Rodweek #20 Pensioenvoorziening

Goede smaak is niet te koop. Hoe rijk je ook bent. Dat denk ik altijd als ik een foto van Prins Berhard Jr. zie, en die zie je de laatste tijd nogal eens voorbijkomen. Behalve een wanstaltige smaak in monsterlijk lelijke brillen heeft Prins Bernhard jr. ook 590 panden in bezit, waarvan 349 in Amsterdam. Een ‘pensioensvoorziening’, zo noemde dit lid van de Koninklijke familie deze investering. Welnu, deze hoogheid is met een gouden lepel in zijn bakkes geboren in een familie van ‘oud geld’ en heeft het maatschappelijk ook niet slecht gedaan met zijn bedrijven, dus hoeveel pensioen denkt deze meneer nodig te hebben? Of verkeert de prins in de veronderstelling dat hij 468 wordt en dus nog een dikke vier eeuwen met zijn geld moet doen? Welnu, hij is 48, dus over maximaal 40 of 50 jaar heeft ook deze Bernhard gewoon een houten jas, net als z’n opa naar wie hij is vernoemd. Het creatief omgaan met de waarheid is in dezen trouwens duidelijk een erfenisje van opa. Het is natuurlijk gewoon ordinaire huisjesmelkerij en slecht te verantwoorden in een stad waar betaalbare woonruimte tegenwoordig bijna net zo schaars is als palmbomen op de Noordpool. Zijn graaigedrag zorgt ervoor dat woningen nog onbetaalbaarder worden dan ze al zijn, al zal de prins daar geen patatje minder om eten. Vraag dat maar aan de snackbarhoudster uit De Pijp die in het recente verleden na 23 jaar uit haar populaire zaak werd gezet door de prins en zijn vastgoedvrindjes omdat ze de ruime ‘dringend nodig hadden.’ Hij heeft niemand vermoord, maar een flinke vastgoedvoorraad onttrekken aan de toch al overspannen Amsterdamse huizenmarkt grenst aan criminaliteit. Lees verder

Rodweek #18 De Laatste der Smokeykanen

Afgelopen zaterdag was in Boekhandel Scheltema de signeersessie van de biografie van Stefan Pettersson, de sympathieke Zweedse spits van Ajax tussen 1988 en 1994. Ik ben niet gegaan. Ik was vorig jaar bij de signeersessie van Jari Litmanen in diezelfde boekhandel. Na uren wachten hadden wij onze gesigneerde boeken in handen. De handtekening van Jari bleek verreweg de meest enerverende passage van het boek. Voor de rest was het een zaaddodend saai boek. Bio’s van voetballers zijn meestal zaaddodend saai, een enkele uitzondering daargelaten. ‘Say oeh ah Pettersson’ is een aimabel mens en absoluut een jeugdidool van mij, maar ik verwacht geen spraakmakend verhaal dat van de pagina’s spat, zoals de bio van zijn wat expressievere landgenoot Zlatan, dus  ik liet deze maar eens aan me voorbijgaan.

Ik heb sinds kort wel iets gemeen met Pettersson wat maar weinig mensen gemeen met hem hebben: wij hebben allebei ons sleutelbeen gebroken bij een wedstrijd van Ajax. De setting was alleen verschillend. Hij brak zijn sleutelbeen in 1992 in een heroïsch duel tijdens de UEFA-cupfinale van Ajax in een kolkend Olympisch Stadion en ik kletterde vijfentwintig jaar later als het debiele broertje van Hendrik Jan de Stuntman over een hekje in het Volendam-stadion na een onbeduidend bekerpotje.    Lees verder

Rodzooi #16 Ode aan de Kuip.

Laat ik eerlijk zijn: helemaal handig was het natuurlijk niet om pontificaal op de site van een Rotterdamse krant te  staan terwijl ik als columnist van Ajax Showtime in mijn Ajax-shirt, in mijn  Ajax-huis een stoeltje uit het Ajax-stadion in ontvangst nam. Zeker niet als je in die zelfde week nog twee keer in die contreien moet wezen, zoals ik. En dan op zondag nog bij Feyenoord-Ajax in de Kuip ook.

Ik voelde me afgelopen vrijdag en zondag toch een beetje zoals de partner van de bekende Rotterdamse TV-presentator zich waarschijnlijk regelmatig voelt: in het hol van De Leeuw. Mijn status in die ouwe Rotterdamse roestbak is in alle opzichten ongeslagen. Ik heb Ajax daar nog nooit zien verliezen en ik heb er ook nooit een klap op m’n bek gevangen. De spaarzame keren dat Ajax daar verloor was ik op vakantie of was ik er om een andere reden niet. Ajax zou mij eigenlijk elk jaar moeten faciliteren om daar als talisman heen te gaan, maar dat zal wel weer te veel geld kosten. Gisteren was dus mijn twintigste keer, een heus jubileum. Ik ben dol op dat stadion. Niet eens omdat ‘we’ daar meestal met een goed resultaat van terugkeren, maar die ouwe bak aan het Van Zandvlietplein 3 te Rotterdam-Zuid heeft iets magisch. Het stadion kan er letterlijk trillen. Lees verder

Rodzooi #8 Godney

Afgelopen week, na zoveelste barbaarse aanslag op de samenleving, met ditmaal Barcelona als decor, googlede ik de definitie van het werkwoord ‘geloven’ maar eens op het alwetende internet. Eens kijken of die overeenkomt met mijn eigen definitie van dat woord, want ik heb de laatste jaren het gevoel dat sommige mensen de betekenis van het woord niet helemaal meer begrijpen. Al zoekend kom je dus uit op termen als ‘menen dat…’ of ‘denken’. ‘Ik geloof dat hij ziek is’. Of het al iets stelligere ‘Dat geloof ik graag’, om het vertrouwen in de woorden van de ander uit te spreken. En uiteraard word ook het aanhangen van een godsdienst als een van de definities genoemd. Maar nergens wordt gesteld dat ‘geloven’ hetzelfde is als een feitelijke waarheid. Als ik geloof dat Ajax kampioen wordt (hoe gek dit momenteel ook moge klinken), dan is dat geen vaststaand feit. Allesbehalve zelfs op dit moment, kan ik wel zeggen. Lees verder

Beste Abdelhak Nouri,

Al kennen we je beter als Appie. Iets meer dan 30 jaar geleden in 1986, nog ver voor jouw geboorte, gebeurde er in de zomer voor het nieuwe seizoen, ook iets ergs met een groot talent dat bij Ajax speelde. Rob de Wit. Prachtige linksbuiten. Die kreeg op vakantie in Spanje een hersenbloeding. Zijn medespelers stuurden een lollige kaart naar zijn ziekbed waarop stond: ‘Beterschap Robbie! We wisten trouwens niet eens dat je hersens had.’ Er gaat toch ook niks boven die fijnbesnaarde voetbalhumor, wat jij, Appie?  Lees verder

Bloemen bij de finish

Het is niet de eerste keer dat een ploeg in z’n kampioenswedstrijd door het ijs zakt. En het is ook niet de eerste keer dat het bij Excelsior gebeurd. Vraag maar aan AZ hoe dat in 2007 ging. Voor een klein clubje heeft Excelsior toch een aardige rol gespeeld in de eredivisie dit seizoen. Gewonnen van bekerwinnaar Vitesse, gelijk tegen Ajax en gewonnen van Feyenoord.

Een wonderlijk fenomeen blijft het, kampioenswedstrijden. Ik heb er zelf nooit eentje gespeeld, wegens een totaal gebrek aan talent, maar afgelopen zaterdag was ik bij AFC Zaterdag 1 aan het kijken, die konden ook kampioen worden. Alles klopte: een heerlijk zonnetje, laagvlieger Woudenberg (niet te verwarren met  Woudenstein)  als tegenstander en vaste supporter Sjaak Swart langs het veld. Swart is daar als supporter van het team van zijn kleinzoon. Hij heeft gedurende de hele wedstrijd een coachende rol naar de scheidsrechter: “Hey vuile schimmel, zie je dat dan niet? Blinde, je geeft geeneens free kick! Ongelooflijk!’’ en is nooit te beroerd om wat afbouwende kritiek op de jongens te geven: ‘’Ik ga naar huis, als jullie zo voetballen dan kan ik verdomme net zo goed naar huis!’’ Uiteraard ging hij niet naar huis, dus de scheidsrechter kreeg nog wat gratis adviezen van Mister Ajax: ”Hey dooie, zou je niet eens affluiten? Het is tijd hoor!”  Lees verder

Piet Keizer

Je kon hem zomaar tegenkomen en dat gebeurde me dan eens in de zoveel jaar ook. Gewoon overdag in een kroeg in Oud West of in een niet al te kakkineus deel van Oud Zuid. Op het oog een  doodgewone Amsterdammer die doodgewoon de krant zat te lezen onder het genot van een kopje koffie. Maar laten we wel wezen:  wie een karrenvracht aan landstitels, bekers, drie Europacups en een wereldbeker met Ajax heeft gewonnen is geen doodgewone Amsterdammer meer, al deed Piet Keizer nog zo z’n best om op te gaan in de krioelende mensenmassa. Zijn uiterlijke verschijning, ietwat corpulent en grijzend, deed niet vermoeden dat hij vroeger de frêle linksbuiten van het grote Ajax uit de jaren zeventig was. Misschien wel de beste voetballer die ooit op de Nederlandse velden heeft rondgelopen. Beter dan Cruijff? Ik ken mensen die hem hebben zien spelen en die zeggen van wel. “Cruijff was de beste, maar Keizer was beter”, schreef wijlen Nico Scheepmaker ooit. Ik durf het niet te zeggen.  Lees verder

Beste Justin Kluivert,

Jouw eredivisiedebuut vorige maand, uit tegen PEC Zwolle, zag ik vanuit mijn stamkroeg De Gouden Florijn, in de Jordaan, niet ver van de Karthuizerbuurt waar jij opgroeide. Een van mijn medestamgasten vertelde een mooi verhaal. Hij was een paar jaar geleden met zijn vrienden een balletje aan het trappen op het Karthuizerpleintje toen er een paar kinderen vroegen of ze mee mochten voetballen. ‘Natuurlijk’, zeiden de jongens. Wat hadden ze immers te vrezen van een paar kinderen? Welnu, dat hebben ze geweten. Ze werden compleet dronken gespeeld door jou en je vriendjes die allemaal in de Ajax-jeugd voetbalden. Zo leerde mijn kroegmakker jou kennen. Lees verder

Beste Siem de Jong,

siem-en-luukNatuurlijk hoop ik dat er dit seizoen een einde komt aan de hegemonie van de gebroeders De Jong in de Eredivisie. Sinds 2010 is er altijd eentje van jullie kampioen geworden. Luuk in 2010 met FC Twente, jij van 2011 tot en met 2014 bij Ajax en Luuk de afgelopen twee seizoenen bij PSV. Nu jullie voor het eerst in het betaalde voetbal bij elkaar spelen bij PSV hoop ik daar dus niet op. Niet dat ik het jullie niet gun om samen kampioen te worden, maar niet in dit shirt. De enige De Jong waarvan ik dit jaar hoop dat hij kampioen wordt is Frenkie.

Jij in een PSV-shirt. Het blijft wennen Siem, maar ik ben door de loop der jaren wel wat Ajacieden in een PSV-shirt gewend. Vanenburg, Arnesen, Koeman, Lerby, Kieft, Wouters, Vink, Jonk, Menzo, Reiziger, Van der Meyde en nota bene ons Champions League-goudhaantje Patrick Kluivert. En dan vergeet ik er nog een paar. En Frankie Rijkaard liet zich in 1987 bijna voor een stereotoren verleiden tot een overgang naar Eindhoven. Echt wennen doet het eigenlijk nooit, zo’n Ajacied in een PSV-shirt, maar goed we heten nou eenmaal niet allemaal Sjaak Swart, Paolo Maldini en Francesco Totti die hun hele leven monogaam zijn aan één club. Lees verder

Beste Nemanja Gudelj

gudelj-elghazi-2Helaas heb ik het voetbaltalent van m’n ouwe opoe geërfd. Ik kan er geen reet van. In de jaren negentig was ik een bezienswaardigheid op de velden in Amsterdam en in de rest van Noord-Holland: een rechtsbuiten met twee linkervoeten, dat was zelden vertoond. Waarom rechtsbuiten? Daar liep ik het minst in de weg. Mijn beste momenten vonden altijd plaats in de derde helft, als koning van de kantine. Ik kijk daarom nog steeds met  bewondering naar mensen die mijn favoriete sport wel goed kunnen uitoefenen. Niet met jaloezie. Ik weet heel goed wat ik wel en ook zeker wat ik niet kan en bewonder mensen die iets kunnen wat ik niet kan.

Zoals mij zitten er nog meer mensen op de tribune bij Ajax. Pak ‘m beet 99% van de mensen in het publiek kunnen nog geen strandbal hooghouden of pretenderen een topper te zijn als rechtsbuitenadem van het twaalfde bij de plaatselijke FC. En daarnaast werken we allemaal hard om ons seizoenkaartje te kunnen betalen. En jij, Nemanja Gudelj, jij hebt het voorrecht om voor onze favoriete club te mogen spelen. Tegen een aanzienlijke vergoeding. Hartstikke goed. Voetballers zijn artiesten en die mogen royaal beloond worden, vind ik allemaal prima. In ruil voor jouw vorstelijke paycheck hoef jij alleen maar je stinkende best te doen. Voor dat shirt, voor jezelf en voor ons. Lees verder