Rodweek 133 Steentjes in Amsterdam

Mensen die niet onder ladders durven te lopen, die bang zijn voor zwarte katten, die vrijdag de dertiende vrezen of die in het slipje van hun vriendin voetballen omdat ze denken dat het geluk brengt (echt meegemaakt!): ik lach daar om. Ik geloof niet in zoiets mals als in door de mensheid verzonnen goden en elke vorm van bijgeloof is mij volkomen vreemd. En nee, de aarde is niet plat. Ik ben totaal niet van de complottheorieën en graancirkels en zo en je overtuigt mij eerder met wetenschap dan met een vaag knip- en plakartikeltje van Google of Facebook. Als je ergens een overtuiging van hebt dan kun je overal op het ‘alwetende’ internet de argumenten opzoeken die jouw ‘gelijk’ bewijzen. Vroeger kende ik ook mensen die aan kwakzalverij als Reiki deden. Die waren allemaal zo geschift als een pak yoghurt! En nou lust ik best graag een slokkie, maar wat dat soort zaken betreft sta ik volkomen nuchter in het leven.

Maar een paar maanden geleden werd mijn rotsvaste overtuiging toch ineens een beetje aan het wankelen gebracht. Een Indiase meneer kwam de winkel van mijn vriendin binnen die daar op dat moment aan het werk was. Die man begon honderduit te praten over haar heden en verleden, wist dingen over haar medische situatie en zo nog wat dingen die je eigenlijk alleen zou kunnen weten als je haar kent. Hij had niet alles goed, maar toch een boel wel. En hij voorspelde haar op korte termijn financiële voorspoed. Hij gaf haar een steentje en die moest ze bij zich houden. Nou ja, oké dan. Of ze daar wat voor over had. Mijn vriendin is net als ik, die maak je niet snel gek met zweefteverij. Maar om van zijn geouwehoer af te zijn en omdat ze het toch wel een bijzonder verhaal vond gaf ze de man een tientje.

Thuis vertelde ze het verhaal en we moesten er allebei om lachen, maar we hielden het steentje bij ons. Baat het niet, dan schaadt het niet, zeggen we dan maar. Later die week ging ik op gesprek voor een leuk betaalde baan als copywriter. ‘’Neem dat steentje maar mee!’’, zei mijn vriendin voor de gein. Ik deed dat steentje in m’n portemonnee. Ik kreeg de baan. Een paar dagen later keek ik eens op mijn staatsloterij-abonnement: 100 piek gewonnen! Ik heb nog nooit zoveel gewonnen in de loterij. We begonnen het steentje al bijna magische krachten toe te dichten, maar zoals gezegd: wij zijn nuchtere mensen. Ons maak je niet gek, want dat zijn we al. Ik ging boodschappen doen en vond op straat een anonieme OV-chipkaart. Even checken of er nog saldo opstaat: nog 50 piek! Weer een paar weken daarna, ik had het steentje nog steeds in mijn portemonnee: een leuke nieuwe part-time baan bij mijn Melkweg! Mijn grote liefde aan de Lijnbaansgracht. Terug bij de disfunctionele familie! En de leuke copywriterbaan dus. Perfect te combineren!
Dat Mo zelf niet direct de financiële voorspoed kreeg zoals de Indiase meneer zei, maar ik, maakt niet uit. Wij pleuren al onze inkomsten op een stapel, dus mijn voorspoed valt ook haar ten deel.

Ik vertelde het verhaal aan een vriend en die bood me gelijk 20 euro voor het steentje. Maar nee, onze steen is niet te koop. En natuurlijk zal het allemaal gewoon toeval zijn dat alles zomaar ineens lekker samenviel in een maand tijd, maar toch: we houden die steen toch nog maar even. Al is het alleen maar om het verhaal. En of die voorspoed lang of kort duurt zien we ook wel weer. Ik ben een financiële kameleon: ik weet hoe het is om van niks te leven en ik weet hoe het is om geld te hebben. Toen ik niks had leerde ik soep koken. Dat was makkelijk, voedzaam en goedkoop. Beetje rijst er doorheen en we noemen het een maaltijd. Daardoor houd ik nog steeds heel veel van soep en ken ik er zomaar 25 uit mijn hoofd. Mijn beste investering ooit: een staafmixer van een tientje. Als onze financiële voorspoed eindigt dan stap ik moeiteloos weer over op de soep.

Maar zolang het steentje rolt, rolt ie. Balen trouwens dat de Rolling Stones waren afgelast laatst. Niet voor mij hoor, ik ga geen 180 piek betalen om een band te zien spelen, hoeveel bewondering ik overigens ook voor ze heb. En daarbij heb ik ze al vijf keer gezien. En daar werd ik voor betaald.

Maar goed, stenen dus. Ik ben een fanatieke stadswandelaar. Ik loop elke dag veel. En dat begint ‘s ochtends al. Dan haal ik ontbijt. Vaak doe ik dat bij de supermarkt aan het Rembrandtplein want dan kan ik een mooi rondje om de Amstel lopen. Dat is eigenlijk wel mijn favoriete rondje. Vlakbij de Magere Brug ligt een groen woonbootje. Heel mooi en op een prachtige plek. Het bootje heeft een woonoppervlak van 36 vierkante meter. Dat is ongeveer mijn woonkamer en de keuken bij elkaar. Badkamer en slaapkamer dus nog nog niet meegerekend. Hij staat nu te koop. Interesse? Trek maar even negen ton uit je poeplap! Dan zeg jij als lezer nu: ‘’Rod, je maakt een typo, met je negen ton. Je bedoelde vast drie of vier.’’ Neen. Negen ton voor een drijvend kippenhok op de Amstel. Mensen vragen het en er komt vast ook nog een of andere gek die het betaalt. Net als dat mensen nu idioot veel poen betalen voor krotten waar vroeger niemand wilde wonen.

Steentjes in Amsterdam worden nooit minder waard. Dus hoewel mijn meisie en ik het momenteel echt niet slecht hebben: een woning op een echt mooie plek in Amsterdam kopen is nog een Magere Brug te ver. Die markt moet ooit een keer spatten. Geen normaal verdienend mens kan in deze tijd nog een huis kopen in die stad en dat is zorgelijk. Waar gaan je vuilnisman, je kassadame, je barman, je postbode, je leerkracht of verpleegkundige ooit wonen? Want ook de particuliere huren rijzen al jaren gierend de pan uit. En mensen zoals wij, die in een mooie sociale huurwoning zitten en zo scheef als de Toren van Pisa wonen, gaan er daarom niet zo snel weg. Ergens moet iemand een keer een steen in de vijver gooien. Zolang het maar niet die van ons is!