Rodweek 54 Memorabele Memo

Na een middagje bier drinken en voetbal kijken in de Ierse Pub en het nuttigen van een copieuze Babi Pangang, kip en witte rijst bij de Chinees  zat tweede kerstdag er weer op voor mij. Een welbestede dag en ik besloot maar eens vroeg naar bed te gaan. Lekker boek mee. Ik wilde, als postbode zijnde, ‘The Postoffice’ van Charles Bukowski weer eens herlezen. Dat was best een tijd geleden dat ik die gelezen had, dus ik trok ‘m weer eens uit de kast. Hoelang geleden ik dat boek had gelezen bleek toen ik, eenmaal geïnstalleerd in bed, het boek opensloeg en er een vergeeld, muf ruikend memoblaadje uit zag vallen. ‘’5-9-’98 21.30 Meeting Point A’dam CS’’ had ik er op geschreven in mijn hiërogliefenhandschrift. En een telefoonnummer dat begon met 035. Dus iets of iemand in ‘t Gooi. Mobiele telefoons waren toen nog redelijk exclusief, mensen hadden gewoon thuis een vaste lijn. Op de achterkant van het briefje stond ook iets. ‘’Swatch Motivaction Vondelstr. 26.  17.00-19.00. F60,-. ‘’ Lees verder

Rodweek 42 Toeval bestaat wel

Onlangs zag ik Anton lopen, hierachter op de Kloveniersburgwal. Anton is een oude man, ofschoon ik zomaar denk dat hij niet zo oud is als dat hij er uitziet. Zolang als ik hem tegenkom, dik twintig jaar, ziet hij er al heel oud uit. Ik kwam hem tot vorig jaar wat vaker tegen, want Anton kwam, en komt waarschijnlijk nog steeds, altijd wel twee of drie keer per week in de Melkweg waar ik toen nog werkte. En ik zag hem vaak door de stad lopen. Tas kranten onder de arm. Toen ik van 2001 tot 2004 op de Universiteit van Amsterdam én in de Melkweg werkte zag ik hem heel vaak. In de ochtend zag ik hem door de binnenstad fietsen, tijdens onze lunch zat hij, net als wij, ook in de Mensa te eten, terwijl hij zich door zijn stapel kranten worstelde en in de avond zag ik hem dan weer in de Melkweg of in één van de kroegen in de buurt. Ik was nooit zo verbaasd als wij elkaar vaak op drie of meer verschillende  plekken in de stad op dezelfde dag tegenkwamen. Dat ging gewoon zo. Lees verder

Mokum-funk van de Amsterdelics

De Melkweg, 9 mei 2018. De legendarische grond aan de Lijnbaansgracht, om de hoek bij het Leidseplein. Ik heb er negentien jaar gewerkt. Negentien doldwaze jaren waarin gezelligheid nooit een klokkie droeg. Het was, zeker in de tijd dat ik er werkte, het verlengstuk van mijn huiskamer. Ik kom er niet vaak meer, maar als ik er ben voelt het als een warm bad. Zogezegd is de Melkweg niet alleen mijn tweede huiskamer maar dus ook mijn tweede badkamer. Ik ken de mensen bij de deur, de bar, de garderobe en de techniek. En ik ken veel vaste en minder vaste bezoekers. Wat minder vaak voorkomt is dat ik ook de band ken die op het podium staat. Maar op deze mooie meidag staan de Amsterdelics op het podium. Een veelkoppige funkband. Met sommige bandleden heb ik geschiedenis. Melkweg-geschiedenis. En soms daarbuiten ook.   Lees verder

Rodweek #11 Doorweekte Onderbroek

Een majestueuze hoeveelheid bier drinken in de kleedkamer met de Queens of the Stoneage, voetballen met de boys van NOFX, op stap met de NERD-crew, HQ-feestjes, de ‘afschijtstour’ van de Osdorp Posse, het promo-optreden van de Beastie Boys, Theo Maassen die een dure camera van iemand op het podium stukgooide, de Arctic Monkeys die ik ooit in de middag per ongeluk bijna wegstuurde uit de Melkweg omdat ik dacht dat het rondhangende pubers waren, praten met mijn grote held ICE T, Prince in de Max, een biertje met Rafael van der Vaart in de Oude Zaal, de Ajax-finale in de Max, Andre Hazes op een personeelsfeestje van de typmiepenschool, naar de Korsakoff met de Dead Kennedys, de halve Ajax-selectie bij de Wutang-clan, Willie Nelson en Snoop Dogg op een podium, de met drank overgoten kerstdiners, hectoliters bier drinken in de garderobe en nog ontelbaar veel meer legendarische dingen: ik heb het allemaal mee mogen maken in de Melkweg, 19 jaar lang. Ik heb er een bloedtijd gehad, maar ik was daar wel klaar.  Zo leuk en hilarisch als het was wordt het niet meer. Althans, niet voor mij, dus dan kun je er maar beter mee stoppen. Afgelopen maandag kon ik een laatste legendarisch feestje aan mijn lijst toevoegen: mijn eigen afscheid, samen met twee andere oudgedienden. Met z’n drieën zijn we goed voor zestig jaar Melkweg-ervaring.  Ik kan het iedereen aanraden om afscheid te nemen van een toko waar je lang hebt gewerkt. Het was een unaniem belachelijk geweldig feest: mooie woorden, veel drank, een royale selectie van een kleine 20 jaar geweldige oud-collega’s en we hebben ook nog eens een flink bedrag opgehaald voor het Dierenasiel Amsterdam.

De volgende dag bleek een forse kater nadrukkelijk asiel  te hebben aangevraagd, en ook te hebben gekregen, in mijn hoofd en dan is er niets beter dan die kater even uit te laten met een verkwikkende postwandeling door de Jordaan. Na een kleine vier uur wandelen plofte ik doodmoe en zeiknat van het koude alcoholzweet thuis neer op de bank.   Lees verder

Rodweek #10 Hempie

Arjen Robben gaf afgelopen donderdag na de afslachting van Nederland tegen Frankrijk een fantastische imitatie ten beste van Mohammed Saïd al-Sahaf. U herinnert zich hem misschien nog wel: die Iraakse Minister van Informatie waar we tijdens de Tweede Golfoorlog nog zo kostelijk om hebben gelachen. Terwijl de Amerikaanse tanks in polonaise Bagdad binnenreden en de stad simpel veroverden verkondigde Al-Sahaf met droge ogen zijn eigen waarheid: er was niks aan het handje en de strijd voor het Iraakse regime verliep bijzonder voorspoedig. Zo klonk Robben ook. Nederland was zojuist geknipt, geschoren, afgedroogd en als een klein kind in de hoek gezet. Een rode reet als een baviaan van het pak op de broek. Robben zag het allemaal door een oranje bril: Nederland kon nog steeds makkelijk tweede in de poule worden en het WK in 2018 is nog steeds volop in zicht. Een optimist is een slecht geïnformeerde pessimist, zeggen we dan maar. Robben noemt een glas met een bodempje water erin ook nog halfvol. Die mentaliteit als sportman is te prijzen. Lees verder

Money don’t matter tonight

prince melkweg 201126-7-2011: Het was een raar weekend. Op vrijdag nam Amsterdam afscheid van de oude Kraaijkamp en vond een of andere psychopathische Noor het nodig om een aanslag te plegen en bijna tachtig mensen naar een andere wereld te knallen. De volgende dag las ik dat het Amy Winehouse was gelukt om zichzelf te vernietigen. Op zondag ging ik eten bij een vriend. Tot zo ver niks geks op die zondag tot ik rond 21.00 werd gebeld door de Melkweg. Of ik zin had om ’s nachts te werken bij een verrassingsconcert. Nog redelijk moe van een paar dagen hard en veel werken besloot ik om het niet te doen. Ik wist op dat moment ook nog niet om wat voor concert het ging en ik had me eerlijk gezegd ook meer verheugd op gewoon een gezellig avondje bier zuipen en muziekjes luisteren met mijn gabber. Lees verder

Al het goede komt in drieën

drie

Als ik een top 10 zou maken van de meest geslaagde dagen ooit in mijn leven dan staat 23 november 1998 op de voorlopige koppositie. Als ik die nog eens kan toppen… Het was zo’n dag dat werkelijk alles lukte. Het eerste succes was dat ik werd aangenomen bij de Melkweg en nog dezelfde avond kon beginnen. Ik moest eerst wel nog even zaalvoetballen in Buitenveldert, maar dat was ruimschoots voor het aanvangstijdstip van mijn dienst.

Een heel erg sierlijke voetballer ben ik nooit geweest. Eigenlijk staat alleen het woord ‘voetballer’ al in schril contrast met mijn bedroevende kwaliteiten. Ik kan er, zeer tot mijn verdriet, geen kut van. Lees verder

Finidi, de koning van de Melkweg

finidiToen ik gisteren in de Melkweg aankwam las ik een naar bericht. Finidi was overleden. En nee, mijn lieve Ajacieden, ik heb het niet over Ajax’ weergaloze rechtsbuiten uit onze succesperiode van de jaren negentig, maar over de kat die achttien jaar geleden naar hem werd vernoemd door een aantal fanatieke Ajaxfans (Ik vermoed Liesbeth, Jaro, Carina of Ko?) die toen in de Melkweg werkten: Finidi, jarenlang was hij onze aartsluie mascotte in de Melkweg. Finidi, die doodleuk op een metalconcert tussen grote schreeuwende bierdrinkende langharige mannen naar binnen liep om eens te kijken wie er in godsnaam de takkeherrie produceerden die hem, de enige echte bewoner en tevens zijne koninklijke katheid van Lijnbaansgracht 234A, uit zijn slaap hield. Lees verder

Lijnbaansgracht

LijnbaansgrachtBehoudens de straten waar ik zelf heb gewoond in de stad is er geen stukje Amsterdam te vinden waar ik zoveel voetstappen en herinneringen heb liggen als op de Lijnbaansgracht. Om precies te zijn het stukje van die gracht tussen de Rozengracht en het Leidseplein. Een klein stukje Amsterdam van pak ‘m beet vierhonderd meter waar ik vele hectoliters bier naar binnen heb geslagen, ontelbaar veel optredens heb gezien, vrouwen heb veroverd, vriendschappen voor het leven heb gesloten  en waar ik tot op de dag van vandaag mijn geld verdien. De plek waar ik voor het eerst plaatjes mocht draaien, in de Korsakoff, en daar nog geld en drank in ruil voor kreeg ook! Ik was twintig en ik vond het al geweldig om in de tent waar ik toen bijna dagelijks kwam een keer plaatjes te mogen draaien. Dat ik er ook nog een roestig stuivertje voor kreeg vond ik leuk meegenomen. Ik had toen dus al het zakelijke instinct van een bos prei. Lees verder

Beste concertganger,

Ik hou van u. Heel erg veel. U houdt net als ik van muziek en uitgaan. Goed, we houden niet altijd van dezelfde muziek, maar daar gaat het niet om. En natuurlijk hou ik ook niet van alle concertgangers. Stomme mensen zitten overal tussen, maar het gaat me om u: de doorsnee concertganger  die ik wekelijks een keer of drie verwelkom in de Melkweg.  Daarom hou ik trouwens ook van u, want dankzij u heb ik al veertien jaar een baan. Als u niet meer komt kan de tent dicht en moet ik misschien wel werk gaan doen op een plek die ik een stuk minder leuk vind dan mijn huidige werkplek. En dan word ik ongelukkig en sterf ik triest en verbitterd. Beter blijft u dus gewoon komen.

Maar, hoeveel ik ook van u hou, sommige gedragingen van u snap ik niet zo goed. Al veertien jaar niet. En nu moet ik het toch maar eens kwijt. Lees verder