van die spreuken af.

Ik ben altijd bang geweest dat ik met een vrouw zou eindigen die dat soort Xenos-wijsheden bij ons op de muur zou willen zetten. Ik ben ooit badend in het zweet wakker geworden omdat ik droomde  dat er in een lelijk lettertype ‘Love’ boven het bed hing en ‘Home’ boven de keukentafel. En het allerergste: in de huiskamer hing zo’n lullig bord waarop stond ‘Forget the mistake, remember the lesson’.  Boven de bank, zodat al ons bezoek het ziet. Beschamende lulligheid. Het is goddank nooit zover gekomen dat ik zo’n vrouw heb getroffen, maar wat dat betreft heb ik wel een beetje Xenosfobie.

Maar ik noem het niet voor niets een tussenfobie. Er is natuurlijk ook een reden waarom ik wel graag in de Xenos kom. En dan gaat het niet om een knappe verkoopster (die in mijn Xenos is doorgaans een man in het bezit van de 3 B’s: bril, baard, buik), maar omdat je er soms van die grappige dingen kunt kopen waar je normaal niet aan denkt. Knoflookolie met ook gewoon echt bad ass veel knoflook er in, een zak Snickers voor 2 piek, toiletbrillen, roerbaksauzen, ovenwanten, een grote zak pijnboompitten voor weinig en allemaal geinige troep die je nooit nodig hebt. Zo heb ik mezelf vandaag nog ternauwernood weten te bedwingen, want anders had ik naast alle andere zooi die ik niet nodig had, maar wel heb gekocht, ook nog zomaar een Mini Beer Pong-set en een mini-tafelvoetbalspel gekocht.

De rede nam het gelukkig net op tijd weer van me over en het engeltje op mijn schouder schreeuwde mij luidkeels in mijn linkeroor: ‘’Neeeeeee, Rodney, jij domme sukkel, jij moet juist meer troep weggooien waar je niks meer mee  doet en niet zoals jij altijd doet altijd maar nieuwe klerezooi naar binnen slepen, waar je over een week ook niks meer mee doet.’’ En de klootzak had nog gelijk ook.

Maar eerlijk waar, ik loop altijd weer blij de Xenos uit. Ik kan er zomaar jaren niet komen, maar als ik er kom verlaat ik de winkel nooit met lege handen.

Wat ik dan uiteindelijk heb gekocht tijdens mijn laatste bezoek aan de Xenos? Pizzabodems, fietslampjes, een enorme zak pijnboompitten en Jack Daniels Cola BBQ-saus. Acuut nodig allemaal? Welnee! Liep ik weer blij de winkel uit? Ja!

En zo liep ik, tevreden, weer terug naar home, where the heart is.


En Ome Rodzooi heeft ook een boek uit met allemaal lekkere verhalen: ”Het nut van een gebreide condoom”. Bestellen kan via rodney@rodzooi.nl of via Facebook Rodney Rijsdijk. 15 piekies voor ophalen in Amsterdam-Centrum of voor 19,50 stuur ik de postduif naar je toe. Dus bestel maar!
      

Leave a Comment.