Rodweek 58 Quartier Putain

1989. Een populair grapje in die tijd, waar ik als twaalfjarig kotertje ontstellend om moest lachen was: ‘’Het meest geile beroep ter wereld? Postbode natuurlijk! Dan ga je van gleuf tot gleuf net zolang totdat je zak leeg is!’’ Ik had nog nooit een gleufje van dichtbij gezien en hoe ik die zak moest legen wist ook nog niet zo goed, maar ik vond het een hilarische grap.

Ik kon op dat moment nog niet bevroeden dat ik 30 jaar later, anno 2019, als 42-jarig oud fossiel, als gleuvendouwer actief zou zijn in de rosse buurt van Amsterdam. Sinds een tijdje loop ik even tijdelijk niet mijn postrondes door de Jordaan, maar over de Dam, het Rokin en de Nes aan de ene kant en de Warmoesstraat en het Oudekerksplein aan de andere kant. Bij dat laatste plein begint de rosse buurt zo’n beetje. Dames uit alle windstreken tikken er tegen de ramen en knipogen naar potentiële klandizie. Hoewel er tegenwoordig eigenlijk voornamelijk giechelende toeristen en schreeuwende proleten langslopen die de dames uitlachen en compleet over hun toeren raken als ze een knipoogje krijgen. Mensen kunnen walgelijk zijn.

Op de hoek van het plein, bij de Oudezijds Voorburgwal zit café Quartier Putain. Ik bedacht me dat dat ooit een liedje van Drs. P was en inderdaad,  bij dat hoekje van het plein hangt ook een straatnaambordje waar ‘Drs. P-plein’ op staat. Maar de mensen die er komen zijn niet op zoek naar ‘Knolrapen, Lof, Schorseneren en Prei’, de Gezusters Karamazov (‘’Eén was hardhorend, de andere brilde’’) staan er niet achter de ramen, maar de mensen lopen er veel ‘’heen en weer’’.  Maar leuk om te zien dat er een klein eerbetoon is voor de zanger met misschien wel het mooiste taalgebruik uit de Nederlandstalige muziekgeschiedenis.

Een dame die ik ken heeft vroeger ook op het Oudekerksplein gewerkt. In de tijd dat de buurt nog wat rauwer was en de prostitutiebusiness nog enigszins florerend. Zij zat daar uit vrije keus. Ik durf niet te zeggen hoeveel van de dames daar nu vrijwillig zitten. Mijn vermoeden zegt: niet zo veel. Maar die dame vertelde me: het geld was gewoon goed. En makkelijk. Ze vertelde er mooie verhalen over. De meest lucratieve dagen waren ‘De Dolle Dwaze Dagen van de Bijenkorf’ en de Landbouw-RAI. ‘’Jezus schat, dat soort dagen, dat was echt Koninginnedag voor ons!’’

En over Koninginnen gesproken: onze toekomstige koningin Amalia krijgt vanaf haar 18e een vorstelijke zakgeldverhoging. Vierduizend euro per dag ontvangt zij vanaf die dag de rest van haar leven.
Er zijn dagen dat ik het niet verdien.
Althans, ik verdien het wel, maar ik krijg het niet.
Nou zou ik, ook voor dat geld, niet met haar leven willen ruilen. Kom op zeg, ik wil in de kroeg zitten, af en toe even keihard ‘KUT!’ roepen en in alle vrijheid en zonder enige beperking leuke dingen kunnen doen. En soms ook domme dingen. Who cares als Rodney Rijsdijk weer eens iets stoms doet? Als zij iets stoms doet staat het in alle kranten en gaat ze viral op social media. Het enige wat die vrijheid bij mij (en velen met mij) wel eens beperkt is mijn banksaldo. Soms doet de geldkraan het gewoon even niet en moet ik een feestje overslaan. Bij Amalia staat vanaf de dag dat zij volwassen is tot de dag dat zij het tijdelijke voor het eeuwige verruilt de geldkraan snoeihard open. Bij mij druppelt het geld als een motregenbuitje binnen, bij haar wordt het een constante moesson.  Maar wat kan ze er mee, zonder echte vrijheid? Vrijheid is onbetaalbaar. Daar heb ik veel meer van dan zij ooit kan kopen. Die koop je namelijk ook niet met vier ruggen per dag. En waar heeft ze dus zoveel geld voor nodig? Me dunkt dat ze met een kwart van dat geld ook niet omkomt van de honger. In tijden dat er voedselbanken zijn en er op de zorg bezuinigd worden zijn dit soort grepen uit de door de belastingbetaler gespekte staatskas moeilijk uit te leggen aan het volk.

En begrijp me niet verkeerd: dat kind kan er niks aan doen. Mijn verontwaardiging richt zich niet op Prinses Amalia. Kom op. Het is een kind van 13. Toen ik 13 was kreeg ik een tientje zakgeld in de week. Als ‘’mijn regering’’ (de ouders) toen hadden gezegd: ‘’Nou, Rod, vanaf je 18e krijg je geen tientje per week meer, maar honderd gulden per dag!’’ Dan had ik ook geen nee gezegd! De regering die over haar honorarium beslist, die verwijt ik iets. Alleen duurt het in het logge Nederlandse systeem altijd een aantal decennia voordat zaken kunnen worden teruggedraaid. We zijn nu even allemaal verontwaardigd, maar ze krijgt het natuurlijk toch wel.

En ik ga morgen gewoon weer van gleuf tot gleuf op het Oudekerksplein en omgeving. Zonnetje op m’n knar en lekker aan de wandel. Om m’n zakken te vullen. En m’n koelkast. Het zal me geen vierduizend euro opleveren. De beloning voor mijn noeste arbeid is iets minder. Zo is het leven. Maar ik heb tenminste een leven. Maar ik zal doorgaan. Doorgaan. Net zo lang totdat m’n zak he-le-maal leeg is.

1 Comments

Laat een reactie achter op Gerrit Herders Reactie annuleren