Rene van der Gijp zei het mooi toen hem werd gevraagd naar een mooie uitspraak van Maarten Spanjer. ‘Wat zou je zeggen wat er op je grafsteen moet staan?’, vroeg zijn goede vriend Gijp ooit aan hem. Spanjer: ‘Ik lig hier niet voor de lol.’
Maarten Spanjer heeft dus nu de pijp aan die andere Maarten gegeven. Mooie kerel. Veel Amsterdamser worden ze niet meer gemaakt.
Ik heb hem meegemaakt in de kroegen in Oud West waar ik werkte en hij woonde, bij het Kattenlaantje.
Altijd gezellig en vol mooie verhalen.
Hij was een begaafd verteller. Zowel in de kroeg als op het podium. En in de taxi natuurlijk! Ik heb regelmatig met hem op het terras gezeten en in de piskreukel gelegen om hoe hij verhalen kon vertellen. Dat is echt een kunst die lang niet iedereen beheerst.
Maarten vertelde mij eens dat hij min of meer per ongeluk acteur was geworden. Compleet autodidact. Hij had daar ook niet zo’n passie voor. Maar hij had er wel een talent voor en dat werd gezien. Geen ‘miskend talent’, dus, een van zijn latere typetjes. Maar hij zag toen ook dat het best wel makkelijk geld verdienen was, dus hij ging er mee door. Zijn echte passie was schrijven. Daar vond hij zichzelf ook beter in. En daar verdiende hij ook, zoals hij dat zei, ‘ook best wel een roestig stuivertje mee.’ En omdat hij ook leuk kon vertellen werd hij ook wel gevraagd om zijn verhalen te delen voor publiek.
Maar voor niks gaat de zon op.
Ik belde hem ooit eens met de vraag om een van zijn talrijke anekdotes te vertellen op een van onze voetbalevenementen en toen kwam natuurlijk de onvermijdelijke en terechte vraag over de gage: ” Hey Rod, ik vind je een leuke gozer. Maarre…Zit er ook nog een roestig stuivertje in?”
“Tuurlijk Maarten!”
Maar ik was een beetje beschaamd voor wat we hem konden bieden. Ik noemde een klein bedrag. Want wij hadden maar een klein budget. Maarten dacht even na. En nog eens.
“Tja, ja… dat is niet echt veel hè?
En toen bedacht ik ineens deze:
“Maar er is genoeg witte wijn !”
Dat aanbod in combinatie met dat roestige stuivertje kon ie niet laten liggen.
“Ik kom eraan Rod!”
Hij was zo’n man die nooit de jongen in zichzelf is verloren. Een eeuwige gozer. En nog een leuke ook.
Rust zacht, Maarten. Je ligt inderdaad niet voor de lol op de Nieuwe Ooster, maar bedankt voor de lol die je ons hebt bezorgd! Amsterdam mist je nu al.