Rodweek 135 Gebit Zonder End

Vanmorgen stond ik op met een lach en ik durfde voor het eerst in lange tijd weer in de spiegel te kijken naar mijn lach. Lachen is heel belangrijk voor mij. Ik doe het graag en veel en ik charmeer mensen er graag mee. En dat is voor mij zowel in mijn persoonlijke als in mijn professionele leven belangrijk. Als horecawerker charmeer je gasten door naar ze te lachen. Dat kon de laatste twee jaar niet. Althans, niet echt. Ik glimlachte wel naar mensen maar met mijn mond dicht. Niemand zit te wachten op een ober met een gat in z’n bek.

Dat zit zo. Ik ben jaren geleden eens gevallen met m’n fiets. De schade leek mee te vallen, maar er was een miniscuul klein splintertje van een tand afgebroken. Vrijwel niet zichtbaar, maar ik voelde dat die tand wel wat scherper was. Dat is in de loop der jaren gaan eroseren en een jaar of twee terug brak er een, nu wel behoorlijk zichtbaar, stukje tand af! Normale mensen gaan dan gelijk naar de tandarts om de boel recht te trekken, maar ik dus niet. Ik was sowieso in 2010 ofzo voor het laatst bij de tandarts geweest. De doodsangst die ik heb voor de tandarts grenst aan hondsdolheid. Dan kan ik in de kroeg of bij Ajax op de tribune een grote mond open doen: zodra ik diezelfde mond in een tandartsstoel moet opentrekken verschrompel ik dus van man tot mietje. Het in een stoel liggen en totaal geen controle over de situatie hebben grijpt me dan echt naar de keel. Angst is niet uit te leggen, want volkomen onredelijk. Echt letterlijk bang zijn om te sterven in een tandartsstoel. Ik haalde de meest verschrikkelijke scenario’s in mijn hoofd. Of ik bedacht me dat zo’n gebitsreparatie vast duizenden euro’s zou kosten en dat ging ik ook zelf geloven. En die had ik niet. Dus helaas. Niet dat ik ooit naar de prijs geïnformeerd had, maar ik had zelf maar bedacht dat het belachelijk duur zou zijn. Ook omdat ik geen tandartsverzekering heb. Dus tja, dan gaan we maar niet.

Het was vreselijk kut voor mij om twee jaar niet normaal te kunnen lachen naar mensen. Kijk maar naar alle foto’s van de laatste jaren: wel lachen maar met de mond dicht. Dat doet ook wel iets met je zelfvertrouwen. Ik keek weleens jaloers naar mensen die wel een mooie vreetmolen hadden. Het kon niet verder zo. Ik ben hier en daar toch maar eens gaan informeren naar de kosten en die vielen me alleszins mee. Goed, je moet het net hebben liggen, maar het waren zeker niet de horrorbedragen die ik mezelf had wijs gemaakt. Het was achteraf ook meer een smoes om niet te hoeven gaan.

Maar ik was er echt klaar mee. Dus man up, ouwe en gaan! Ik hoef geen hagelwitte Dries Roelvink-smile te hebben, maar gewoon alleen m’n glimlach terug, dat was het doel.

Ik heb uiteindelijk een geweldige smoelensmid gevonden, toevallig ook nog bij mij in de buurt op het Rokin. Een tandarts die mij volledig op m’n gemak wist te stellen. In iets meer dan een uur was de klus aan mijn klus geklaard en de missie is geslaagd: ik heb m’n glimlach weer terug!


Het pittoreske straatje om de hoek van de tandartsenpraktijk heet Gebed zonder End. Die noem ik vanaf nu Gebit zonder End. Ik ga die bakkes van mij vanaf nu gewoon weer goed bijhouden. Koste wat het kost. Een mooie glimlach is onbetaalbaar!

Rodweek 74 Twee Zwaantjes

Toen ik vanmorgen boodschappen ging doen zag ik twee zwanen naast elkaar drijven. Op het stille water van de Zwanenburgwal. En dat ook nog eens op dag 22 van de quarantaine. Ik verveel me zo, dat ik dat gewoon wist. Ik vond de symboliek mooi. Kijk naar het getal 22, dat lijken net twee zwaantjes als je er naar kijkt. Ze dobberden in serene rust over het water, richting Amstel. Langs de Stopera. Waar onze lokale politici nu koortsachtig overleggen hoe het nu allemaal verder moet, dreven die twee zwanen in alle chillte voorbij. Welke crisis?

Toen ik 1 april wakker werd keek ik het nieuws. Een nanoseconde hoopte ik even dat deze hele crisis een hele slechte 1 april –grap was en dat onze minister-president met zijn kenmerkende glimlach zou zeggen: ‘’Beste landgenoten, dat hele virus was maar een grapje, haha! Vanaf vandaag gaan we gewoon weer gezellig door waar we gebleven waren, sluit de tap aan en gooi de bitterballen maar in het vet!’’ Even snel als de gedachte kwam was ie ook weer weg. Ik had onze MP de avond daarvoor immers, zonder die eeuwige glimlach op z’n porum, op TV gezien en hij had geen vrolijk nieuws: we hebben nog langer huisarrest. Het zou trouwens ook wel de slechtste 1 april –grap ooit zijn.

Als je vroeger huisarrest kreeg van je ouders dan mocht je een paar dagen niet buiten voetballen en geen TV kijken. Moeder Aarde is nog een paar gradaties strenger voor ons. Die pakt je werk, je geld, je sociale leven, je kroeg, je voetbalbezoek, je concertbezoek, je feestjes, je vakanties en je fysieke contacten af. En dan heb ik het niet alleen over fysieke contacten als in seks. Een simpele knuffel, handdruk, omhelzing of een kus op de wang: ik zou er nu al een kleine misdaad voor over hebben. En mijn koninkrijk voor een tongzoen, zou ik al bijna zeggen!  

Maar genoeg gejeremieerd over hoe kut alles nu is. Dat weten we nu allemaal wel. De situatie is nu eenmaal zoals die is. In alle eenzaamheid zijn we allemaal niet alleen. En nu moet ik er, net als iedereen, maar het beste van maken en mezelf een compleet ander levensritme aanmeten. Zo doe ik ineens dingen die ik al veel te lang niet heb gedaan. Zoals een boswandeling maken. Afgelopen week moest ik een voedselpakket dat ik online had aangeschaft, ophalen in Amstelveen. Net over de grens bij Buitenveldert. Naast het Amsterdamse Bos, of zoals hele fossiele Amsterdammers het nog noemen: Bosplan.  

Ik was verbijsterend op tijd. Normaliter ben ik iemand die geen horloge draagt, want ik heb de tijd. Dus ik heb nog even een wandeling door het bos gemaakt. Het was al een tijd geleden en dit keer hing er, niet zoals de laatste keer dat ik er was, zo’n gore blaffende en kwijlende rottweiler die tegen me aan liep te springen, met zo’n schijnheilig baasje die standaard ‘Hij doet niks hoor!’, zegt. Nee, niks van dat soort narigheid, Het Amsterdamse Bos was van mij, deze ochtend! Echt heerlijk. De boswandeling deed me goed en op de afgesproken tijd stond ik op de afgesproken plaats om mijn etenswaren op te halen.

Maar al wie er stonden: niet de mensen die mijn spullen hadden. Daar stond ik dan met mijn goede bedoelingen. Dacht ik eens een goede daad te doen. De boeren geld, ik lekker vers eten: iedereen blij. Niemand te vinden of te bereiken. Na een dik half uur besloot ik maar weer huiswaarts te keren en een vlammende mail naar ze te schrijven toen ik ineens twee andere dolende zielen ontwaarde. Ook zij waren op zoek naar hun eten. Ik dacht al even dat het aan mij lag, maar wij stonden gewoon op het goede adres en daarbij heb ik sterke moeite mij te vergissen als ik iets echt zeker weet. Na wat belletjes kregen we dan toch degene te pakken die we nodig hadden en konden we onze pakketten een halve kilometer verderop halen. Ze hadden het niet zo handig gecommuniceerd. Dat vonden ze zelf ook wel. Mijn lotgenoten waren met de auto en boden aan om daar heen te rijden en mijn pakket ook mee te nemen. In verband met de Coronatyfus kon ik niet meerijden, maar zij pikten mijn pakket op en brachten het bij mij op die parkeerplaats langs. Dat was lief. En zo zat ik even later weer in de metro richting centrum met een zware doos vol lekker eten.   

Je maakt wat mee tijdens zo’n crisis.

Zo is ook mijn hele bioritme compleet anders geworden. Of anders gezegd: ik heb ineens iets dat op een bioritme lijkt.  Tot drie weken geleden had ik mijn vertrouwde nachtvlinderritme. Eén grote flipperkast. Ik weet niet beter. Ik kan op de meest rare tijden slapen of juist wakker zijn. Ontbijten met nasi kip van de vorige dag of waar ik maar zin in heb, alles kan. In deze rare periode lig ik al voor 23.00 in bed. Ik lees wat, kijk een serietje, om 0.30 slaap ik en om 7.30/8.00 ben ik klaarwakker. Een soort van ‘normale mensen-leven’. Het is niet het leven wat ik ooit heb geambieerd, maar het is nu gewoon even zo. ‘s Avonds heb ik vrijwel niks meer te doen, dus dan maar in bed liggen, het is wat het is. Ik ben wat betreft een kameleon die zich snel aanpast aan de omstandigheden. Niet altijd van harte, maar als het moet dan moet het.

Morgen dag 23 van ons collectieve huisarrest. Elke dag komt het einde van deze ellende dichterbij, denk ik maar. Dag 22 drijft langzaam weg van ons, als twee zwaantjes op de Zwanenburgwal.