De website van Rodney Rijsdijk

Rodweek 241 Humphrey

Deel dit verhaal

Het was in december 2010. Mijn vriend Erwt, collega uit de Melkweg en ook nog eens een van de beste lichttechnici van Nederland, werd in 2010 even uitgeleend aan Suriname. Hij werd ingevlogen om aldaar wat mensen op te leiden om de mooiste lichtjes van Zuid-Amerika te laten schijnen op feesten en festivals en om ze wat techniek bij te brengen. Waanzinnig toffe klus. Maar toen hij daar een paar maanden woonde miste hij op een gegeven moment toch wat Nederlands gezelschap. Of ik zin had om langs te komen.

Ik dacht er een seconde of twee over na en ik dacht: ‘Ach, Rod, wat kan jou het rotten? Ik was nog nooit in Zuid-Amerika geweest. Het is verdomme december, het is hier fokking koud, daar is het 40 graden en je kunt daar gewoon Nederlands lullen. En ik had het geld. Hoefde alleen het ticket te betalen. Kamer had ik bij Erwt. Niet lopen Klepzeikeren. Gewoon gaan. Avontuur!

Ik vond Suriname mooi en leuk, maar ook raar, want ik vergiste me in een cruciaal ding: ik ben wit. Ineens was ik een minderheid. En in de ogen van de lokalen was ik als witte man hartstikke rijk, wat ik totaal niet was. Jongens als Erwt en ik hadden in Amsterdam amper een nagel om aan onze harige reten te krabben.

Zelfs Surinamers die al lang in Nederland woonden en op familiebezoek kwamen werden er ondanks dat ze prima Sranang konden praten ook feilloos uitgepikt op de markt. Letterlijk op de markt gehoord: ‘U moet mij niet foppen mevrouw, u komt gewoon uit Nederland.’ Die kregen duurdere prijzen dan de lokale mensen. Net als wij. Tot dat onze echte Surinaamse overbuurman zich er eens mee ging bemoeien bij onze buurtsuper. Toen mochten wij ineens ook dezelfde prijzen betalen.

Dat is ook allemaal niet onbegrijpelijk. Suriname is een slecht bestuurd en corrupt derde wereldland. De lokale bevolking pakt elk roestig stuivertje. En alles en iedereen uit Europa is in hun ogen rijk en welvarend en die hebben wel wat roestige stuivertjes, zo denken zij.

Ik leerde in Su ook dat racisme geen eenrichtingsverkeer is. Als ik ergens echt onversneden racisme heb gehoord, waar de meest rechtse partijen in Nederland van zouden blozen is dat in Suriname geweest. Suriname is vier keer zo groot als Nederland. Er wonen, ik heb het net opgezocht, in dat hele land zo’n 600.000 mensen. Dat is minder dan in Amsterdam. Maar er zijn wel een behoorlijk aantal bevolkingsgroepen. Inheemsen die voornamelijk in en rond Paramaribo wonen, Creolen, Marrons, hindoestanen, Javanen, Brazilianen, boeroes en dan vergeet ik er misschien nog wel een paar, maar ze hebben één ding gemeen: ze hebben allemaal een tyfushekel aan elkaar. Om verschillende redenen. Maar ik heb zelfs de grootste foute types van elk pluimage hier in Nederland elkaar nog nooit zo erg zien uitschelden als in Su. Allemaal mensen van kleur. En dan heeft de ene bevolkingsgroep ook meer geld dan de andere. Waarop die rijke groep weer zegt dat die andere groepen lui of dom zijn. En dat gaat heen en weer. In hele heftige bewoordingen. Als racisme ergens is uitgevonden dan is het in Suriname. Wat zijn die grof en heftig tegenover elkaar. En ik neem begrippen als ‘racisme’ niet snel in mijn mond omdat het tegenwoordig te snel een hol begrip wordt, maar ik heb daar woorden gehoord die zelfs de meest extreme PVV-stemmer niet in de mond neemt.

En dan heb je tussen al die bevolkingsgroepen ook nog de remigranten. Erwt en ik moesten naar Moengo, voor een klus. De dag daarvoor waren we bij een vriendin van ons. Een vrouw die in Suriname was geboren, in Nederland was opgegroeid en net weer terug was gegaan naar Suriname. Toen we vertelden dat we naar Moengo gingen adviseerde deze donkerbruine dame mij letterlijk het volgende: ‘Rod, je moet op de tribune gaan zitten met een fles wijn en tegen die stomme negers zeggen dat ze gewoon harder moeten werken!’

Ik maak geen grap. Maar dat deed zij ook niet. Ze meende het ook echt. Ze vond de inheemse bevolking maar lui en dom. Ze vertelde ook hoe ze tegen haar tuinman praatte. Ik stond met mijn oren te klapperen. Iedereen die zo tegen mij praat krijgt gewoon een klap of op zijn minst een grote bek. Op straat schold ze mensen die haar niet aanstonden uit in hele nare bewoordingen. Ik vond het schokkend.

Want, en daar wrong veel: zij was in dan wel in Suriname geboren, maar was in Nederland opgegroeid, had een opleiding en was de Nederlandse stiptheid gewend. En in Suriname gaat het leven heeeel  anders. Dat was ze even vergeten. En het leven gaat daar ook wel op een rare manier soms.  Zaten we in de auto bij iemand (al veel te laat) en dan werden we gebeld: ‘Komen jullie nog?’ Antwoord: ‘Ja hoor, we rijden nu jullie straat in.’ Moesten we nog twee kilometer verder.

Afijn, Erwt en ik moesten naar Moengo voor een feestje van de koning van de jungle: Ronnie Brunswijk. Een flink stuk rijden van Paramaribo, vlakbij Frans Guyana. Om 9.00 zaten we fris gedoucht en geschoren klaar, want we zouden worden opgehaald. Om 10.00 nog niemand, om 11.00 nog niemand en om 12.00 ook niet. Wij hadden een horloge, maar zij hadden de tijd. Gelukkig stond de zon aan en hadden we genoeg te roken.

Om 13.00 kwam onze chauffeur eindelijk aankakken en zo konden we aan onze reis beginnen. Onderweg hadden we een tussenstop. De chauffeur moest tanken en wij inmiddels eigenlijk ook wel. We hadden dorst. En een bekend Surinaams gezegde luidt: Parbo Biri dat n’a biri! Dus wij wat bier gekocht voor de verdere reis door de jungle.

Om een uur of 18.00 kwamen we aan en we werden in het stadion, of wat daar voor door moest gaan, van FC Inter Moengotapoe ontvangen. En vergis je niet: FC Inter Moengotapoe was in die tijd het Bayern München, Paris Saint Germain of jaren 90 Ajax van de jungle. Die werden elk jaar kampioen van Suriname. Al was daar soms weleens de dwingende pistoolvasthoudende hand van speler/trainer/eigenaar/voorzitter/technisch directeur/koning van de jungle Ronnie Brunswijk voor nodig.

We werden verwelkomd. Wij waren dus die twee bakra’s. Twee blanke toetjes.

We kregen voor vertrek al het dringende advies om niet het dorp in te gaan. We zouden als de twee enige witjes een te makkelijk doelwit zijn voor de straatarme bevolking. Met de nadruk op wit en een doel. Gewoon in het stadion blijven. Voor ons eten en drinken werd gezorgd. En dat werd ook keurig geregeld.

Toen we uitstapten stonden onze mannen, met wie wij het podium moesten opbouwen al klaar om ons hartelijk te ontvangen. De eerste vraag die we kregen: ‘Hebben jullie biri voor ons?’ Nou, aangezien we al rijkelijk te laat op de plek van bestemming waren en er nog een podium opgebouwd moest worden stelden we voor om dat eerst maar even te doen zodat het festival nog enigszins op tijd kon beginnen. Dan konden we daarna altijd nog aan het bier.

En terwijl we met vereende krachten en mijn twee linkerhanden dat podium opbouwden kwam ineens Humphrey aangedarteld. Een vrolijke verschijning met een ananaskapsel op zijn hoofd. Imagineer Dr. Alban. Zo zag Humphrey er ongeveer uit. Humphrey riep mij bij zich, keek mij indringend aan en begon aan een monoloog die uiteindelijk een kwartier zou aanhouden. Hij pakte mijn hand en liet die dat hele kwartier ook niet meer los. Kort samengevat kwam het er op neer dat wij allemaal broeders en zusters zijn, want we leven allemaal op deze wereld, we moeten er met z’n allen wat van maken, dat oorlogen onzin zijn omdat ze niet over burgers maar over politiek gaan en dat hij mij als zijn broer en zijn vriend beschouwde. En nog veel meer blabla.

En toen kwam zijn prachtige slotzin als apotheose. Hij keek er ook heel plechtig bij en sprak letterlijk deze legendarische zin: “En welnu Rodney, om onze vriendschap te bezegelen, ga jij nu voor mij een biri halen.”

Ik vertelde Humphrey dat ik nog even wat klusjes te doen had en of hij het eerste biertje dan voor mij wilde halen. Ik had eigenlijk ook wel weer dorst. En ik beloofde hem er ook gelijk bij dat hij er zeker vier van me terug zou krijgen, zodra ik mijn handen weer vrij had. Dat leek mij een prima deal en daar had ik me ook absoluut aan gehouden. Daar dacht Humphrey kennelijk toch anders over en na een korte brasa (omhelzing) dartelde hij de avond weer in. Nooit meer gezien.

En toch denk ik nog wel eens aan Humphrey. Zeker in deze tijden. De wereld staat in brand. Iedereen staat lijnrecht tegenover elkaar. De wereld lijkt tegenwoordig op een voetbalwedstrijd met iets te fanatieke voetbalfans. Je bent voor die of je bent voor die en die andere is slecht.  Omdat je een ander shirtje draagt moet je dood. Wat een gelul.

Als iedereen zo over politiek als Humphrey zou denken zou de wereld er mooier en liever uitzien. Want hij had gelijk in zijn monoloog. Ik wilde gewoon niet in dienst omdat ik niet wilde sterven voor ruzies tussen wereldleiders waar ik niks mee te maken heb. Ga je gauw. Ruzie op het pleintje of in de kroeg? Schelden, een beetje duwen, hier en daar een klap over en weer en klaar. Maar dat waren mijn ruzies, niet die van wereldleiders.

Ik heb er, drie dagen na mijn achttiende verjaardag op basis Kattenburg, vlak achter Amsterdam CS, alles aan gedaan om mijn dienstplicht te ontlopen tijdens de keuring. Ik ging klieren. Zoek maar een andere mafkees. Gelukkig stond die dienstplicht toen al op de helling. Toen ik ondanks mijn vervelende gedrag toch was goedgekeurd vroeg de hoge pief van dienst of ik wel in dienst wilde. Nee, natuurlijk niet. Ik had hele andere plannen. Zoals een opleiding volgen en mijn geld naar de Korsakoff, de Paradiso en de Melkweg te brengen. En dat in willekeurige volgorde. Maar mij onder de wapenen? Daar was Nederland niet veiliger van geworden, ouwe. Of zoals een iets oudere vriend van mij die in het Duitse Seedorf was gelegerd, net over de grens mij vertelde, hij moest nog wel in dienst: “Nou, Rod, als die Duitsers Nederland ergens hadden willen binnenvallen dan hadden ze dat makkelijk bij ons kunnen doen. We zaten alleen maar te zuipen en te roken.”

Ik deed hetzelfde, maar dan dus gewoon in Amsterdam. Nooit meer wat iets gehoord.
van dat hele dienstplichtgedoe.

Humphrey uit Moengo, ik weet niet of je nog bestaat, maar om onze vriendschap te bezegelen proost ik vandaag op jou, broerrrrrr!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees ook: