Rodweek 68 Van GE-TA-FE!! naar GA-TV-ER

De eerste keer dat ik Getafe live zag spelen was in 2005. Ik was met mijn toenmalige vriendin in Madrid en we hadden uitgezocht welke Madrileense club thuis speelde. Atletico Madrid was het. Estadio Vicente Calderon lag op niet al te verre loopafstand van het centrum en ze moesten spelen tegen Getafe. Destijds een soort van RKC van Spanje. Klein cluppie uit een voorstad van Madrid, een soort Amstelveen.

We kochten kaartjes bij een loket bij het stadion, waar een ouwe chagrijnige kettingrokende man achter de kassa zat. ‘Doe maar ergens achter de goal’, had ik in mijn beste geïmproviseerde Spaans gezegd. Hij gaf ons de kaartjes, wij rekenden af en gingen, voorafgaand aan de wedstrijd nog even lekker in de buurt wat eten.

Eenmaal terug bij het stadion, klaar voor de wedstrijd, bleek dat die ouwe ons kaartjes voor het uitvak had verkocht. We zaten dus bij het Getafe-publiek. Nou weet iedereen die ooit in een uitvak heeft gestaan dat het uitvak het gezelligste is, dus ik vond het wel prima. Ik ben van geen van  beide clubs supporter, maar nu ik toch in het uitvak stond hoopte ik op een stunt van Getafe.

We werden er al snel uitgepikt door de vaste Getafe-supporters. Vreemde eenden in de bijt, maar we konden het al snel goed  vinden met de grote leider van de harde kern. Juan heette hij. Zo’n typische Madrileen met zo’n hese koorballenmeisjesstem. Atletico speelde een matig seizoen. Het stadion was maar half gevuld. Maar het uitvak, waar wij zaten was bomvol.

‘’GE-TA-FE!!! GE-TA-FE!!!’’, klonk het uit tweeduizend Spaanse en twee Amsterdamse kelen.

Uitslag 2-2. En iedereen die ooit in een uitvak heeft gestaan weet dat er niks toffers is dan juichen in een uitvak. Het is altijd net wat uitbundiger als het obligate juichen in een thuisvak.

De volgende ochtend gingen mijn meisje en ik een broodje kopen bij Museo del Jamon, de tofste broodjeszaak van Madrid, om de hoek bij Puerta del Sol, waar wij logeerden. Ineens hoorden we van achter de kassa die hese stem: ‘’GE-TA-FE! GE-TA-FE!’’ Het was Juan en die werkte daar dus, wisten we niet. Hij omhelsde en kuste ons, alsof we twee lang verloren familieleden waren. We wilden gewoon een simpel broodje ham, maar we kregen dus een broodje met hele dure exquise ham. We hoefden niet af te rekenen. Hij vond het gewoon tof om ons te zien.  

Ik had sinds die trip een zwak voor GE-TA-FE!

De tweede keer dat ik Getafe zag was een paar vriendinnen later, in 2012. Ik was met de toenmalige aanstaande ex in Barcelona en ik had het natuurlijk zo gepland dat we ook een wedstrijd van de plaatselijke FC konden meepikken. En ook nu was de tegenstander dus Getafe. Gewoon een leuke middenmoter inmiddels, een soort Heracles. We namen plaats in Camp Nou en mijn lieftallige ex, niet behept met al te veel voetbalkennis, vroeg zich hardop af ‘’wie die kleine slome was die alleen maar liep te wandelen’’.  Ik legde haar uit dat hij de beste voetballer van dit moment was, Lionel Messi. Hij wandelt en ineens schiet ie er vandoor. Hij scoorde er die avond drie en de vierde gaf hij voor. Zelfs mijn voetbal-analfabetische vriendin zag  dat hij toch wel erg bijzonder was.

En de derde keer, in weer een nieuw decennium was vorige week. Mijn vrienden en ik gaan elk jaar één of twee keer naar een uitwedstrijd van Ajax in het buitenland. Afhankelijk natuurlijk ook van hoever Ajax komt en de stad moet leuk zijn. Na eerder dit seizoen Lille, werd het nu Getafe. Madrid! Voor een paar daagjes Madrid zijn wij altijd te porren, por favor, en dus waren de tickets snel geboekt.

Het zat allemaal heerlijk mee. De reis ging goed en eenmaal daar bleek dat Madrid vast een voorschot op de lente had genomen. En terwijl het in Amsterdam tiefde van de regen tikte het kwik in de Spaanse hoofdstad aangenaam ruim boven de twintig graden aan. De hemel was strakblauw en wij laafden ons op het terras in onze t-shirts en met onze zonnebrillen op aan tapas, bier en wijn . Veel mooier kon het leven niet meer worden.

‘’Zullen we hier gewoon blijven?’’, is dan altijd de vraag die iemand van ons opbrengt. Fok die wedstrijd, we blijven hier lekker eten en zuipen. Natuurlijk gaan we altijd wel naar de wedstrijd, maar het komt er soms weleens op neer dat de wedstrijd een hinderlijke onderbreking van de terrassessie is.    

Zo ook op deze dag. Ajax verloor van een zuigend en treiterig Getafe en liet zich daar in meeslepen. Dat Ajax daarbij zelf ook als een ondergescheten bak paella speelde hielp ook niet mee. Het was een wedstrijd die aanvoelde als een wortelkanaalbehandeling: hopen dat het snel voorbij zou gaan. De meest onsympathieke tegenstander waar ik Ajax ooit tegen heb zien spelen. Een Machiavelliaanse ploeg: het doel heiligt de middelen.

 En ik snap het op zich wel, want als een club als FC Volendam zich op deze manier in de vaart der volkeren zou kunnen opstuwen zou ik het ook snappen. Klein cluppie dat met anti-voetbal ineens hoog staat. Geen Volendammer die er moeite mee zou hebben. Maar wat een tranentrekkend  lelijk voetbal, echt gatver. Ik snap het, maar ik zou er geen supporter van kunnen zijn. Ik heb Getafe dus in drie verschillende decennia live gezien. In 2005, 2012 en 2020.

Van GE-TA-FE!!! Naar GA-TV-ER.