De Kuningas van Amsterdam

litmanenSluit uw ogen en denk aan Stadion de Meer of het Olympisch Stadion, half jaren negentig. U ziet de oude mannetjes met hun programmaboekjes. ‘Offi-sjeeeeeel programma!’ . ‘Phi-lip Bel-lini! Prij-zen-fes-ti-val!’, hoort u. U ziet jongens met foute ‘Aussies’ aan op de tribune. En tijdens de wedstrijd galmt bij een doelpunt uit tienduizenden kelen, op de melodie van Domenico Modugno’s hit ‘Volare’: ‘Litmaaaaanen wooohoooo! Litmaaanen, woooohoooohooohooo!’ Een Fin, voor een miljoen gulden (voor de jonkies: een dikke vierhonderdvijftig duizend euro) overgenomen van Reipas Lahti. Een jongeman met een matje in zijn nek. Een jongeman die de bovenmenselijk ondankbare opdracht op zijn schouders kreeg om Dennis Bergkamp te doen vergeten, heeft Ajax met een puntgave treffer weer eens op het spoor gezet naar de zoveelste overwinning. Het simpele juichen en het koele lachje van de doelpuntenmaker in perfecte symbiose met het extatische publiek op fanatieke vakken als de F-side of de Hennepzijde, vak M. Louis van Gaal, kaarsrecht en strak in het pak, stoïcijns klappend voor zijn dug-out na weer een mooie goal. Dat soort beelden en geluiden komen boven, denkend aan het swingende Ajax uit die tijd.

Dat was hoe het ging in de voetbalhoogtijdagen van de republiek in de jaren negentig.

De republiek? Dat verdient enige uitleg.

Een republiek is een staatsvorm waarbij geen koning of koningin aan de macht is. Anders is het een monarchie. Amsterdammers, van huis uit niet erg koningsgezind, noemen hun stad graag ‘De Republiek Amsterdam’.Toch was er midden jaren negentig wel degelijk een koning in die Amsterdamse republiek. Geen geboren Amsterdammer zoals Andre Hazes of Johan Cruijff. Of een geboren Amsterdammer uit het succesvolle Ajax uit die tijd, zoals Patrick Kluivert of Frank Rijkaard. Of hun Amsterdamse coach, Louis van Gaal. Hoe geliefd al deze mannen ook waren: zij maakten geen van allen aanspraak op de titel ‘koning van de stad’ in die jaren. Al dacht Louis van Gaal daar zelf waarschijnlijk heel anders over.

De enige echte koning van Amsterdam in die dagen was een Fin: Jari Litmanen. Van professie  architect op het middenveld, achter de spitsen, van het gouden Ajax uit de nineties. Zwijgzaam, koel, bedachtzaam, bescheiden en toch gezegend met de typische Amsterdamse flair: een aureool van onaantastbaarheid om zich heen. Aan zijn Nederlands was natuurlijk horen dat hij uit het buitenland kwam, maar toch ook dat hij zijn Nederlands duidelijk in Amsterdam had geleerd. Het Amsterdamse dialect kreeg er een nieuwe verschijningsvorm bij.

Jari Olavi Litmanen (spreek uit: Lit-man-en, niet Litmaaaanen zoals wij plachten te schreeuwen vanaf de tribunes). Amsterdammer uit het Finse Lahti. Zijn populariteit reikt sinds zijn komst naar Ajax dermate ver dat er heden ten dage een kleine tweeduizend Jari’s rondlopen in Nederland. Vooral in de regio Amsterdam natuurlijk. Daarnaast dragen nog eens zo’n vierhonderd jongens Jari als tweede naam. De eerste Jari’s werden geboren in  1994 toen hij zijn basisplaats definitief veroverde ten faveure van de Deen Dan Petersen. Petersen, prachtige voetballer, doch veel geplaagd door blessureleed in die tijd, anders hadden er nu wellicht tweeduizend Dannen in Nederland rondgelopen. Doch, het liep anders:  vierenzeventig moeders noemden, al dan niet onder lichte dwang van de vader, hun zoon Jari. In 1996 bereikte het aantal geboren Jari’s een hoogtepunt: tweehonderdvijf Jari’s werden er dat jaar in de bevolkingsregisters bijgeschreven. De eerste golf Jari’s mogen dus sinds kort autorijden en meebeslissen over de toekomst van ons land. De jongste Jari’s bezorgen hun ouders nog slapeloze nachten en poepen luiers vol. Maar wat al deze jongens, of ze nou nul of negentien zijn, met elkaar gemeen hebben is dat hun voornaam de clubvoorkeur van hun ouders verraadt. En dat ze zelf dus ook niets meer over hun clubvoorkeur te zeggen hebben. Ze zijn Ajacieden, nog voordat ze het zelf weten. Iemand die Jari heet en bij Feyenoord op de tribune staat, dat kan natuurlijk niet. Dus dat is vast voor ze ingevuld.

Koning Jari Litmanen de Eerste, tegenwoordig residerend in het Estse Tallinn, heeft ook in zijn geboorteland een koningsstatus. Het inspireerde de Finse filmmaker Arto Koskinen tot het maken van de op het IDFA vertoonde documentaire ‘Kuningas’, het Finse equivalent van het woord ‘koning’. Ondergetekende zou willen dat hij kon zeggen dat het een prachtige en geweldige documentaire was. Maar helaas. De weinige beschikbare plaatsen in kleine zaaltjes waren in een zucht en een scheet vergeven, dus het wachten is nog steeds op vertoningen in reguliere filmhuizen. De documentaire leidt de kijker langs de belangrijkste plaatsen in de voetbalcarrière van de kuningas: zijn geboortestad Lahti, Amsterdam, Barcelona en Liverpool. Waarbij met name voor Amsterdam een prominente plaats is weggelegd, want daar heeft hij het grootste gedeelte van zijn carrière gespeeld.

Amsterdam. De stad waar hij koning werd door er als clubvoetballer alles te winnen wat maar mogelijk was op clubniveau. De Europacup, de Wereldbeker, landskampioenschappen, bekers en nationale en Europese supercups…. Hij heeft ze allemaal op zijn rijk beschreven palmares staan. Zijn prijzenkast als international steekt er schril bij af. Hij heeft nooit meegedaan aan een EK of WK. Litmanen had dezelfde pech als bijvoorbeeld supersterren als Ryan Giggs (Wales), George Weah (Liberia) en George Best (Noord Ierland): geboren in een klein voetballand dat nooit genoeg kwaliteit had om zich te kwalificeren voor de grote eindtoernooien. Desalniettemin heeft hij ook in zijn geboorteland de Koninklijke statuur: hij is recordinternational en topscorer aller tijden van de Finse ploeg.

En toch verklaarde de karrenvracht aan prijzen die hij won met Ajax maar een deel van zijn immense populariteit. Het andere deel was misschien nog wel belangrijker: supporters konden zich met hem identificeren. Litmanen was de ultieme antivedette in de mondaine wereld van het topvoetbal. Een modale man in de patserige wereld van klatergoud. Een man die in een Opel Kadett naar de training kwam. Een voetbalsupporter die toevallig zijn geld verdient  op voetbalschoenen. Geen hippe gekleurde muiltjes, maar gewoon klassieke zwarte Adidas Copa Mundials. Oud-ploeggenoot Johnny Heitinga vertelde dat Litmanen er tientallen paren van kocht, voor het geval ze ooit uit de collectie zouden worden gehaald. Een echte liefhebber. Een man die nutteloze voetbalfeitjes verzamelt zoals Oom Dagobert geld. Zo verbaasde hij jaren terug de deelnemers van de voetbalquiz die Youp van ’t Hek jaarlijks thuis voor vrienden organiseert. Een voetbalfeitjesquiz op ‘nerdniveau’ met de vragen bedacht door Matthijs van Nieuwkerk. Mededeelnemers Hugo Borst en Kees Jansma keken met open monden van verbazing toe hoe de Finse voetbalkenner de zes clubs waar Mario Been voor heeft gespeeld moeiteloos en foutloos opnoemde. In volgorde natuurlijk.

Een man die zich dus bijzonder geliefd maakte op het veld door zijn spel en buiten het veld door zijn persoonlijkheid. Klasse tonen door eenvoudig te blijven. Die inmiddels dus zo’n tweeduizend naamgenoten heeft in Nederland. Natuurlijk zijn er tussen 1994 en nu ook vast wel jongens geboren die Andre, Johan, Patrick Frank of Louis zijn genoemd, maar dat waren reguliere namen die Nederlandse kinderen ook wel kregen zonder dat dat aan een bekendheid werd gelinkt. Anders dus dan bij de naam ‘Jari’ die tot 1994 amper voorkwam in Nederland.

In Finland kreeg de koning een standbeeld. Die krijgen koningen nou eenmaal. Zo gaat dat al de hele geschiedenis. In zijn geboortestad Lahti, bij het stadion van zijn club, waar het voor hem allemaal begon. Dat was in 2007. In 2011 werd het in brand gestoken door aanhangers van diezelfde club toen Litmanen in 2011, na degradatie van FC Lahti, overstapte naar aartsrivaal HJK Helsinki. De sokkel raakte erdoor beschadigd. Maar de kuningas was niet van zijn voetstuk te krijgen. Ook niet door een stel verhitte voetbalfans.

Vorig jaar is de Kuningas op 41-jarige leeftijd gestopt. Leve de Kuningas!

Het wachten is nu op Ajax en op Amsterdam om de koning van de jaren negentig op passende wijze te eren. En dat we zijn verjaardag, 20 februari, in Amsterdam voortaan uitroepen tot Kuningasdag.

Dit artikel werd gepubliceerd in Z! De Amsterdamse dakloze krant nr. 9, 2013

 

2 Comments

  1. Rodney,

    ik zie dat er weinig mensen reageren op zulke goed geschreven columns.

    Jammer.

    Mag ik er wat van op m’n FB-pagina zetten en verwijzen naar jouw website?

    Vr. gr.
    Gerdo

    Reply

Laat een reactie achter aan Rodney Reactie annuleren