De website van Rodney Rijsdijk

Rodweek 267 Het werk van Paulien Cornelisse was zeg maar echt mijn ding

Deel dit verhaal

Stopwoordjes of korte halve zinnetjes. Bijna iedereen gebruikt ze. Vaak ongemerkt omdat ze in ons taalgebruik zijn opgesloten. Zo had ik ooit een scharrel die ongeveer om de twee zinnen ‘een soort van’ zei. ‘Ik vond die acteur altijd een soort van leuk. Dus ik naar zijn nieuwe film. Maar die viel toch een soort van tegen.’ Zoiets. En dat ging de hele dag een soort van door. Ik ben het eens gaan turven. Ik weet niet precies hoeveel meer, maar het was een soort van heleboel.


Mijn achterbuurman, die sowieso een snelle prater is: als hij een verhaal aan het vertellen is zegt hij bijna standaard achter de meeste zinnen. ‘Weet je wel?’ Maar omdat hij zo snel praat komt het er vaak uit als ‘Weejewel?’ Ik betrap mezelf vaak op het gebruik van de term ‘weet je.’ Soms aan het begin van de zin, soms in het midden en soms aan het einde.

Het leuke van taal is dat het veranderlijk is. Elke generatie praat anders. Veel van mijn, vooral vrouwelijke jonge collega’s, er zit 25 tot 30 jaar tussen hen en mij, gebruiken veel Engelse woorden in hun zinnen. ‘Je weet wie ik bedoel toch, like die guy die altijd dat rode petje op heeft. Oh my god!’

Of door de cultureel gemixte samenleving: ‘Ik ga osso’ als ze bedoelen dat ze naar huis gaan. ‘Vette fatoe, ouwe’, als ze een grap leuk vinden. ‘Dikke pokoe, gap, zet eens wat harder’, als in ‘Zet dat leuke liedje eens wat harder.’

En waar wij een tientje een joetje noemde, honderd piek een meijer of duizend euro een rug praten ze nu over een ‘donnie’, een ‘barkie’ of ‘doezoe.’

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Door mijn jonge collega’s en hun vrienden en omdat ik altijd tussen jongeren heb gewerkt heb ik mijn straattaal altijd aardig bij kunnen houden. Vaak lach ik erom, vooral als het van die lelieblanke kindertjes zijn, en soms verwonder ik me er over.

Hoe dan ook fascineert taal mij altijd, al mijn hele leven. Dus dat ik ben gaan schrijven kwam niet uit de lucht vallen. Ik observeer mensen en hun gedrag ook graag. Eigenlijk ben ik een soort van antropoloog van de koude grond, zeg maar.

Paulien Cornelisse had diezelfde fascinatie en die kon dat dan ook nog eens een stuk beter duiden dan ik. Ik ben een groot bewonderaar van haar werk. Wat een talent. Haar boek ‘Taal is zeg maar echt mijn ding heb ik jaren geleden met een gulle lach op mijn gezicht gelezen. En gisteren hebben Mo en ik nog een van haar shows gekeken.

Ik was geschokt toen ik vernam dat zij het tijdelijke voor het eeuwige heeft verruild. Vijftig jaar pas. Maar een jaar ouder dan ik. Ik vind dat altijd eng om te lezen als generatiegenoten overlijden. Ik wil nog wel een soort van een tijdje blijven zeg maar, weejewel, you know, weet je.

Aan het einde van haar show nam Paulien het klaterende applaus van haar publiek dankbaar in ontvangst en zij maakte een diepe buiging.

Maar ik maak een diepe buiging voor Paulien Cornelisse. Haar werk is zeg maar echt mijn ding.

Rust zacht, taalkunstenares.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees ook: