Van Amsterdam naar Agia Galini
Op het moment van schrijven bevinden we ons op dag drie in ons Griekse paradijs, Agia Galini op Kreta. Een stipje op de kaart waar buiten het toeristenseizoen een kleine 500 zielen wonen. We kennen daar dus ook bijna iedereen, dat is niet zo moeilijk daar. Op Kreta is Nederland met al z’n gezeik dan letterlijk en figuurlijk even twee weken heel ver weg. Even weg van alle narigheid, agressie, boosheid, dure boodschappen, huilende mensen bij de pomp en het deerniswekkende gestuntel dat hier politiek wordt genoemd. En even weg uit de tentakels van werk. Wij houden allebei vreselijk van ons werk, eerlijk waar, maar even twee weken eruit: dat is best lekker!
In Agia Galini is onze enige zorg waar we die avond weer eens gaan eten en of we nog genoeg yathzeeboekjes hebben. En voor de rest is alles ver weg. Het leven is er makkelijk en overzichtelijk. Criminaliteit bestaat niet. De klootzakkenradar die je in Nederland tegenwoordig niet alleen in de grote steden maar zo goed als overal aan moet hebben staan kan uit. Iedereen is hier lief en vriendelijk. Dit is mijn 8e of 9e keer hier: ik ben hier nog nog nooit een lul of een kutwijf tegengekomen. In Amsterdam kom ik er elke dag wel een paar tegen.
Toen mijn schoonvader, een man van gevorderde leeftijd, een paar jaar geleden in Agia Galini met een stevige slok te veel op naar zijn hotel zwalkte hielden de jongeren hem daar nauwlettend in de gaten. Niet om hem te beroven of in elkaar te slaan, zoals in Nederland, maar gewoon om te zorgen dat hij goed in zijn hotel aankwam. Als een jongere je daar achtervolgt dan is het om de portemonnee die je ergens bent vergeten weer terug te geven aan je. Met alles er in.
Mijn meisie en ik gaan meestal twee keer per jaar. We werken allebei keihard en dan moeten we gewoon even stoom afblazen bij onze Kretenzer kameraden. Even aan de zonoplader.
We konden vluchten kiezen om 5.15, 5.35, 6.30 of laat in de middag. Nou ja, laat in de middag viel sowieso af. Want dan kom je pas laat in de avond aan en ben je een dag kwijt. Dus laten we dan maar voor echt vroeg gaan. 5.15! Dan moet je dus minimaal 3 uur van te voren daar zijn. Althans, dat doen wij. Wij houden allebei niet van gehaast op vliegvelden. Vliegvelden, het is sowieso gedoe. Ik hou er niet van, heb er zelfs een hekel aan. Als vliegvelden een ras zou zijn dan zou ik een racist zijn. Maar goed, als je iets van de wereld wilt zien moet je er wat voor over hebben, dus twee of drie keer per jaar sleep ik mezelf naar Schip-HEL of naar een van die andere vluchthavens waar ik zo snel mogelijk uit weg wil vluchten.
Wat ook zo irritant is aan vliegvelden is dat alle consumpties er zo belachelijk duur zijn. Een tientje voor een klef matig belegd broodje, vijf euro voor koffie. Ik ben niet het prototype zuinige Hollander, ik geef geld makkelijk uit als ik het heb, maar ik wil me niet opgelicht voelen. Vandaar dat Mo en ik al jaren een mooie traditie hebben: voordat wij de deur uitgaan bak ik eieren en doe die op witte bolletjes. Op dat moment begint onze vakantie. Honderd keer lekkerder en goedkoper dan zo’n veel te duur broodje daar.
Nadat de hele helse tour en het gewacht op Schiphel was gedaan konden we boarden. Omdat we al zo vroeg op het vliegveld moesten zijn hadden we weinig (Mo) tot niet (ik) geslapen. Af en toe tussen het spelen van een kruiswoordpuzzel om mezelf wakker te houden viel ik even weg, maar echt slapen, nee.
Eindelijk Heraklion! 10.00 Griekse tijd, bagage halen: zou die koffer van ons nou eens een keer als eerste komen? Nee, natuurlijk niet! Maar Heraklion-vliegveld is klein, een soort veredelde tramhalte, dus zo lang duurde het nou ook weer niet. Maar na een lange slapeloze nacht duurt alles te lang.
Maar eenmaal buiten stond onze ouwe trouwe taxichauffeur Kostas op ons te wachten om ons naar Agia Galini te brengen. Kostas begroette ons, pakte onze koffers, haalt dan zoals altijd twee koude flesjes water voor ons uit de automaat en rijdt ons dan in alle stilte naar Galini. De man is bepaald geen ouwehoer. Ik zie hem niet de Griekse oudejaarsconference doen. Kostas is gewoon een zwijgzame man. In alle keren dat ik bij hem in de auto heb gezeten heb ik letterlijk nog nooit een woord over zijn lippen horen komen. Wellicht ook omdat Kostas geen Engels spreekt. Helemaal prima. De man doet wat hij moet doen, hij is betrouwbaar, haalt altijd flesjes koud water voor ons en wij geven hem nog een lekkere fooi bij aankomst. Ik ben altijd blij met ome Kostas.
Eenmaal ingecheckt in ons vertrouwde hotel, een omhelzing met onze favoriete schoonmaakster en een opfrisbeurt verder even wat vrienden opzoeken in het dorp. Hoewel ik nog steeds niet geslapen had groeide ik toch nog redelijk in de dag, Mo had wat meer moeite. Gezellige gesprekken met vrienden, goeie salade, een karaf wijn en wat raki hielden ons nog best lang overeind, maar om 21.00 Griekse tijd, een uur later dan in Nederland, na een goeie 40 uur zonder slaap lagen we er dan eindelijk af en sleepten we ons naar het hotel. Je begrijpt dat het geen wilde nacht werd. We vielen allebei als een blok in slaap om de volgende dag ergens rond 8.00 weer wakker te worden.
En toen kon de vakantie echt beginnen! Wordt vervolgd.