Rodweek 46 Kikkerlikkers van ’t padje

De meest hilarische naam die de afgelopen week voorbij kwam is die van de bushcrafter die een tijdje optrok met de verdachte van de moord op Nicky Verstappen, toen deze nog geen verdachte was. Bushcrafters zijn mensen die kunnen overleven in de natuur met middelen uit de natuur. Die man heet Erik van ’t Padje! Naast dat het een grappige naam is (zeg die naam maar eens hardop), is het ook een juweel van een aptoniem. Een professionele padvinder die ‘Van t Padje’ heet. Ik vind dat soort dingen dus oergeestig.

Zoals ik ‘van ’t padje zijn’ sowieso een fijne uitspraak vind. Ik bezig ‘m ook bijzonder graag. Iemand die na 87 bier niet meer uit z’n woorden komt en de wereld aanziet voor een kaassoufflé is gewoon flink van ’t padje. Maar waar komt die uitspraak vandaan? Lees verder

Rodweek #24 The Winner Takes It All

Het zit die arme Geert Wilders ook niet mee. Hij ziet er ook een beetje uitgeblust uit de laatste tijd. Dan wordt zijn electoraat al stukje bij beetje afgepakt door een Latijn sprekend kakkertje met een Franse naam en dan blijkt zijn voorman in Rotterdam één of andere neonazistische Holocaustontkenner te zijn. Zo’n extremistische drol kun je er als partij die toch al een tikje dubieus is nou net niet bij hebben, dus De Blonde Pruik kon niet anders dan die enge fascist uit de partij te gooien. Eén keer de naam van die griezel op Google intoetsen had hem die ellende bespaard trouwens, want hij is bepaald geen onbekende in die kringen. Slordige research van ome Geert. Een nieuw dieptepunt in een toch al roerige PVV-leden-geschiedenis van oplichters, mishandelaars en brievenbuspissers. Het Latijn sprekende kakkertje met de Franse naam telt er vast een zeteltje bij en over een paar jaar blijkt al het werk van Het Orakel van Venlo voor de kat z’n togus geweest. Lees verder

Rodweek #4 Snoetje en Pluisje

In september 1998, toen ik nog een jong velletje van 21 was, liep ik mijn eerste modeshow. Sorry voor de mensen die nu hun thee tegen het scherm proesten en inmiddels hard toe zijn aan wat sterkers: ja, daar heb ik ook nog mijn geld mee verdiend. Het was geen lange carrière, maar een showtje of vijf heb ik nog wel gelopen. Van de straat geplukt terwijl ik in het holst van de nacht poepeloeres dronken naar huis liep vanuit de Korsakoff. Vijfhonderd gulden voor een avondje heen en weer lopen op een catwalk in mooie pakken, dat leek me makkelijk verdiend. Ik kreeg nog wel een paar lessen catwalktraining ter voorbereiding, zodat ik daar niet als een lompe hork over die catwalk zou stampen. De show waar ik voor uitgekozen was, was de verkiezing van het patsertijdschrift Esquire voor de best geklede man van Nederland. Het was nogal ironisch dat uitgerekend ik daarvoor werd uitgekozen, want ik zou mezelf in die jaren nou niet bepaald een stijlicoon noemen met m’n vale spijkerbroeken, hemdjes en bandshirtjes. De show werd gehouden in de Amuse Bouche tegenover de Melkweg, een etablissement dat we tegenwoordig kennen als de Sugarfactory. Tot best geklede man van dat jaar werd de flamboyante columnist Pim Fortuyn uitgeroepen. Een man die maatpakken van tien ruggen droeg en met wie het later nogal onfortuinlijk zou aflopen. Hij was die avond overigens niet aanwezig om zijn prijs in ontvangst te nemen. Lees verder

Beste Tarik Oulida,

tarik oulidaMooi is dat. Lees ik afgelopen week in de VI dat je in mei weer in Amsterdam gaat wonen om je voetbalschool op te zetten, komt er dezelfde dag nog een clowneske geblondeerde schreeuwlelijk voorbij die zijn aanhang laat scanderen dat er minder Marokkanen in Nederland moeten wonen. Maar ach, Tarik, op het moment dat we blèrende geblondeerde volksmenners serieus gaan nemen is het einde zoek en daarbij ben je natuurlijk gewoon een Amsterdammer. De enige volksmenner naar wie jij ooit luisterde heet Louis van Gaal. Lees verder