Bali (2): De krijshaan van Ubud

ubud monkey forestOfschoon ik veel van reizen houd, houd ik niet van reizen. Het duurt maar. Na een vlucht waar geen einde aan leek te komen landden Els en ik in Denpasar. De plaatselijke tijd was pas een uur of 19.00, maar buiten was het al donker. In Indonesië moet de zon direct na Sesamstraat naar bed. De tropische warmte viel als een warme deken over ons heen en een kleine 365768 schreeuwende taxichauffeurs verdrongen zich in de klamme aankomsthal om onze klandizie. Helaas voor alle 365768 aandachttrekkers hadden we al vervoer geregeld dat we na enig zoeken ook vonden. We waren behoorlijk gemarineerd door de lange reis, maar we moesten nog even een dik uur met de taxibus naar Ubud. Mijn koninkrijk voor een bed. En een koud biertje. Of een koud biertje in bed! Nog beter! Ik kon niet wachten tot we er waren.  

Eindelijk waren we er dan.  We kwamen aan op een prachtig resort en dan kregen wij ook nog eens een leuk huisje op het mooiste punt van het complex. Paradijselijk mooi gelegen op een heuveltje, verscholen tussen de bomen. In de bar van het resort klokten we eerst nog even een paar welverdiende flessen Bintangbier door onze kelen en daarna zouden we onze broodnodige slaap gaan pakken, want we waren allebei tamelijk verrot.  Diezelfde nacht ondervonden we dat er één nadeeltje aan onze paradijselijke plek zat, namelijk een anagram van het woord hijskraan: een krijshaan! De krijshaan resideerde op een erfje pal achter ons huisje. Hij werd elke ochtend tussen 3 en 4 uur ’s nachts wakker en dat beest schreeuwde harder dan de meest hardcore hanenkampunker die ik ken. Een haan die rechtstreeks uit de hel kwam gekukelekuud. Zelfs Els, al decennia een overtuigd vegetariër, was zinnens om haar vredelievende principes voor een keer overboord te gooien en de rooster genadeloos zijn nek om te draaien en daarna te roosteren.

Ubud zelf is een prachtig stadje en oogt nog redelijk authentiek. Het apenbos is tof, de omgeving is prachtig, de mensen zijn er superlief en je kunt er voor weinig geld prima eten en drinken. Bali is een hindoeïstisch eiland en overal liggen van die schattige kleine knutselwerkjes met bloemetjes op straat die bedoeld zijn als offertjes om de goden gunstig te stemmen. Nou heb ik bijzonder weinig op met religie, maar die offertjes zijn toch vele malen sympathieker dan mensen uitmoorden om de aanbedene te paaien, zoals al eeuwen in andere religies gebeurt. Hindoes zijn chill. En hun offertjes stemmen in elk geval de vogels gunstig, want die vreten er dankbaar van. Na drie nachten waarin ik bij elkaar ongeveer twaalf uur slaap heb weten te vatten, gingen we door naar de volgende halte: Kuta.

Dat er wel iets mis moest zijn met ons veel te mooie huisje hadden we trouwens kunnen weten. Het was nummer 13.

 

offertjes bali Eerste deel van Baliverslag gemist? KLIK HIERO

1 Comments

  1. Heerlijk ge-/beschreven, Rodney!
    Waan ik me ook weer even daar. Ik had geen krijshaan, wel krijgersmuggen. Els eet wel insecten? Misschien wil ze vlg keer met mij mee?

    Reply

Laat een reactie achter op Cynthia Reactie annuleren