Rodweek 39 De Kurkentrekker

Toen ik midden jaren negentig voor het eerst op mezelf ging wonen kwam ik terecht in de Van Speijkstraat in Amsterdam-West. Een afzichtelijk klein peeshok van acht vierkante meter, maar het waren wel mijn acht vierkante meters waar ik helemaal zelfstandig woonde en waar mijn eigen wetteloze wetten golden. In de andere twee kamers van het huis woonden ook mensen. Die kamers waren groter.  Tegenover mij woonde een chronisch dronken bouwvakker, die wanneer hij thuis was, non-stop halve liters van het allergoedkoopste supermarktbier zat weg te tikken en elke dag linzensoep op het menu had staan. Als gevolg van het op mijn netvlies gebrande beeld van die ernstig verslonsde man die elke dag die soep in zijn vieze bakkes naar binnen zat te metselen heb ik jarenlang geen linzensoep meer willen eten. In de kamer naast mij woonden vier Egyptische illegalen op elkaar gepakt die allemaal baantjes in schimmige shoarmatenten en snackbars hadden en als gevolg daarvan altijd een ranzig parfum, bestaande uit een melange van frituurlucht en goedkope vleesgeur, met zich meedroegen.
In de keuken kon je van de vloer eten. Er lag genoeg. Hygiëne was een totaal onbekend begrip in dat huis. In de keuken liepen de muizen over mijn voeten. In mijn kamer stond één ding toen ik er in trok: een houten kurkentrekker. Erg leuk, alleen dronk ik nog amper wijn toen ik achttien was. Mijn drank was bier en nu en dan een Bacardi-cola. Mijn waardering voor wijn kwam pas jaren later toen ik al aardig richting de dertig liep. Desalniettemin verhuisde de kurkentrekker elke keer weer trouw mee naar elk nieuw adres. En wat ik in de loop der jaren ook allemaal kwijtraakte aan spullen en kleding die ik wel gebruikte: de werkloze kurkentrekker bleef altijd en raakte nooit kwijt. Lees verder

Rodweek #32 Van West naar Waterloo: Alles Hoog!

Iedereen heeft wel eens een beetje een hanige bui. Even stoer doen, even de pochkees uithangen, het kan de beste gebeuren. Zo ook Quincy Promes, tegenwoordig voetballend in Rusland in ruil voor heel veel centjes, maar een paar jaar geleden speelde hij nog bij FC Twente, ook niet voor lullig geld. Onze Quincy gaf ons destijds, paupers die hooguit een bedrag van drie nullen per maand voor hun werk krijgen, een inkijkje in zijn leven, becommentarieerd in een koddig straattaaltje, je weet toch. En hij was dus een beetje in een hanige bui. Hij had net boodschappen gedaan bij Juwelier Knoeff (voor al uw juwelen) en Quincy bewoonde in Hengelo naar eigen zeggen een heuse penthouse. Ik dacht altijd dat de enige Penthouses in Hengelo in de schappen van de plaatselijke rukboekjesdealer lagen, maar dat bleek een ernstige misvatting mijnerzijds. Quincy bewoonde er immers eentje. Quincy roept in de lift dat alles boven van hem is. En dan volgt het letterlijke hoogtepunt van het filmpje: Quincy kraait met een vertederend kinderlijk enthousiasme, maar natuurlijk heel straat en getto bedoeld ‘’Alles hoog! Alles hoog!’’ Onze Quincy woonde op de bovenste etage van een flatgebouw in Hengelo en de wereld mocht het weten ook. (Voor het filmpje, klik HIERO) Lees verder

Rodweek #3 De Zege van Appie

Nouri, Nouri en nog eens Nouri. Dat is wat er de gehele afgelopen week door mijn hoofd speelde. De foto in de Voetbal International. Op de ene foto zie je Appie uithalen op goal. Verbeten koppie. Het tijdstip staat er ook bij. De foto is een minuut voor het fatale moment genomen. Op de foto ernaast wordt Appie gereanimeerd. Ik heb de foto minimaal een keer of 150 bekeken. Ik kan er niet bij. Ik kan er niet bij dat een jonge sportman van twintig lentes een minuut na die foto ineens roerloos op het veld lag. Leven tussen hoop en vrees. Het hart was nog goed, de eerste hersenscans gaven reden tot voorzichtig optimisme en toen kwam dus die fatale donderdag de 13e. Nouri gaat zo goed als zeker niets meer kunnen. Niet meer voetballen, maar ook als mens niet meer functioneren. De beelden van de bijeenkomst in Geuzenveld. Een 20-jarig Amsterdammertje van Marokkaanse afkomst had ongewild datgene voor elkaar gekregen wat nog geen politicus is gelukt: een plein waar moslims, niet-moslims, Ajacieden en Feyenoorders allemaal door elkaar stonden. Zij aan zij. Verdriet verbroedert. Dat is de grootste zege van Appie.   Lees verder

Beste Abdelhak Nouri,

Al kennen we je beter als Appie. Iets meer dan 30 jaar geleden in 1986, nog ver voor jouw geboorte, gebeurde er in de zomer voor het nieuwe seizoen, ook iets ergs met een groot talent dat bij Ajax speelde. Rob de Wit. Prachtige linksbuiten. Die kreeg op vakantie in Spanje een hersenbloeding. Zijn medespelers stuurden een lollige kaart naar zijn ziekbed waarop stond: ‘Beterschap Robbie! We wisten trouwens niet eens dat je hersens had.’ Er gaat toch ook niks boven die fijnbesnaarde voetbalhumor, wat jij, Appie?  Lees verder

De Baarsjes zaterdagochtend: beef met de buurtkat

eva gaaptIk schrik wakker van een hysterisch gekrijs en ik hoor dingen van de vensterbank vallen. Eva, een mijn katten, zit woest zwiepend met een dikke staart en dus luidkeels krijsend in de vensterbank. Ze is des duivels. Op zo’n moment weet ik zonder op de klok te kijken hoe laat het is: dan zit de grote rode Perzische kat van een van mijn buurtgenoten voor ons slaapkamerraam. Slaapdronken stap ik mijn nest uit, loop naar het raam, kijk en inderdaad, de rooie zit daar.

Erg veel doet ie niet, behalve een beetje uitdagend naar Eva kijken, maar het is genoeg om Eva in alle staten te brengen. Eva is bijzonder waaks. Ze gromt ook altijd naar de glazenwasser als die onze ramen staat te lappen, al moet ik er ook bij zeggen dat wij niet de knapste glazenwasser ter wereld hebben. Lees verder