Rodweek #30 Je kent me toch?

Zo af en toe vind ik het verhelderend om eens te kijken hoe goed mensen me nou denken te kennen en dus stelde ik afgelopen week een quizje op waarin mijn vrienden, familie, of (al dan niet virtuele) kennissen tien keuzes kregen voorgelegd. Over wat ik liever zou hebben of doen. Twee keuzes per vraag, dus vijftig procent kans. Ik kon ook zien wie welke antwoorden had ingevuld. Het was interessant, soms licht verbijsterend, om te zien hoe mensen die mij toch behoorlijk goed zouden moeten kennen foute keuzes maakten en mensen die mij amper of zelfs helemaal niet kennen verrassend veel goede keuzes. ‘De man is een enigma van zichzelf’, verzuchtte één van mijn beste vrienden toen hij er maar acht van de tien goed had. Sommige vragen waren inderdaad een beetje tricky, dat geef ik eerlijk toe. De vraag of ik liever in een film zou spelen of zou willen optreden met een band, tja, daar zouden mensen over kunnen twijfelen, maar waarom sommige mensen die mij goed zouden moeten kennen invulden waarom ik liever een berghuisje zou hebben dan een appartement in New York is me een compleet raadsel! Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik niet veel met rustieke omgevingen heb. Ik ben een stadsjongen. Ik word gekmakend onrustig van een rustige omgeving. Ik heb de gekte van de stad om me heen nodig om niet gek te worden van de rust en de stilte. Ik vind het best prima om een paar dagen in zo’n berghuisje te zitten, maar daarna wil ik met gierende banden weer terug naar de reuring van een grote stad. Lees verder

Rodweek #29 Laten we elkaar geen mietje noemen

Ik ben een grote fan van het taalfenomeen ‘aptoniemen’. Mensen die een naam hebben die verband houdt met hun beroep of een zaak waar ze voor staan. Toen ik voor het eerst de naam van de woordvoerster van de Pluimveebond onder het interview met haar zag staan verslikte ik me zowat in een kippenpootje en rolde bijkans van de bank van het lachen: Hennie de Haan. De voorzitter van de Vereniging van Nederlands Vliegverkeer die Benno Baksteen heet, de vroegere weervrouw Diana Woei of de woordvoerder van de werkgroep ‘Sinterklaas in Almelo’ die, geloof het of niet, Martin Kroeskop heet. Ik ben een simpele gozer in dat soort dingen: ik vind dat dus broekpissend hilarisch. Lees verder

Rodweek #28 Ieder z’n fuck… eh… vakgebied

Deze week was het precies vijfendertig jaar geleden dat The A-Team voor het eerst werd uitgezonden. De jaren tachtig: met natte haartjes op de bank en een glaasje cola en een bakje chips (paprika of ‘gewone’) binnen handbereik. Een serie over vier Vietnam-veteranen die in hun busje door Amerika reden en ten strijde trokken tegen allerlei onrecht. Iedereen had z’n rol: Murdock was de gek, Face de mooie jongen, Hannibal de oude leider en BA was Dennis Bergkamp: de beste van het team, maar bang om in het vliegtuig te stappen. Voor de rest had niemand in de serie enige overeenkomst met Dennis Bergkamp. Vooral op het gebied van doeltreffendheid lieten de heren het nogal afweten. Ondanks het wekelijkse spervuur dat deze oorlogsveteranen op hun tegenstanders afvuurden noteerden we in achtennegentig afleveringen slechts één voltreffer met dodelijke afloop en vloeide er hoogstzelden bloed. Lees verder

Rodweek #27 Sommige dingen zijn onbetaalbaar

Waar 2017 in financieel opzicht voor mij wat moeizaam op gang kwam begon 2018 meteen met een meevaller. De royalty’s van mijn bestseller ‘Kroegkronieken’ uit 2013 werden gestort en dat betrof dit jaar de lieve somma van €2,97, dus in elk geval één persoon heeft afgelopen jaar op die knop van bol.com geramd! Even overwoog ik, op advies van een kennis, dit gewonnen kapitaaltje te investeren in Bitcoins, maar dan zou ik mezelf niet zijn. Geld moet rollen, zeg ik altijd maar en bovendien stond er afgelopen weekend een weekendje Valkenburg met de dame op het programma. Mijn enige en laatste bezoek aan Valkenburg was een jaar of dertig geleden, maar daar stond me nog maar weinig van bij. En wat zou ik in 1988 allemaal met €2,97 kunnen doen? Dat was toch zes gulden zestig. Heel veel kikkertjes, perziken en trekdrop kopen natuurlijk! Wat denk jij nou? Lees verder

Rodweek #26 De ene boef is de andere niet

In mijn jeugd, honderd jaar geleden, was de meest bekende boef die ik kende B2 uit Bassie en Adriaan. B2 was een beetje dovig en verstond alles verkeerd. Een zin als ‘Je moet even bellen’ werd door B2 steevast beantwoord met een antwoord als ‘Wat zeggie? Frikandellen?’ Wie aan de tegenwoordige jeugd vraagt welke boef zij kennen heeft grote kans dat die kinderen het dan zullen hebben over ‘Boef’, een rapper van Algerijnse afkomst die geboren is in de Banlieus (een mooi Frans woord voor verpauperde klotebuurt) van Parijs en is opgegroeid in Nederland.

Boef is een deler. Zo deelt Boef graag met de hele wereld hoeveel geld hij verdient. 80 K per maand, je weet toch. Want dat vindt Boef stoer. Ik vind daar weinig stoers aan. Ik verdien dat ook. Ik krijg het alleen niet. En verder deelde Boef afgelopen week met ons dat hij de dames die hem hielpen, terwijl hij met autokech… eh autopech op de weg stond dat vrouwen die tot zo laat uitgingen maar kech’s vond. Kech, zo leerde ik weer wat nieuws, is dus Arabische straatslang voor ‘hoeren’. Wat die uitspraak Boef maakt? Een lompe, onbeschofte en ondankbare lul. Niets anders. Ik kende het woord ‘kech’ overigens alleen maar als het tweede deel van de de naam van de stad Marakech. Dus die stad heet in goed Nederlands dus eigenlijk Marahoer, als ik het goed begrijp. Ik ben, mijzelf kennende, bang dat ik nooit meer iets anders denk als ik iemand die plaatsnaam hoor zeggen. Lees verder

Rodweek #25 Fish and chips moet zwemmen

De geurmelange van getoast witbrood, gebakken eieren, bacon, witte bonen in tomatensaus en ondefinieerbare worstjes kroop de afgelopen dagen dagelijks stiekem onder onze deur door om ons te wekken. Inderdaad, ik was in Engeland met kerst. Ik heb niet veel met kerst, maar wel heel veel met Londen en mijn dame was nog nooit in Londen geweest. Zomaar drie redenen om de kerstdagen dit jaar eens in Londen door te brengen. Ik ben gek op die stad. Het is een apart volkje. De tamelijk bizarre combinatie die het Engelse ontbijt vormt kan ook echt alleen maar door een Engelsman bedacht zijn. Hun voorliefde voor lelijke vloerbedekking, tot in de kroeg aan toe, is bizar. Fish and chips. Ik heb het vroeger nog wel uit een oude krant gegeten. Met een beetje mazzel kon je de voetbaluitslagen nog op je vis lezen, maar uit een krant eten mag niet meer. Camden Town in Noord-Londen, met z’n markten, z’n eetstalletjes en z’n kroegen voelt altijd als thuiskomen. En voetbal. Je kunt met Engelsen oeverloos ouwehoeren over voetbal. Lees verder

Rodweek #24 The Winner Takes It All

Het zit die arme Geert Wilders ook niet mee. Hij ziet er ook een beetje uitgeblust uit de laatste tijd. Dan wordt zijn electoraat al stukje bij beetje afgepakt door een Latijn sprekend kakkertje met een Franse naam en dan blijkt zijn voorman in Rotterdam één of andere neonazistische Holocaustontkenner te zijn. Zo’n extremistische drol kun je er als partij die toch al een tikje dubieus is nou net niet bij hebben, dus De Blonde Pruik kon niet anders dan die enge fascist uit de partij te gooien. Eén keer de naam van die griezel op Google intoetsen had hem die ellende bespaard trouwens, want hij is bepaald geen onbekende in die kringen. Slordige research van ome Geert. Een nieuw dieptepunt in een toch al roerige PVV-leden-geschiedenis van oplichters, mishandelaars en brievenbuspissers. Het Latijn sprekende kakkertje met de Franse naam telt er vast een zeteltje bij en over een paar jaar blijkt al het werk van Het Orakel van Venlo voor de kat z’n togus geweest. Lees verder

Rodweek #23 Winters

De pieremachochel op de Leliegracht en die ouwe die zijn muziek er op speelde met zijn bandrecordertje. Ik had ‘m al jaren niet gezien en ik bleef even kijken. Want hoewel mijn aversie jegens alles wat ook maar enigszins met winter te maken heeft welhaast grenzeloos is, leverde het toch een mooi Amsterdams winterplaatje op. Maar, eerlijk waar: hoe eerder die gore sneeuw weg is, hoe liever het me is. Geklooi op de fiets en glibberend met de post door de Jordaan lopen: van mij hoeft het niet. Ik heb winters nooit leuk gevonden, als kind vond ik er al geen reet aan. Een woord als ‘winterpret’ komt dan ook niet in mijn vocabulaire voor. Winter en pret, verenigd in één woord is voor mij onbestaanbaar. Het is elk jaar maar weer lijdzaam wachten tot de ellende voorbij is en dat de dagen weer langer en de rokjes weer korter worden. Lees verder

Rodweek #22 Monopoly op de waarheid

Afgelopen week fietste ik, op weg naar een van mijn postwijken, langs slagerij Buzhu op de Haarlemmerdijk. Ik stond er letterlijk en figuurlijk even bij stil. Slagerij Buzhu was in de jaren zeventig de eerste Islamitische slagerij die er in Nederland kwam en jarenlang de werkplek van Mohammed Nouri, de vader van de beweende voetballer Appie. Ik denk nog vaak aan Appie. Hoe goed hij had kunnen worden en vooral veel aan de grote ‘waarom hij?’-vraag. Appie ademt zelfstandig en hij schijnt een ‘verlaagd bewustzijn’ te hebben, maar de kans dat hij, behalve ademen, verder ooit nog iets zelfstandig zal kunnen is nihil. De familie houdt hoop en haalt kracht uit hun geloof. Dat valt alleen maar te respecteren. Ikzelf had het geloof in hun situatie als eerste uit mijn dagelijkse pakket geflikkerd. Als er een god bestaat die mijn zoon, broertje of vriend zoiets aan had gedaan dan zou ik er niets meer mee te maken willen hebben.

Geloven in bovennatuurlijke krachten is sowieso nooit mijn ding geweest. Het is me te abstract. Ik geloof in tastbare zaken, maar als mensen ergens in willen geloven zou ik zeggen: ga je goddelijke gang. Het ding waar veel gelovigen wat mij betreft de mist mee ingaan is met de definitie van het woord ‘geloof’. In iets geloven is namelijk geen feitelijke waarheid. Zo geloof ik er elk jaar in augustus weer heilig in dat Ajax kampioen wordt. Welnu, het is goddomme nog niet eens winterstop en een blik op de ranglijst leert me nu al dat mijn geloof reeds met Max Verstappensiaanse snelheid door de realiteit is ingehaald. Ergens in het voorjaar zal, zoals elk jaar, weer blijken in hoeverre mijn jaarlijkse geloofje de waarheid is gebleken, maar ik heb er een harde kneiter in. Veel gelovigen hebben de neiging om de waarheid te monopoliseren en dat klopt niet. Wij kunnen niet bewijzen of er wel of geen god bestaat. Al neigt mijn mening sterk naar een ‘nee natuurlijk niet, gekkies, denk eens even logisch na!’ maar ook ik kan dus geen monopoly op de waarheid claimen. Lees verder

Rodweek #21 Doperwtjes met worteltjes uit blik

Gisteren, op weg naar het Bickerseiland, fietste ik door de Vinkenstraat, achter de Haarlemmerdijk, aan de rand van de Jordaan. Het was een tijd geleden dat ik in de Vinkenstraat was geweest. Vroeger at ik er wel eens, op nummer 119, bij Moeders Pot. Niet te verwarren met het oud-Hollandsche restaurant Moeders op de Rozengracht. Dé plek in Amsterdam waar je ook midden in de zomer met dertig graden gewoon boerenkool met worst kunt eten, mocht je daar toevallig net trek in hebben.
Die dus niet. Terug naar de Vinkenstraat, daar zat Moeders Pot. Een piepklein restaurantje met een interieur waar sinds de jaren zestig maar bar weinig aan was gedaan, met vier kleine tafeltjes met lullige tafelkleedjes. Vergeeld behang met ouwe kromgetrokken posters en asbakken op tafel. Het etablissement werd uitgebaat door Ome Cor.

Ome Cor zat daar al decennia lang en de formule was eenvoudig. Cor kookte, bediende en zeek, waar hij dat nodig achtte, zijn clientèle af. Het menu was eveneens eenvoudig. Een lapje vlees (daar was keuze in), gebakken aardappeltjes, appelmoes en maar liefst drie soorten groenten. Dat laatste klinkt gezonder dan het was want hij draaide letterlijk al die groenten uit conservenblikjes. Doperwtjes met worteltjes en rode kool uit blik, dat werk. Aan sla, laat staan salades, deed ome Cor niet. Hooguit aan slavinken. Voor een guldentje of twaalf bakte ome Cor een prima biefstuk en een flesje bier koste één gulden vijftig. Het vegetarische menu was hetzelfde, maar dan zonder lapje vlees. Dat kostte zeven gulden. Als toetje een vlavlip of een bolletje ijs met vruchten. Blikvruchtjes op sap uiteraard.

Reserveren kon niet. ‘Je moet gewoon langskommen en dan sien ik wel of ik plek heb.’ Mensen die na het genoten diner de vraag ‘Kan ik betalen?’ stelden kregen steevast hetzelfde norse antwoord: ‘Dat mag ik wel hopen, ja!’   Lees verder